Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Massamedia H1-4 VMBO

Total questions: 24

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is communicatie?

a)

Het overbrengen van een boodschap naar iemand

b)

Tegen iemand praten

c)

Iemand bellen

2.

Wat zijn voorbeelden van communicatie?

a)

Bellen

b)

Praten

c)

Brief schrijven

d)

Knipogen

3.

Wat betekent massamedia?

a)

Televisie

b)

Het doorgeven van een boodschap aan een grote groep mensen tegelijkertijd.

c)

Veel informatie doorgeven

4.

Voorbeelden van massamedia zijn

a)

Een brief schrijven

b)

Bellen

c)

Radio

d)

Televisie

e)

Internet

5.

Als je elkaar tegenkomt en met elkaar praat, noem je dat

a)

directe communicatie

b)

indirecte communicatie

6.

Bij een docent die lesgeeft is er sprake van

a)

eenzijdige communicatie

b)

meervoudige communicatie

7.

Een knipoog is een vorm van

a)

Verbale communicatie

b)

non-verbale communicatie

c)

geen vorm van communicatie

8.

Kenmerken van massamedia zijn

a)

eenzijdige communicatie

b)

meervoudige communicatie

c)

directe communicatie

d)

indirecte communicatie

e)

Het is openbaar

9.

Het belangrijkste massamedium is

a)

het internet

b)

de radio

c)

de krant

d)

de televisie

e)

tijdschriften

10.

Op het internet ben jij

a)

zender van een boodschap

b)

ontvanger van een boodschap

c)

zender en ontvanger tegelijkertijd

11.

Korte teksten met gemakkelijk taalgebruik horen bij:

a)

kwaliteitskranten

b)

populaire kranten

12.

De Telegraaf en het AD zijn voorbeelden van een

a)

kwaliteitskrant

b)

populaire krant

13.

Het NRC, De volkskrant en Trouw zijn voorbeelden van een

a)

kwaliteitskrant

b)

populaire krant

14.

Een tijdschrift is bedoeld voor

a)

een breed publiek

b)

vrouwen

c)

jongeren

d)

een specifieke doelgroep

15.

Publieke zenders krijgen hun geld van:

a)

de overheid

b)

BN'ers

c)

hun leden

d)

STER reclame

16.

Commerciële omroepen krijgen hun geld van

a)

De overheid

b)

BN'ers

c)

Hun leden

d)

Reclames

17.

Media hebben verschillende functies voor jou als persoon. Het journaal is een voorbeeld van

a)

informatie

b)

educatie

c)

amusement

d)

Reclame

e)

Meningsvorming

18.

Media hebben verschillende functies voor jou als persoon. GTST is een voorbeeld van

a)

informatie

b)

educatie

c)

amusement

d)

reclame

e)

Meningsvorming

19.

Media hebben verschillende functies voor jou als persoon. SchoolTV is een voorbeeld van

a)

informatie

b)

educatie

c)

amusement

d)

reclame

e)

meningsvorming

20.

Media hebben verschillende functies voor jou als persoon. JINEK is een voorbeeld van

a)

informatie

b)

educatie

c)

amusement

d)

reclame

e)

meningsvorming

21.

Hoe komt het NOS journaal aan zijn nieuwsitems?

a)

Verzinnen

b)

Door personen en instanties die nieuws melden

c)

Door journalisten die onderzoek doen

d)

Ze hebben een abonnement op persbureaus waar ze berichten van krijgen.

e)

Door het uit de krant te halen

22.

Waarom wordt niet alles dat er gebeurt in het nieuws besproken?

a)

Dat past nooit in een uitzending

b)

Dan hebben ze de dag erna niks meer in het nieuws te melden.

23.

Welke selectiecriteria worden gebruikt om te bepalen wat er wel en wat niet in het journaal komt?

a)

actualiteit

b)

nabijheid

c)

bijzonder

d)

interessant

e)

vaak voorkomend

24.

Wat doet een journalist NIET om zo objectief mogelijk het nieuws weer te geven?

a)

Hoor en wederhoor

b)

zijn eigen mening geven

c)

Meerdere bronnen gebruiken

d)

Het verhaal van 1 kant aanhoren

e)

Goed bedenken welk woorden hij wel en niet kan gebruiken