wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Laagland cursus 1 en 2 havo

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is volgens Laagland GEEN leesmotivatie (reden om te lezen)?

a)

Het lezen van verhalen en gedichten is plezierig en ontspannend.

b)

Het Ministerie van Onderwijs stelt literaire competenties aan geslaagde havisten.

c)

Je maakt als lezer dingen mee die je in werkelijkheid nooit meemaakt.

d)

Je leert jezelf beter kennen, omdat jij je inleeft in personages en hun gevoelens.

2.

Welke uitspraak is WAAR? (meerdere antwoorden aanklikken)

a)

In zakelijke teksten wordt de informatie zo eenduidig mogelijk aan jou gepresenteerd.

b)

Bij literaire teksten is er altijd sprake van meerduidigheid.

c)

Bij literaire teksten is er altijd sprake van eenduidigheid.

d)

In zakelijke teksten wordt de informatie zo meerduidig mogelijk aan jou gepresenteerd.

3.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving? Een klein of groter tekstgedeelte dat voor jou onduidelijk is en dat vragen bij je oproept.

a)

motief

b)

titelverklaring

c)

open plek

d)

flashback

4.

Bij welk verhaaleinde zijn er nog oningevulde open plekken voor jou als lezer?

a)

Gesloten einde

b)

Open einde

5.

Welke uitspraak is WAAR? (Meerdere antwoorden aanklikken)

a)

Fictie kan realistisch zijn.

b)

Non-fictie kan niet-realistisch zijn.

c)

Fictie kan niet-realistisch zijn.

d)

Non-fictie is realistisch.

6.

Als je bij een verhaal de vraag stelt waarover wordt verteld, dan let je op:

a)

Gebeurtenissen, tijd en ruimte

b)

Gebeurtenissen, titel en setting

c)

Gebeurtenissen, personages en setting

d)

Gebeurtenissen, titel en thema

7.

Als je een hoofdpersoon leert kennen door een opsomming van karaktereigenschappen, uiterlijk en innerlijk, dan leer je hem kennen op...

a)

... directe manier.

b)

... indirecte manier.

8.

Als je een mening hebt over het gedrag van de hoofdpersoon, dan kun je een oordeel vormen op basis van:

a)

het uiterlijk en een psychologische benadering

b)

een psychologische benadering en normen en waarden

c)

normen en waarden en setting

d)

setting en uiterlijk

9.

Welke uitspraak is NIET WAAR?

a)

Een bijzondere vorm van terugwijzing is de flashback.

b)

Terugverwijzingen zijn kort, hooguit een paar zinnen.

c)

Vooruitwijzingen zijn lang, meestal wordt de chronologie er een poosje door onderbroken.

d)

Flashbacks zijn lang, meestal wordt de chronologie er een poosje door onderbroken.

10.

Wat is GEEN manier om een verhaal mee te openen?

a)

ab ovo

b)

in media res

c)

post rem

d)

semper florens

11.

Wat is een ander begrip voor 'alwetende verteller'?

a)

ik-verteller

b)

personale verteller

c)

auctoriale verteller

d)

meervoudige ik-vertelinstantie

12.

Het centrale probleem in een roman noem je:

a)

motto

b)

titel

c)

thema

d)

genre

13.

Wat is GEEN genre?

a)

sprookje

b)

roman

c)

science-fiction

d)

detective