Font size
Worksheetsduits - h2 - kap1 - alles
Total questions: 82
Worksheet time: 21mins
ik ben @ @
(a)
jij bent @ @
(a)
hij is @ @
(a)
zij is @ @
(a)
wie is @ @
(a)
het is @ @
(a)
wij zijn @ @
(a)
jullie zijn @ @
(a)
zij zijn @ @
(a)
U bent @ @
(a)
sein - mein Bruder @
(a)
sein - mein Bruder und meine Schwester @
(a)
de naam
(a)
het adres
(a)
het e-mailadres
(a)
de straat
(a)
het telefoonnummer
(a)
het jaar
(a)
Duitsland
(a)
Nederland
(a)
Oostenrijk
(a)
Zwitserland
(a)
heten
(a)
komen
(a)
wonen
(a)
zijn
(a)
oud
(a)
uit
(a)
hoe
(a)
waar
(a)
waarvandaan
(a)
wat
(a)
wie (nl)
(a)
nul
(a)
een (het getal 1)
(a)
twee
(a)
drie
(a)
vier
(a)
vijf
(a)
zes
(a)
zeven
(a)
acht
(a)
negen
(a)
tien
(a)
elf
(a)
twaalf
(a)
dertien
(a)
veertien
(a)
vijftien
(a)
zestien
(a)
zeventien
(a)
achttien
(a)
negentien
(a)
twintig
(a)
Was machen die Leute in Hannover?
(a)
Pauline tanzt oft
(a)
Wir tanzen einmal die Woche
(a)
Ich tanze schon zwei Jahre
(a)
Alle tanzen synchron, das gefällt mir
(a)
Milan ist mein Bruder
(a)
Finn ist etwa 1,70 Meter groß
(a)
Finn hat eine Schwester Sie heißt Sophie
(a)
de adressen
(a)
de straten
(a)
de telefoonnummers
(a)
de jaren
(a)
Hoe heet jij?
(a)
Wie ben jij?
(a)
Wie ben jij?
(a)
Hoe oud ben jij?
(a)
Waar kom je vandaan?
(a)
Waar woon jij?
(a)
Wat is jouw adres?
(a)
Wat is jouw telefoonnummer?
(a)
Ik ben Frank
(a)
Ik heet Frank
(a)
Mijn naam is Frank
(a)
Ik ben twaalf
(a)
Ik ben dertien jaar oud
(a)
Ik kom uit Apeldoorn
(a)
Ik woon in Duitsland
(a)
Ik woon in Nederland
(a)
