wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brugklas voorbereiding SO Lezen H1 H2 en H5

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Om het onderwerp van de tekst te vinden moet je

a)

zoekend lezen

b)

oriënterend lezen

c)

globaal lezen

d)

precies lezen

2.

Vink aan wat bij oriënterend lezen hoort

a)

De tekst als geheel bekijken (lay-out)

b)

De eerste alinea lezen

c)

De hele tekst lezen

d)

De eerste en laatste zin van elke alinea lezen

e)

Kijken naar titel, illustraties, tussenkopjes en anders gedrukte woorden

3.

De bron van de tekst geeft informatie over

a)

de schrijver van de tekst

b)

de herkomst van de tekst

c)

de plaatsingsdatum ofwel actualiteit

d)

al het bovenstaande staat in de bron

4.

Een tekst is vaak opgebouwd uit

a)

begin, midden, eind

b)

inleiding, middenstuk (kern) en slot

c)

stelling, argument, conclusie

d)

onderwerp en plaatjes

5.

Deelonderwerpen zijn

a)

andere tekstdelen

b)

verschillende aspecten (kanten, delen) van het onderwerp

c)

de belangrijkste informatie over het onderwerp

d)

alinea's met tussenkopjes

6.

Om deelonderwerpen van de tekst te vinden moet je

a)

zoekend lezen

b)

oriënterend lezen

c)

globaal lezen

d)

precies lezen

7.

Globaal lezen is

a)

op zoek gaan naar specifieke informatie

b)

het lezen van de eerste en laatste zinnen van de alinea's

c)

de tekst globaal bekijken (titel, tussenkopjes, lay-out)

d)

de tekst woord voor woord lezen

8.

Het tekstdoel is

a)

waar de tekst gepubliceerd is

b)

een nieuwsbericht of betoog

c)

wat de schrijver wil bereiken met de tekst

d)

het doel van de lezer

9.

Welke tekstdoelen zijn er (vink ze allemaal aan)

a)

activeren

b)

informeren

c)

verleiden

d)

overtuigen

e)

amuseren

10.

Welke tekstsoort is bedoeld om te amuseren?

a)

gebruiksaanwijzing, instructie of recept

b)

betoog, ingezonden brief of recensie

c)

roman, rap of kort verhaal

d)

reclamefolder, advertentie of affiche