wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Chemische stoffen in organismen

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke sacharide is dit?

a)

Amylose

b)

Cellulose

c)

Amylopectine

d)

Glucose

2.

Een pH van 6,80 leidt tot:

a)

een hoge pH zorgt voor lage pCO2 en lage HCO-3 concentratie gekenmerkt door respiratoire acidose

b)

een lage pH met hoge pCO2 en hoge HCO-3 concentratie gekenmerkt door respiratoire acidose

c)

een lage pH met lage pCO2 en lage HCO-3 concentratie gekenmerkt door respiratoire alkalose

d)

een hoge pH zorgt voor hoge pCO2 en hoge HCO-3 concentratie gekenmerkt door respiratoire alkalose

3.

Functie van liquor cerebrospinalis of cerebrospinaal vocht? Welke is foutief?

a)

Regelen van de hersendruk (70-140mm/Hg)

b)

Aanvoer voedingstoffen

c)

Stootkussen & Warmtebuffer

d)

Afvoer afbraakproducten

4.

Na+ en K+ zijn beide belangrijke ionen in kader van de geleiding bij impulsen. Welke is juist?

a)

Na+ = intracellulaire vl. 3 ionen & K+ = extracellulair - 2 ionen uittracellulaire

b)

Na+ = extracellulaire vl. 2 ionen & K+ = intracellulair - 3 ionen uit

c)

Na+ = intracellulaire vl. 2 ionen & K+ = extracellulair - 3 ionen uit

d)

Na+ = extracellulaire vl. 3 ionen & K+ = intracellulair - 2 ionen uit

5.

Uitwisseling van O2 & CO2 ter hoogte van de longcapillairen gebeurd in combinatie met Hb, maar welke factor beïnvloedt deze uitwisseling het best maw = beste/max. uitwisseling?

a)

Concentratieverschil

b)

Volumeverschil

c)

Ademhalingsfrequentie

d)

Energieverschil

6.

Glycogeen is een:

a)

Monosacharide

b)

Disacharide

c)

Polysacharide

7.

Rol van vitamine d:

a)

Botstofwisseling = antagonist van Ca+

b)

Teveel aan witte bloedcellen tegengaan

c)

Vertraagt insulineretentie

d)

Ondersteunt de spierafbraak bij shockreactie

8.

Welke stelling over smeltpunten van onverzadigde vetzuren is correct?

a)

Het smeltpunt stijgt naarmate er meer dubbele bindingen in het vetzuurmolecule aanwezig zijn

b)

Het smeltpunt daalt naarmate er meer dubbele bindingen in het vetzuurmolecule aanwezig zijn.

c)

Het smeltpunt verandert niet naarmate er meer dubbele bindingen in het vetzuurmolecule aanwezig zijn.

9.

Is deze lipide hydrolyseerbaar?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Kunnen we niet weten op basis van deze info

10.

Wat vond je van deze quiz?

a)

Moeilijk

b)

Meer van dit.

c)

Liever niet

d)

Pff, easy!

e)

Wat Quiz, Waar Quiz, What did I win?