NEW
Font size
Worksheetsorganellen
Total questions: 28
Worksheet time: 56mins
Deze maken eiwitten
Celkern
Ribosomen
Endoplasmatisch reticulum
Golgisysteem
Hieruit bestaat een celmembraan
Fosfolipiden en eiwitten
Vetzuren en cytoplasma
Centrosomen en eiwitten
Lysosomen en transportblaasjes
Deze geven de cel zijn stevigheid en vorm
Transportblaasjes
Mitochondrium
Celskelet
Centrosoom
Deze onderdelen hebben een plantencel WEL, maar een dierencel NIET
Celskelet, chloroplast en celmembraan
Chloroplast, mitochondrium, celwand
Vacuole, chloroplast, celmembraan
Chloroplast, celwand en vacuole
Hoe heet dit celonderdeel?
Chloroplast
Celkern
Mitochondrium
Endoplasmatisch reticulum
Hieruit bestaat de celwand van planten
Cellulose
Suikers en aminozuren
Chitine
Fosfolipiden en eiwitten
Deze twee organellen zijn betrokken bij de stevigheid van een plantencel
Vacuole en celskelet
Vacuole en celwand
Celskelet en celwand
Celwand en celmembraan
Hierin vindt de omzetting van glucose en zuurstof naar koolstofdioxide en water plaats en komt energie vrij.
Chloroplast
Endoplasmatisch reticulum
Golgisysteem
Mitochondrium
Wat doen lysosomen?
Ze transporteren suikers
Ze spelen een rol bij celdeling
Ze breken versleten organellen af
Ze bewerken eiwitten en snoeren blaasjes af
Je ziet hier de onderdelen van een cel. Welk nummer hebben de ribosomen?
3
5
6
8
Een vers gesneden reepje aardappel wordt in een 1.5% zoutoplossing gebracht. In deze oplossing ondergaat het reepje geen veranderingen. Daarna wordt het reepje in een 0% oplossing van het zelfde zout gelegd en verandert dan wel. Het reepje wordt:
Korter en slapper
Langer en slapper
Korter en steviger
Langer en steviger
Hiernaast staat schematisch een cel afgebeeld.
Wat wordt aangegeven met nummer 4?
celkern
mitochondrium
golgi systeem
ribosoom
Kijk naar de afbeelding: Wat wordt aangegeven met nummer 2?
celmembraan
chloroplast
Ruw Endoplasmatisch Recticulum (ER met ribosomen)
mitochondrium
Hiernaast staat schematisch een cel afgebeeld.
Wat is het hoofdbestanddeel van nummer 7?
cellulose
fosfolipiden
eiwitten
koolhydraten
Onderdelen in een cel zijn:
1) ribosomen
2) zetmeelkorrel
3) celwand
4) grote vacuolen
Welke onderdelen komen alleen voor in plantaardige cellen en niet in dierlijke cellen?
alleen 2 en 3
alleen 3
alleen 2, 3 en 4
1, 2, 3 en 4
De afbeelding geeft verschillende moleculen weer die in en uit de cel bewegen. Op welke manier beweegt molecule C uit de cel?
Actief transport
Diffusie
Natrium-kalium pomp
Osmose
Hoeveel moleculen moeten verplaatsen om een evenwicht te bereiken?
Er is een netto verplaatsing van 2 moleculen nodig van buiten naar binnen de cel.
Er is een netto verplaatsing van 2 moleculen nodig van binnen naar buiten de cel.
Er is geen netto verplaatsing van moleculen nodig want het evenwicht is al bereikt.
De moleculen kunnen zich niet verplaatsen.
Deze afbeelding is een voorbeeld van _____.
actief transport
passief transport
diffusie
osmose
Welke afbeelding stelt DIFFUSIE voor?
Welke afbeelding stelt OSMOSE voor?
Tijdens een experiment wordt een dialyseslang (= semi-permeabel membraan) gevuld met een waterige oplossing die 3% zetmeel en 3% glucose bevat. Daarna wordt deze in een beker met gedemineraliseerd water gelegd (zie afbeelding). Na 3 uur wordt er een waarneming gedaan. Welke uitspraak past bij deze waarneming?
Water verplaatst zich via osmose van de beker doorheen de dialyseslang.
De concentratie aan zetmeel en glucose is gelijk, zowel in de dialyseslang als in de beker.
Zetmeel moleculen verplaatsen zich doorheen de dialyseslang naar de beker.
Water verplaatst zich via dialyseslang naar de beker.
Een aardappelschijfje wordt in een beker met gedemineraliseerd water gelegd. Na een dag wordt het aardappelschijfje uit de beker gehaald. Welke uitspraak is hier van toepassing?
De massa van het aardappelschijfje is toegenomen.
De massa van het aardappelschijfje is onveranderd.
De massa van het aardappelschijfje is afgenomen.
Geen van de bovenstaande uitspraken is correct.
Om lekkere erwtensoep te maken, zet je mama eerst de gedroogde erwten een nachtje onder water. Dit is een voorbeeld van _____.
diffusie
osmose
actief transport
passief transport
