Font size
WorksheetsN&G thema 1 bk
Total questions: 25
Worksheet time: 15mins
Je werkt goed samen als je je aan afspraken houdt.
juist
onjuist
Door het bottenstelsel is je lichaam stevig.
juist
onjuist
Je karakter is een kenmerk van je uiterlijk.
juist
onjuist
Een maag bestaat uit cellen
juist
onjuist
Een
metalen stoel is een organisme.
juist
onjuist
Cellen kun je alleen met een microscoop bekijken.
juist
onjuist
In een tabel van de groei van organismen staat de tijd in de linker kolom.
juist
onjuist
Een kind tussen 0 en 2 jaar groeit snel.
juist
onjuist
Je geeft op een goede manier kritiek als je in de ik-vorm praat.
juist
onjuist
Meisjes hebben eerder een groeispurt dan jongens.
juist
onjuist
In een tabel staan kolommen en rijen.
juist
onjuist
In zaadlobben zit reservevoedsel.
juist
onjuist
In een schematische tekening teken je alleen de belangrijkste kenmerken.
juist
onjuist
Hout komt van bomen.
Is deze houten kast levend, dood of levenloos?
levend
dood
levenloos
Hoe noem je de doorsnede in de afbeelding?
buitenaanzicht
dwarsaanzicht
lengtedoorsnede
Wat is groei?
het groter en zwaarder worden van een organisme
verandering in de bouw van een organisme
Tekening van een bruine boon
Met welk nummer is de navel aangegeven?
1
2
3
4
Welk organenstelsel is dit?
ademhalingsstelsel
bloedvatenstelsel
bottenstelsel
verteringsstelsel
Asielmedewerker
Ben werkt in een dierenasiel. Hij maakt de verblijven van de honden en katten schoon. Hij laat ook de honden uit. Ben vindt het leuk om de dieren te borstelen en hun vacht te verzorgen. Het is belangrijk dat Ben de dieren op tijd voert. Zo kunnen ze goed groeien.
Als asielmedewerker moet je goed opletten of het goed gaat met de dieren. Je kunt aan hun gedrag zien hoe ze zich voelen. Soms is een dier ziek. Dan gaat Ben met het dier naar de dierenarts.
Wat moet Ben weten en kunnen in zijn beroep?
A Hij moet creatief zijn.
B Hij moet goed met geld om kunnen gaan.
C Hij moet veel weten over dieren.
Hij moet creatief zijn
Hij moet goed met geld om kunnen gaan
Hij moet veel weten over dieren
Asielmedewerker
Ben werkt in een dierenasiel. Hij maakt de verblijven van de honden en katten schoon. Hij laat ook de honden uit. Ben vindt het leuk om de dieren te borstelen en hun vacht te verzorgen. Het is belangrijk dat Ben de dieren op tijd voert. Zo kunnen ze goed groeien.
Als asielmedewerker moet je goed opletten of het goed gaat met de dieren. Je kunt aan hun gedrag zien hoe ze zich voelen. Soms is een dier ziek. Dan gaat Ben met het dier naar de dierenarts.
Welke zin over een dierenarts is waar?
Als je dierenarts bent, hoef je niets te weten over biologie.
Als je dierenarts bent, moet je veel weten over het lichaam van dieren.
Als je dierenarts bent, moet je weten hoe planten in de natuur leven.
Wat is de juiste volgorde?
Schrijf de juiste volgorde op je antwoordblad.
– En nu aan de slag!
– Wat heb je nodig?
– Hoe ga je het doen?
– Wat moet je doen?
– Hoe ging het?
Wat heb je nodig
En nu aan de slag
Hoe ging het
Wat moet je doen
Hoe ga je het doen
Wat moet je doen
Wat heb je nodig
En nu aan de slag
Hoe ga je het doen
Hoe ging het
Wat moet je doen
Hoe ga je het doen
Wat heb ik nodig
En nu aan de slag
Hoe ging het
En nu aan de slag
Wat heb ik nodig
Hoe ga ik het doen
Wat moet ik doen
Hoe ging het
Vul de ontbrekende woorden in.
Zorgen betekent: goed opletten dat …[1]…, dieren en planten krijgen wat ze nodig hebben om te …[2]….
1 mensen
2 leven
1 organismen
2 groeien
1 mensen
2 groeien
Wat is de lengte van het meisje bij 0, 4, 8, 12 en 16 jaar?
Beantwoord de vraag door de grafiek af te lezen.
Schrijf de leeftijden en lengten op de goede plaats in de tabel op je antwoordblad.
0 = 50
4 = 89
8 = 104
12 = 150
16 = 170
0 = 40
4 = 84
8 = 144
12 = 162
16 = 178
0 = 60
4 = 84
8 = 130
12 = 162
16 = 190
0 = 50
4 = 84
8 = 124
12 = 162
16 = 178
Giovanni is 18 jaar. Hij heeft zijn vmbo-diploma. Nu zit hij op het mbo om verder te leren. Vanaf zijn geboorte is de groei van Giovanni bijgehouden. Eerst op het consultatiebureau, later bij de schoolarts.
Tot zijn vierde jaar ging hij regelmatig met zijn vader of moeder naar het consultatiebureau. Een arts of verpleegkundige bekeek of Giovanni goed groeide. Giovanni vond het altijd leuk om op de weegschaal te staan. Ook moest hij tegen de meetlat gaan staan. De arts of verpleegkundige deed ook spelletjes en oefeningen met Giovanni. Zo konden ze zien of hij zich goed ontwikkelde. De arts of verpleegkundige vroeg aan de vader of moeder of Giovanni goed at. Af en toe kreeg Giovanni inentingen. Dat vond hij minder leuk!
Welke twee levensverschijnselen vind je in de tekst?
groei + voortplanting
ontwikkeling + groei
voeden + groei
voeden + ontwikkeling
Een leeuw in het wild moet zelf zijn voedsel zoeken. Welk levensverschijnsel kan hem daarbij helpen? Leg je antwoord uit.
