NEW
Font size
WorksheetsCC - 5V
Total questions: 6
Worksheet time: 7mins
Twee beweringen over de minimumprijs:
I. Een minimumprijs kan dienen ter bescherming van (het inkomen van) de producent.
II. Een minimumprijs kan dienen ter ondersteuning van de productie van wenselijke goederen.
Welke bewering(en) is/zijn juist?
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Twee beweringen over een minimumprijs:
I. Een minimumprijs leidt tot een vraagoverschot.
II. Om een aanbodoverschot te voorkomen kan de overheid een productiequotum invoeren.
Welke bewering(en) is/zijn goed?
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Maak de volgende opmerking af: "Door het instellen van een minimumprijs van € 210 ontstaat er een ....I... en dit bedraagt ...II..... miljoenen ton graan."
Door het instellen van de minimumprijs treedt er welvaartsverlies op dit is vlak ..I.. en vindt er een verschuiving van surplus plaats tussen consumenten en producenten, dit is vlak ..II...
Deze afbeelding schetst de situatie op de graanmarkt. De overheid besluit in te grijpen met een minimumprijs van € 210 en het aanbodoverschot op te kopen. De opkoopkosten bedragen dan ....
2.700
5.400
18.900
37.800
