wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

CC - 5V

Total questions: 6

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Maak af: "Het invoeren van een minimumprijs is een vorm van overheidsingrijpen waarbij de overheid zich stoort aan .... in het marktevenwicht."
a)
de evenwichtsprijs
b)
de evenwichtshoeveelheid
c)
de betalingsbereidheid
d)
de aanbiedingsbereidheid
2.

Twee beweringen over de minimumprijs:

I. Een minimumprijs kan dienen ter bescherming van (het inkomen van) de producent.

II. Een minimumprijs kan dienen ter ondersteuning van de productie van wenselijke goederen.

Welke bewering(en) is/zijn juist?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

3.

Twee beweringen over een minimumprijs:

I. Een minimumprijs leidt tot een vraagoverschot.

II. Om een aanbodoverschot te voorkomen kan de overheid een productiequotum invoeren.

Welke bewering(en) is/zijn goed?

a)

Beide beweringen zijn juist.

b)

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

c)

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

d)

Beide beweringen zijn onjuist.

4.
Deze afbeelding schetst de situatie op de graanmarkt.
Maak de volgende opmerking af: "Door het instellen van een minimumprijs van € 210 ontstaat er een ....I... en dit bedraagt ...II..... miljoenen ton graan."
a)
I = vraagoverschot; II = 90
b)
I = vraagoverschot; II = 45
c)
I = aanbodoverschot; II = 45
d)
I = aanbodoverschot; II = 90
5.
Deze afbeelding schetst de situatie op de graanmarkt. De overheid stelt een minimumprijs in van € 210 per ton graan. De overheid dwingt met een quotum af dat producenten niet meer produceren dan er door vragers gekocht wordt.
Door het instellen van de minimumprijs treedt er welvaartsverlies op dit is vlak ..I.. en vindt er een verschuiving van surplus plaats tussen consumenten en producenten, dit is vlak ..II...
a)
I = K, II = M
b)
I = L, II = K
c)
I = M, II = L
d)
I = L, II = M
6.

Deze afbeelding schetst de situatie op de graanmarkt. De overheid besluit in te grijpen met een minimumprijs van € 210 en het aanbodoverschot op te kopen. De opkoopkosten bedragen dan ....

a)

2.700

b)

5.400

c)

18.900

d)

37.800