wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Opstand & Reformatie

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste volgorde:

a)

hagenpreek - beeldenstorm - komst alva - smeekschrift

b)

hagenpreek - smeekschrift - komst alva - beeldenstorm

c)

komst alva - smeekschrift - beeldenstorm - hagenpreek

d)

smeekschrift - hagenpreek - beeldenstorm - komst alva

2.

Wat is een gewest?

a)

een gebied in een land.

b)

een ander woord voor land.

c)

een stuk grond in het westen.

3.

Welk deel van de Nederlanden kozen uiteindelijk de kant van Filips II / de Spanjaarden?

a)

Noordelijke Nederlanden

b)

Zuidelijke Nederlanden

4.

Uit hoeveel gewesten bestond de nieuw onafhankelijk geworden Republiek der Nederlanden?

a)

7

b)

9

c)

12

d)

17

5.

Wie zou de nieuwe Republiek gaan besturen?

a)

De Staten-Generaal

b)

Een koning

c)

Een stadhouder

d)

Willem van Oranje

6.

Welk geloof had de koning van Spanje?

a)

Katholiek

b)

Protestant

c)

Joods

d)

Gereformeerd

7.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

8.

Filips II wilde dat iedereen katholiek was, maar wat wilde Willem van Oranje?

a)

Hij wilde dat ook

b)

Hij wilde dat iedereen protestant was

c)

Hij wilde godsdienstvrijheid

d)

Hij wilde geen geloof meer

9.

Wie of wat waren de Watergeuzen?

a)

Protestantse opstandelingen vanaf zee

b)

Katholieke opstandelingen vanaf zee

c)

Protestantse opstandelingen vanaf land

d)

Katholieke opstandelingen vanaf zee

10.

Wie bestuurde een gewest namens de vorst?

a)

een burgemeester

b)

een president

c)

een stadhouder

d)

een monnik.

11.

Welke religie had Karel de Vijfde?

a)

Protestant

b)

Katholiek

12.

Waar heeft Maarten Luther geen kritiek op?

a)

De aflatenhandel

b)

De geestelijken die zich niet aan de regels van de kerk houden

c)

Het gewone volk dat zelf de Bijbel leest

d)

De rijkdom in de kerken

13.

Luther vond dat de vorst zelf mocht bepalen welk geloof in zijn land mocht worden uitgeoefend.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Luther vindt dat je een vorst, die zijn land niet volgens de Bijbel bestuurt, niet hoeft te gehoorzamen.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Door welke uitvinding werden de ideeën van Maarten Luther sneller verspreid?

a)

De boekdrukkunst

b)

De radio

c)

Het schrift

d)

De fiets

16.

Welke theoloog kreeg in de Nederlanden veel aanhangers?

a)

Luther

b)

Calvijn

c)

Zwingli

d)

Gregorius

17.

Wat was geen oorzaak voor de Reformatie?

a)

Afschaffing van de aflaatbrieven

b)

Corruptie van de katholieke Kerk

c)

Heiligenverering

d)

Strenge vervolging van kritiek op de Kerk

18.

Wat was geen gevolg van de Nederlandse Opstand?

a)

Scheiding Noordelijke & Zuidelijke Nederlanden

b)

Stichting van de Republiek

c)

Calvinisme hoofdgodsdienst in Republiek

d)

Centralisatie door Karel V & Filips II

19.

Waarom werden de noordelijke Nederlanden eind 16e eeuw een Republiek?

a)

De opstandige gewesten konden geen geschikte landheer vinden

b)

Noordelijke Nederlanders waren fel tegen het koningschap

c)

De stadhouders Van Oranje wilden een Republiek

d)

Dit was een Spaanse eis bij de Vrede van Münster

20.

Bij wie lag de soevereiniteit (hoogste macht) in de Republiek?

a)

De gewestelijke Staten

b)

De stadhouder

c)

De Staten-Generaal

d)

De raadspensionaris van Holland

21.

Wie had in tijden van vrede de meeste macht in de Republiek?

a)

De stadhouder (familie Van Oranje)

b)

De prinsgezinden

c)

De stedelijke elite (regenten)

d)

De VOC

22.
Wat is een aflaat?
a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
23.
Wat is een ketter?
a)
Een ketter is iemand die niet leeft volgens de regels van de kerk
b)
Een ketter is iemand die gemarteld werd voor de waarheid
c)
Een ketter is iemand die opkwam voor de katholieke kerk
d)
Een ketter is iemand die in opstand komt tegen de protestanten
24.
Van wie is deze kerk?
a)
Katholieke kerk
b)
Protestantse kerk
25.
Is de tekenaar van deze afbeelding een voorstander of tegenstander van Maarten Luther?
a)
Voorstander
b)
Tegenstander