wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

havo Wonen in Nederland H1 H2 H3 H4

Total questions: 40

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Hoe verandert het klimaat van Nederland in de toekomst?

a)

warmere drogere zomers, zachtere nattere winters

b)

warmere nattere zomers, zachtere drogere winters

c)

zachtere drogere zomers, zachtere nattere winters

d)

zachtere nattere zomers, zachtere nattere winters

2.

Wat is geen voorbeeld van verstening van het oppervlak?

a)

tuinen vol stoeptegels

b)

wadi's met grof grind

c)

asfaltering van wegen

d)

aanleggen van parkeerplaatsen met gedeeltelijke bestrating

3.

Wat gebeurt er met huishoudelijk afvalwater?

a)

Het wordt lokaal opgeslagen in de wijk waar het vanuit de huizen het riool inkomt

b)

Het wordt vanuit de huizen via het riool naar een zuiveringsinstallatie gepompt

c)

Het wordt geborgen in lokale overloopgebieden

d)

Het wordt meteen afgevoerd via kanalen, beken en sloten

4.

Wat is de goede volgorde van de drietrapsstrategie?

a)

vasthouden - opslaan - afvoeren

b)

opslaan - vasthouden - afvoeren

c)

vasthouden - bergen - afvoeren

d)

vasthouden - opslaan - bergen - afvoeren

5.

Hoe gaat het neerslagregiem van Nederland er in de toekomst uitzien?

a)

regelmatiger neerslagregiem, minder extreme buien, meer perioden met droogte

b)

onregelmatiger neerslagregiem, meer extreme buien, meer perioden met droogte

c)

regelmatiger neerslagregiem, af en toe een extreme bui, minder perioden met droogte

d)

onregelmatiger neerslagregiem, minder extreme buien, minder perioden met droogte

6.

Wat is de belangrijkste oorzaak van absolute zeespiegelstijging?

a)

Smelten van gletsjers

b)

Smelten van landijs

c)

Smelten van zeeijs

d)

Thermische expansie van zeewater

7.

NAP staat voor:

a)

Nieuw Amsterdams Peil

b)

Noord-Amsterdams Peil

c)

Normaal Amsterdams Peil

d)

Nederlands Amsterdams Peil

8.

Welke vormen van bodemdaling komen vooral in West-Nederland voor?

a)

veenoxidatie

b)

inklinking

c)

daling door grondstofwinning

d)

stoppen van sedimentatie door rivieren

9.

Welke vormen van bodemdaling worden veroorzaakt door het zakken van het grondwaterpeil?

a)

veenoxidatie

b)

inklinking

c)

stoppen van sedimentatie van rivieren

d)

daling door grondstofwinning

10.

Waar kijkt men vooral naar bij het vaststellen van veiligheidsnormen per dijkringgebied?

a)

Economische gevolgen van een overstroming

b)

Culturele gevolgen van een overstroming

c)

Fysisch-geografische gevolgen van een overstroming

d)

Politieke gevolgen van een overstroming

11.

Welke factor zorgt er voor dat gebieden rond de Nieuwe Waterweg kunnen verzilten in de zomer?

a)

lage afvoer, relatief hoge zeespiegel

b)

hoge afvoer, relatief lage zeespiegel

c)

normale afvoer, relatief hoge zeespiegel

d)

normale afvoer, relatief lage zeespiegel

12.

Welke stap uit de drietrapsstrategie is te zien in deze afbeelding?

a)

vasthouden

b)

bergen

c)

afvoeren

13.

Welke stap uit de drietrapsstrategie is weergegeven in deze afbeelding?

a)

vasthouden

b)

bergen

c)

afvoeren

14.

In de benedenloop van een rivier vind je:

a)

bedijking

b)

sedimentatie

c)

lage stroomsnelheid

d)

kribben

15.

In de bovenloop van een rivier is er:

a)

een laag verhang, snelstromend water en veel erosie

b)

een hoog verhang, snelstromend water en veel sedimentatie

c)

een laag verhang, langzaamstromend water en veel erosie

d)

een hoog verhang, snelstromend water en veel erosie

16.

Stelling: het verval tussen Straatsburg en Brussel is hoger dan het verval tussen Karlsruhe en Bonn

a)

Eens

b)

Oneens

17.

Stelling: het verhang tussen Basel en Straatsburg is kleiner dan het verhang tussen Karlsruhe en Bonn

a)

Eens

b)

Oneens

18.

Welke begrippen kun je koppelen aan deze afbeelding:

a)

Kanalisering

b)

Vertragingstijd

c)

Waterscheiding

d)

Stroomstelsel

19.

Het regiem van de Rijn is minder regelmatig dan het regiem van de Maas

a)

Eens

b)

Oneens

20.

Welke begrippen passen het best bij deze afbeelding

a)

debiet

b)

regiem

c)

piekafvoer

d)

waterbergend vermogen

21.

Welke ingreep van Ruimte voor de Rivier zie je hier?

a)

uiterwaardvergraving

b)

kribverlaging

c)

uiterwaardafgraving

d)

zomerbedverdieping

22.

Welke ingreep van Ruimte voor de Rivier zie je hier?

a)

taludverplaatsing

b)

obstakelverwijdering

c)

obstakelverplaatsing

d)

ontbrugging

23.

Welke ingreep van Ruimte voor de Rivier zie je hier?

a)

afvoeren

b)

nevengeul

c)

retentiebekken

d)

hoogwatergeul

24.

De ingreep van Ruimte voor de Rivier in deze afbeelding is ............. gerealiseerd.

a)

binnendijks

b)

buitendijks

25.

Welk begrip hoort bij de volgende definitie? 'Beweegbare dam in een rivier of beek om de waterafvoer te beinvloeden; meestal gebruikt om de waterstand bovenstrooms te verhogen.'

(a)  

26.

Bij welk begrip hoort de volgende definitie? 'Periode tussen de verhoogde waterstand in een bovenstrooms gedeelte van een rivier en de te verwachten verhoging in het benedenstrooms gelegen deel.'

(a)  

27.

Welk percentage van de Nederlanders woont in de stad?

a)

50 procent

b)

60 procent

c)

70 procent

d)

80 procent

28.

Stelling: 'De verwachting is dat de bevolking van de vier grote steden en de middelgrote gemeenten de komende decennia ongeveer stabiel zal bijven.'

a)

Eens

b)

Oneens

29.

In welke regio's vindt naar verwachting krimp plaats in de toekomst?

a)

Noord-Groningen

b)

Noordoostpolder

c)

Kop van Overijssel

d)

Zuid-Limburg

30.

Wat wordt verstaan onder de creatieve industrie?

a)

ontwikkeling van software

b)

logistiek, ontwerp en research

c)

kunst, media en kennisintensieve diensten

d)

ontwikkeling van een pakket van maatregelen voor de industrie

31.

Op de foto zie je het Zernike-complex in Groningen. Hier zijn onder andere de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool te vinden. Dit is een goed voorbeeld van ...........

a)

herstructurering

b)

de duale woningbouw

c)

de creatieve industrie

d)

een sciencepark

32.

Hoe ziet de verdeling tussen de verschillende sociaal-economische klasses eruit in de Nederlandse steden?

a)

veel lager- en hoger opgeleiden, middenklasse ontbreekt

b)

veel hogeropgeleiden, lagere klasse ontbreekt

c)

veel lager opgeleiden, hoger opgeleiden ontbreken

d)

vooral middenklasse, hoger- en lageropgeleiden ontbreken

33.

Op de kaart zie je voorbeelden van ............

a)

Vogelaar-wijken

b)

compacte steden

c)

groeikernen

d)

Vinex-locaties

34.

Wat is de goede chronologische volgorde?

a)

immigratie gastarbeiders - Groeikernenbeleid - Vinex-wijken - Industriële Revolutie

b)

Industriële Revolutie - immigratie gastarbeiders Groeikernenbeleid - Vinex-wijken

c)

Industriële Revolutie - Vinexwijken - immigratie gastarbeiders - Groeikernenbeleid

d)

Industriele revolutie - Vinexwijken - Groeikernenbeleid - immigratie gastarbeiders

35.

Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Zoetermeer zijn voorbeelden van ............

a)

forenzen

b)

groeikernen

c)

Vinex-locaties

d)

scienceparken

36.

Op de foto zie je het Ebbingekwartier in Groningen. Hier vindt vooral ................ plaats.

a)

gentrificatie

b)

herstructurering

c)

stadvernieuwing

d)

sanering

37.

Welke begrip past het best bij deze afbeelding?

a)

gentrificatie

b)

herstructurering

c)

Groeikernenbeleid

d)

stadsarchitectuur

38.

Welk begrip past het best bij deze afbeelding?

a)

gentrificatie

b)

herstructurering

c)

stadsvernieuwing

d)

stedelijke vernieuwing

39.

Stelling: gentrificatie zou kunnen plaatsvinden in de wijk Peelo in Assen.

a)

Eens

b)

Oneens

40.

Welke begrip hoort er bij de volgende definitie? 'Mate van samenhang tussen de bevolking in een buurt, wijk of gemeente. De samenhang wordt vergroot door bijvoorbeeld de kerk, school, verenigingen of een buurtactiviteit. '

(a)