wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.4 DNA

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

DNA bestaat uit de volgende onderdelen:

a)

deoxyribose

b)

ribose

c)

stikstofbasen

d)

chromosomen

e)

fosfaatgroep

2.

In DNA wordt de stikstofbase adenine (A) gekoppeld met:

a)

A

b)

T

c)

C

d)

G

3.

Wat is de juiste volgorde van groot naar klein

a)

celkern - gen - chromosoom - stikstofbase

b)

chromosoom - gen - stikstofbase - celkern

c)

celkern - chromosoom - gen - stikstofbase

d)

celkern - stikstofbase - gen - chromosoom

4.

Een gen bevat de code voor het maken van ....

a)

Een eiwit

b)

Een ribosoom

c)

Een nucleotide

d)

Een aminozuur

5.

Transcriptie is ...

a)

Het overschrijven van de mRNA-code op aminozuren

b)

Het overschrijven van de mRNA-code op DNA

c)

Het overschrijven van de DNA-code op mRNA

d)

Het overschrijven van de DNA-code op aminozuren

6.

mRNA wordt bij de transcriptie gemaakt aan de hand van de:

a)

Coderende streng

b)

Matrijsstreng

c)

Ribosoom

d)

mRNA

7.

De code voor een aminozuur noem je een codon en is ..... stikstofbasen lang

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

8.

Het hele proces van overschrijven van DNA op mRNA en het uiteindelijke vormen van een functioneel eiwit noem je...

a)

transcriptie

b)

translatie

c)

eiwitsynthese

d)

exocytose

9.

Eiwitten bestaan uit ...

a)

Stikstofbasen

b)

Codons

c)

mRNA

d)

Aminozuren

10.

Wat is de rol van het ER (endoplasmatisch reticulum) bij de eiwitsynthese?

a)

Maken van eiwit

b)

Vouwen en vervoeren van eiwit

c)

Aflezen van DNA-code

d)

Exocytose