wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rechtsstaat H4

Total questions: 25

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

In een rechtsstaat worden burgers bescherm tegen de overheid. Tegen welke twee zaken?

a)

willekeur

b)

machtsmisbruik

c)

grondrechten

d)

mishandeling

e)

rechtshandhaving

2.

Welke drie waarden staan centraal in een rechtsstaat? Klik de juiste drie aan.

a)

Vrijheid

b)

Bescherming

c)

Veiligheid

d)

Gelijkheid

e)

Eerlijkheid

3.

Welke drie voorwaarden van de rechtsstaat zijn er? Noem ze alle drie.

4 lines
4.

Welke macht van de Trias Politica zorgt ervoor dat de wetten in de praktijk worden gebracht?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Rechterlijke macht

5.

Rechters hoeven in hun werk geen rekening te houden met de mening van politici, want rechters zijn (a)   (vul aan)

6.

Onafhankelijke rechters zorgen voor 1. eerlijke rechtspraak 2. bescherming tegen de overheid en 3. (vul aan)

4 lines
7.

1.Vrijheid van meningsuiting is een klassiek grondrecht

2.Recht op privacy is een sociaal grondrecht

a)

1 is juist, 2 is juist

b)

1 is juist, 2 is onjuist

c)

1 is onjuist, 2 is juist

d)

1 is onjuist, 2 is onjuist

8.

Sociale grondrechten zijn belangrijke zaken waar de overheid zich voor moet inspannen

a)

Waar

b)

Onwaar

9.

Zowel sociale als klassieke grondrechten kun je afdwingen bij de rechter

a)

Waar

b)

Onwaar

10.

Dankzij welk grondbeginsel mag de overheid je vrijheid niet zomaar beperken?

4 lines
11.

Het ervoor zorgen dat mensen wetten naleven heet

a)

Rechtshandhaving

b)

Rechtsbescherming

12.

Wat is GEEN voorbeeld van rechtshandhaving?

a)

Een verdachte arresteren

b)

Sporen onderzoek doen

c)

Een verdachte straffen

d)

Een verdachte privacy geven

13.

Stel de politie wil je fouilleren. Waarom is het belangrijk om te weten of je wel of geen verdachte bent?

4 lines
14.

Het onschuldsvermoeden houd in dat je onschuldig bent, tenzij

a)

je verdachte bent

b)

de rechter je schuldig acht

c)

de politie je heeft gearresteerd

d)

de OvJ een aanklacht tegen je indient

15.

Wat doen een OvJ als er te weinig bewijsmateriaal is in een zaak?

a)

Transactie voorstellen

b)

Seponeren

c)

Vervolgen

d)

Strafbeschikking

16.

Wat bespreekt de OvJ in zijn/haar requisitoir? Dat de verdachte schuldig is en de (a)   (vul aan)

17.

Wie is er aan het woord tijdens het pleidooi?

(a)  

18.

Als verdachte hoef je niet te spreken tijdens de rechtszaak.

a)

Waar

b)

Onwaar

19.

Een Hoger Beroep wordt behandeld door

a)

Politierechter

b)

Gerechtshof

c)

Hoge Raad

20.

Welke twee functies van straf behaal je door iemand een levenslange gevangenisstraf te geven?

4 lines
21.

Noem een voorbeeld van een bijkomende straf

4 lines
22.

Wat is GEEN voorbeeld van een straf

a)

Boete

b)

Taakstraf

c)

Gevangenisstraf

d)

TBS

23.

Welke functie van straf wordt nagestreefd in het jeugdstrafrecht?

a)

Wraak en vergelding

b)

Afschikking

c)

Beschermen van de samenleving

d)

Resocialisatie

24.

In welke landen is er juryrechtspraak?

a)

Nederland

b)

Amerika

c)

Frankrijk

25.

I. Uitlokking is in Nederland verboden

II. Het inzetten van lokmiddelen is in Nederland ook verboden

a)

Beide juist

b)

I. is juist, II. is onjuist

c)

I. is onjuist, II. is juist

d)

Beide onjuist