wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Cellen

Total questions: 33

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

1 is de

a)

celwand

b)

celvand

c)

celmern

d)

celkern

2.

3 is het

a)

cytovlasma

b)

cytoklasma

c)

cytoplasma

d)

cytospalma

3.

16 is de

a)

celwand

b)

vacuole

c)

cytoplasma

d)

celkern

4.

16 is de

a)

celwand

b)

vacuole

c)

cytoplasma

d)

celkern

5.

11 is de

a)

celwand

b)

vacuole

c)

cytoplasma

d)

celkern

6.

18 is de

a)

celwand

b)

vacuole

c)

cytoplasma

d)

bladgroenkorrel

7.

14 is de

a)

celwand

b)

celmembraam

c)

cytoplasma

d)

bladgroenkorrel

8.

15 is de

a)

celwand

b)

celmembraam

c)

cytoplasma

d)

bladgroenkorrel

9.

Je ziet hier

a)

een plantencel en een schimmelcel

b)

een plantencel en een bacteriecel

c)

een plantencel en een dierlijke cel

d)

twee plantencellen

10.

4 is de

a)

celwand

b)

celmembraam

c)

cytoplasma

d)

bladgroenkorrel

11.

Plantencellen hebben als enige

a)

geen celwand

b)

geen celkern

c)

wel bladgroenkorrels

d)

wel pukkels

12.

Dierencellen hebben als enige

a)

geen celwand

b)

geen celkern

c)

wel bladgroenkorrels

d)

wel pukkels

13.

Plantencellen hebben als enige

a)

geen celwand

b)

geen celkern

c)

wel bladgroenkorrels

d)

wel pukkels

14.

In de afbeelding zie je een aantal organenstelsels. Welk(e) orgaanstelsel(s) hoort/horen bij het levenskenmerk groeien?

a)

Spierstelsel en bottenstelsel

b)

Bloedvatenstelsel en verteringsstelsel

c)

Verteringsstelsel en spierstelsel

d)

Ademhalingsstelsel en voortplantingsstelsel

15.

In een organisme komen onder andere orgaanstelsels, cellen, weefsels en organen voor. Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

weefsels-cellen- orgaanstelsels-organen

b)

weefsels-organen-orgaanstelsels-cellen

c)

cellen-organen-weefsels-orgaanstelsels

d)

cellen-weefsels-organen-orgaanstelsels

16.

In de dwarsdoorsnede van de torso is nummer 4 ...

a)

het hart

b)

de long

c)

de ruggewervel

d)

de slokdarm

17.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

18.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
19.
Welk orgaan wordt weergegeven met J?
a)
Lever
b)
Maag
c)
Alvleesklier
d)
Hart
20.
Welk orgaan wordt weergegeven met D?
a)
Slokdarm
b)
Luchtpijp
c)
Holle ader
d)
Aorta
21.
Dit is een dwarsdoorsnede van...
a)
de buikholte (onder het middenrif)
b)
de borstholte
c)
de buikholte (ter hoogte van de navel)
22.
wat veroorzaakt de gele kleur van de paprika?
a)
Plastiden
b)
Bladgroenkorrels
c)
Zetmeelkorrels
d)
Kleurstofkorrels
23.

bekijk het plaatjes. met welk nummer is de dikke darm aangegeven?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

7

24.

Nummer 1 heet

a)

slokdarm

b)

holle ader

c)

luchtpijp

d)

aorta

25.

Deze organen heten...

a)

darmen

b)

ribben

c)

levers

d)

nieren

26.

Het middenrif heeft nummer....

a)

22

b)

11

c)

16

d)

18

27.

Klik op de organen die horen bij het verteringsstelsel. (2 juiste antwoorden)

a)
b)
c)
d)
28.

Welk orgaan wordt met nummer 9 aangegeven?

a)

Maag

b)

Milt

c)

Lever

d)

Hart

29.
Als de aarde bij een aardappelplant gedeeltelijk wegspoelt, kan een aardappel boven de grond komen.
Het gedeelte boven de aarde wordt groen. Dit komt doordat plastiden in elkaar overgaan.
Welke verandering bij plastiden treedt op in een deel van een aardappel dat boven de grond komt?
a)
bladgroenkorrels worden zetmeelkorrels
b)
kleurstofkorrels worden zetmeelkorrels
c)
zetmeelkorrels worden kleurstofkorrels
d)
zetmeelkorrels worden bladgroenkorrels
30.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

31.

De celwand is aangegeven met

a)

1

b)

3

c)

5

d)

6

e)

7

32.

Dit is een voorbeeld van een _____.

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

orgaanstelsel

33.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand