wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 2

Total questions: 71

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Sediment is......

a)

aardplaat

b)

afzettingsmateriaal

c)

zandbank

d)

rivier

2.

Erosie is.........

a)

afschuren en uitschuren van hard gesteente

b)

kracht die van binnenaf de aardkorst verandert

c)

kracht die van buitenaf de aardkorst verandert.

d)

plooien

3.

Verwering waarbij de samenstelling van het gesteente niet verandert.

a)

Vorstverwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

d)

Erosie

4.

Verwering is........

a)

Het uitschuren en afschuren van hard gesteente

b)

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei.

c)

Kracht die van buitenaf de aardkorst verandert.

d)

Kracht die van binnenuit de aarkorst verandert.

5.

Vorm van mechanische verwering waarbij het gesteente door vriezen en ontdooien uiteenvalt.

a)

Chemische verwering.

b)

Vorstverwering.

c)

Endogene kracht.

d)

Exogene kracht.

6.

Verwering waarbij de samenstelling van het gesteente verandert.

a)

Chemische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Vorstverwering

7.

verwering door levende organismen

a)

Vorstverwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

d)

Biologische verwering

8.

Wat is verweringsmateriaal?

a)

Water in vaste of vloeibare vorm

b)

Puin dat bij verwering ontstaat

c)

periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalde.

9.

Hoogteverschil in het landschap

a)

Plaat

b)

Aardkorst

c)

Reliëf

d)

Verwering

10.

Afzetting van verwerings- en erosiemateriaal

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

11.

Bekijk de foto hiernaast. De volgende foto is een voorbeeld van

a)

Biologische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

12.

Bekijk de foto hiernaast. De volgende foto is een voorbeeld van

a)

Biologische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

13.

Bekijk de foto hiernaast. De volgende foto is een voorbeeld van

a)

Biologische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

14.

Bekijk de foto hiernaast. De volgende foto is een voorbeeld van

a)

Biologische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

15.

Bekijk de foto hiernaast. De volgende foto is een voorbeeld van

a)

Biologische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

16.

Bekijk de foto hiernaast. De volgende foto is een voorbeeld van

a)

Biologische verwering

b)

Mechanische verwering

c)

Chemische verwering

17.

Zie de foto. Dit is een voorbeeld van een

a)

Jong gebergte

b)

Oud gebergte

18.

Zie de foto. Dit is een voorbeeld van een

a)

Jong gebergte

b)

Oud gebergte

19.

Zie de foto. Dit is een voorbeeld van een

a)

Jong gebergte

b)

Oud gebergte

20.

Zie de foto. Dit is een voorbeeld van een

a)

Jong gebergte

b)

Oud gebergte

21.

Welke kenmerken horen bij een jong gebergte?

a)

hoog,

b)

afgeronde toppen

c)

steil

d)

spitse bergtoppen

e)

diepe dalen

22.

Welke kenmerken horen bij een Oud gebergte?

a)

flauwe hellingen

b)

afgeronde toppen

c)

steil

d)

lager

e)

diepe dalen

23.

Welke kenmerken horen bij een Oud gebergte?

a)

flauwe hellingen

b)

afgeronde toppen

c)

steil

d)

lager

e)

diepe dalen

24.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

eondogeen proces

25.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

eondogeen proces

26.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

eondogeen proces

27.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

eondogeen proces

28.

De volgende foto is een voorbeeld van een

a)

exogeen proces

b)

eondogeen proces

29.

Plooiïngebergte is ontstaan door buiging van de aardkorst.

a)

Goed

b)

Fout

30.

Een hooggebergte is

a)

0-500 meter hoog

b)

500-1000 meter hoog

c)

1000-1500 meter hoog

d)

hoger dan 1500 meter

31.

Bekijk het plaatje. Het bovenste plaatje is het geologisch gezien het oudste qua tijd. Het onderste is de huidige situatie.

a)

Goed

b)

Fout

32.

Bekijk het kaartje hiernaast. Cijfer 1is

a)

Bern

b)

Geneve

c)

Basel

d)

Zürich

33.

Bekijk het kaartje hiernaast. Letter A is

a)

Duitsland

b)

italië

c)

Frankrijk

d)

Oostenrijk

34.

Bekijk het kaartje hiernaast. Letter b is

a)

Tirol

b)

Karinthië

c)

Dolomieten

35.

Bekijk het kaartje hiernaast. Letter H is

a)

Hongarije

b)

Duitsland

c)

Slovenië

36.

Bekijk het kaartje hiernaast. Letter H is

a)

Hongarije

b)

Duitsland

c)

Slovenië

37.

IJsveld in het hooggebergte dat onmerkbaar langzaam de berg afschuift.

a)

Firnbekken

b)

Gletsjer

c)

U Dal

d)

V Dal

38.

Dal dat is ontstaan door de uitschurende werking van een rivier.

a)

U Dal

b)

V- Dal

39.

Dal dat ontstaan is door de uitschurende werking van een gletsjer.

a)

U Dal

b)

V Dal

40.

Een grondmorene is

a)

verpulverd materiaal dat een gletsjer voor zich uit geeft geschoven

b)

gletsjerpuin dat aan de zijkant van een ijstong geschoven is.

c)

sediment dat achterblijft als een gletsjer smelt.

41.

Een zijmorene is

a)

verpulverd materiaal dat een gletsjer voor zich uit geeft geschoven

b)

gletsjerpuin dat aan de zijkant van een ijstong geschoven is.

c)

sediment dat achterblijft als een gletsjer smelt.

42.

Een eindmorene is

a)

verpulverd materiaal dat een gletsjer voor zich uit geeft geschoven

b)

gletsjerpuin dat aan de zijkant van een ijstong geschoven is.

c)

sediment dat achterblijft als een gletsjer smelt.

43.

Wat is een regenrivier?

a)

Rivier dat smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

44.

Wat is een gemengde rivier?

a)

Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

c)

Rivier die smeltwater van gletsjers afvoert.

45.

Wat is een gletsjer rivier?

a)

Rivier die smeltwater van gletsjers en regenwater afvoert.

b)

Rivier die helemaal afhankelijk is van regenwater.

c)

Rivier die smeltwater van gletsjers afvoert.

46.

Bekijk de afbeelding. Welk gebied van de Rijn hoort bij de Bovenloop?

a)

Gebied A

b)

Gebied B

c)

Gebied C

47.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 1?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

48.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 2?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

49.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 3?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

50.

Bekijk de afbeelding. Wat hoort er bij cijfer 4?

a)

Gletsjerpoort

b)

Gletsjerrivier

c)

Zijmorene

d)

Eindmorene

51.

Bekijk de afbeelding. Wat zie je bij 1?

a)

Firnbekken

b)

Gletsjer

c)

Gletsjerpoort

d)

Zijmorene

52.

Bekijk de afbeelding. Wat zie je bij 2?

a)

Firnbekken

b)

Gletsjer

c)

Gletsjerpoort

d)

Zijmorene

53.

Bekijk de afbeelding. Wat zie je bij 3?

a)

Firnbekken

b)

Gletsjer

c)

Gletsjerpoort

d)

Zijmorene

54.

Bekijk de afbeelding. Wat zie je bij 4?

a)

Firnbekken

b)

Gletsjer

c)

Gletsjerpoort

d)

Zijmorene

55.

Bekijk de afbeelding. Wat is hard gesteente?

a)

Gedeelte A

b)

Gedeelte B

56.

Bekijk de afbeelding. Dit is

a)

U dal

b)

V dal

c)

ontstaan door een rivier

d)

ontstaan door een gletsjer

57.

Bekijk de afbeelding. Dit is

a)

U dal

b)

V dal

c)

ontstaan door een rivier

d)

ontstaan door een gletsjer

58.

Welk verschijnsel zie je op de foto?

a)

Sedimentatie

b)

Erosie

c)

Verwering

d)

Morenen

59.

Welk verschijnsel zie je hier?

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Vorstverwering

60.

Welk begrip komt niet voor op deze foto

a)

Morenen

b)

Gletsjer

c)

Oud gebergte

d)

U-dal

61.

Wat zie je hier?

a)

Stalactieten

b)

Stalagmieten

c)

Zuilen

d)

Doline

62.

Welke kenmerken heeft een jong gebergte?

a)

Glooiende toppen

b)

Vaak boven de boomgrens

c)

Eeuwige sneeuw

d)

Lagere bergen

e)

Scherpe bergtop

63.

Kalksteen dat oplost in water is...

a)

Vorstverwering

b)

Biologische verwering

c)

Chemische verwering

d)

Geen van bovenstaande antwoorden is juist.

64.

Op dit plaatje zie je een fossiel en dat is een afdruk van een dood zeedier dat misschien wel 200.000 jaar geleden leefde.

a)

Deze stelling klopt

b)

Deze stelling klopt niet

65.

Yorric zegt: de Alpen worden nog steeds hoger want de Afrikaanse plaat beweegt nog steeds naar de Europese plaat


Charlotte zegt: de Alpen worden juist afgebroken, want verwering en erosie zorgen ervoor dat het gebergte lager wordt.

a)

Yorric is tha man. Hij heeft gelijk. (Jongens hebben sowieso altijd gelijk)

b)

Charlotte is het slimst. Zij heeft gelijk. (Meisjes zijn sowieso slimmer dan jongens)

c)

Yorric en Charlotte hebben allebei gelijk. (Zijn meisjes en jongens dan toch even slim?)

d)

Yorric en Charlotte kunnen beter terug naar de brugklas. Ze hebben allebei GEEN gelijk.

66.

Wat voor soort dal zie je op deze foto?

a)

Een V dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een rivier

c)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

d)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

67.

Bij welke vervoerder kan er na transport sedimentatie plaatsvinden?

a)

Water van een rivier

b)

Water van de zee

c)

Wind

d)

IJs

68.

WELKE STELLINGEN ZIJN JUIST?

1: Water in een rivier stroomt overal even hard

2: Op deze foto zie je een meander

3: In Nederland komen veel meanderende rivieren voor

4: Een meander en hoefijzermeer hebben met elkaar te maken.

a)

Stelling 1, 2 zijn juist. 3 en 4 zijn onjuist

b)

Al deze stellingen zijn onjuist

c)

Stelling 1, 2 en 3 zijn juist.

d)

Stelling 2 en 4 zijn juist. Stelling 1 en 3 zijn onjuist

69.

Wat zie je hier?

a)

Kustbescherming. Door middel van graswortels wordt het zand vastgehouden, zo blijft de kust in Nederland stevig.

b)

De geboorte van een duin. Wind blaast zand tegen een graspol aan, het zand blijft liggen, en het hoopje groeit uit tot een duin.

c)

Een (Duits) kind heeft heel bijzondere zandkasteeltjes gebouwd

d)

Een hond heeft z'n behoefte begraven en er een vlaggetje op gezet.

70.

1: Deze rotsen in zee zijn van een heel hard soort gesteente gemaakt.

2: Op deze foto kun je erosie herkennen

3: Deze boog is voor toeristen gemaakt

4: Deze boog zul je over 500 jaar waarschijnlijk niet meer terug kunnen vinden.

a)

1, 2, 3 en 4 zijn juist.

b)

1 en 4 zijn juist.

c)

De stellingen kloppen bijna, maar net niet helemaal

d)

1, 2 en 4 zijn juist

71.

Bekijk het figuur hiernaast. Wat is het verval tussen plaats B en C?

a)

500 meter

b)

1000 meter

c)

1500 meter

d)

2000 meter