wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formatieve toets Grieken

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het tijdvak waar we nu mee bezig zijn heet ook wel.....

a)

Prehistorie

b)

Gouden Eeuw

c)

Middeleeuwen

d)

Oudheid

2.

Welke van de onderstaande afbeeldingen hoort bij het tijdvak waar we nu mee bezig zijn..........

a)
b)
c)
d)
3.

Van wanneer tot wanneer duurde het tijdvak waar we nu mee bezig zijn?

a)

tot 3000 v. christus

b)

van 3000 v. christus tot 500 na christus

c)

van 500 n. christus tot 1500 n. christus

d)

van 1500 tot 1600 na christus

4.

Op welke van onderstaande kaartjes zie je Griekenland?

a)
b)
c)
d)
5.

Welke van onderstaande stellingen is JUIST?

a)

De Griekse beschaving is ouder dan de Romeinse beschaving

b)

De Romeinse beschaving is ouder dan de Griekse beschaving

c)

De Griekse en Romeinse beschaving zijn totaal verschillend

d)

De Griekse en Romeinse beschaving zijn even oud

6.

Welke taal vindt je terug in veel geschriften van de tijd waar we het over hebben?

a)

Hiëroglyfen

b)

Latijn

c)

Engels

d)

Oud Nederlands

7.

Op welke van onderstaande afbeeldingen vind je een typisch bouwwerk volgens de vormentaal van dit tijdvak?

a)
b)
c)
d)
8.

Is deze bron over Griekse mythen uitgegeven in 2019 door J. Bajtlik een directe of een indirecte bron uit de tijd van de Grieken en de Romeinen?

a)

directe bron

b)

indirecte bron

9.

De bron die je hiernaast ziet gaat over de Grieken. Hij is......

a)

geschreven, direct

b)

ongeschreven, direct

c)

geschreven, indirect

d)

ongeschreven, indirect

10.

Wat was de reden dat het Oude Griekenland moeilijk als een eenheid te besturen was?

a)

Door de vele oorlogen met andere rijken in Europa

b)

Door de vele bergen en zee die in dit gebied liggen

c)

Doordat er meerdere koningen aan de macht waren

11.

Griekenland bestond uit allemaal zogenaamde 'stadsstaten'. Wat is een andere naam voor stadsstaat?

a)

Polis

b)

Athene

c)

Paleis

d)

Kratus

12.

Wat waren de bekendste stadsstaten van Griekenland in de oudheid?

a)

Athene en Sparta

b)

Athene en Rhodos

c)

Sparta en Korinthe

d)

Rome en Rhodos

13.

Kies het juiste antwoord. Een democratie is..........

a)

een bestuursvorm waarbij één iemand regeert.

b)

een bestuursvorm waarbij een kleine groep mensen regeert.

c)

een heel moderne bestuursvorm.

d)

een bestuursvorm waarbij het volk regeert.

14.

Veel mensen vinden dat de Atheense democratie geen echte democratie genoemd mag worden. Dit komt doordat........

a)

nog steeds 1 persoon alle beslissingen nam.

b)

omdat niet iedereen mee mocht stemmen.

c)

omdat er jaarlijks iemand weggestemd mocht worden.

d)

omdat de raad van 500 teveel macht had.

15.

Welke van onderstaande voorbeelden past NIET bij het KA over het wetenschappelijk denken in deze tijd?

a)

De democratie werd door velen gezien als de beste bestuursvorm.

b)

Door het gebruiken van je zintuigen kun je veel verklaren.

c)

De verklaringen voor alles werd gevonden bij de Goden.

d)

Door vragen te stellen, komt de waarheid boven water.

16.

Waarom werd het ostracisme/schervengericht ingevoerd?

a)

Zodat niet 1 persoon teveel macht kreeg.

b)

Zodat er eerlijk een nieuwe leider gekozen kon worden.

c)

Zodat als er ruzie ontstond tijdens de volksvergadering mensen niet elkaar te lijf gingen, maar slechts aardewerk kapot gooiden.

17.

Welke van onderstaande beelden is typisch Griekse Vormentaal?

a)
b)
c)
d)
18.

Welke van de volgende stellingen is juist?


1: KA het ontstaan van landbouwsamenlevingen hoort bij de oudheid.

2: De tempelbouw van de Grieken hoort bij het KA de klassieke vormentaal.

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide stellingen zijn juist

d)

Beide stellingen zijn onjuist