Font size
WorksheetsDuits woorden hoofdstuk 1
Total questions: 49
Worksheet time: 48mins
de naam
(a)
het adres
(a)
het e-mailadres
(a)
de straat
(a)
het telefoonnummer
(a)
het jaar
(a)
schrijf alle getallen van 0 t/m 20 op in letters, met komma ertussen
(a)
Duitsland
(a)
Nederland
(a)
Oostenrijk
(a)
Zwitserland
(a)
Kies de juiste
die=mannelijk, der=vrouwlijk, das=geslachtloos
der=vrouwlijk, die=mannelijk, das=meervoud
die=mannelijk, des=vrouwlijk, das=meervoud
die=vrouwlijk, der=mannelijk, das=geslachtloos
heten
(a)
komen
(a)
wonen
(a)
zijn
(a)
oud
(a)
uit
(a)
welke klinkers horen bij de auto regel?
u, a, ä, o, au, äu, eu, ëu
u, ü, a, ä, o, ö, au, äu, eu
u, ü, a, ä, o, ö, au, äu, eu, ëu
u, a, e, ü, ä, eu,
hoe
(a)
waar
(a)
waarvandaan
(a)
wat
(a)
wie
(a)
schrijf de vertalingen van: ik, jij, hij, zij, het, zij, jullie, zij, u (met komma)
(a)
de mensen
(a)
vaak
(a)
de week
(a)
al
(a)
dat vind ik leuk.
(a)
welke letters zeg je in het Duits anders?
c, g, j, o, q, u, v, y, z
c, g, j, o, u, y, z
c, g, j, o, q, u, y, z
ze zijn allemaal hetzelfde
de broer
(a)
leuk
(a)
groot
(a)
de zus
(a)
spelen
(a)
vertaling werkwoord ''zijn''
sijn
Sein
sein
Sijn
Wie ben je?
(a)
Hoe heet je?
(a)
Ik heet...
(a)
Mijn naam is...
(a)
hoe oud ben je?
(a)
Ik ben ... jaar.
(a)
Waar kom je vandaan?
(a)
Ik kom uit...
(a)
Waar woon je?
(a)
Ik woon in...
(a)
Wat is je...
(a)
Mijn ... is ...
(a)
