NEW
Font size
WorksheetsWerkwoorden
Total questions: 30
Worksheet time: 5mins
______ je de boodschappen in de auto? (laden)
Laad
Laadt
Laat
Al de buren hebben het vandalisme ______
veroordeeld
veroordeelt
veroordeeldt
Ik _____ mijn trein en kwam te laat
mistte
miste
misde
In de hal van het stadhuis _______ beroemde schilders
exposeerdden
eksposerde
exposeërden
exposeerden
De verwaarloosde man ____ je al van verre
ruiktte
ruiktten
ruikte
rook
______ er veel mensen naar aanleiding van het rapport?
Maildde
mailden
Maildden
Mailden
Waar ______ Kim en Justine vorige week?
tennisten
tenniste
tennisde
tennisden
We ________ de feestdag met een dans
beeindigden
beëindigen
beëindigden
beëndigden
Wij _____ ons een hoedje om de mop van de vierjarige
lachden
lachtten
lagten
lachten
Vorige week ________ we in Bloemendaal.
hokeyden
hockeyten
hockeyden
hockeydden
Zij ________ mij vroeger op school al
haadde
haatten
haten
haatte
______ de dokters echt altijd de patiënten tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Verdofden
verdoofdde
verdoofte
Verdoofden
_______ jullie je ouders toen jullie op wereldreis waren?
Misten
Mistten
miste
misstten
Mijn kleine broertje ______ de kat op zijn kop
slaagdde
sloeg
Slaagte
Wij ______ gisteravond van de fantastisch spannende film.
genieten
genootten
genoten
genootte
De meester ______ iedere vraag.
beantwoort
beantwoorde
beantwoordt
beantwoord
Annemarie heeft een mooie draak ______
getekend
getekent
tekende
getekendt
Werd de vraag voldoende ______?
beantwoort
beantwoord
beantwoordt
Jan ______ de radiografisch bestuurbare auto.
bestuurt
bestuurd
bestuurdt
bestuurde
De radiografisch bestuurbare auto wordt door Jan ____
bestuurdt
bestuurt
bestuurd
besturen
_____ je deze quiz leuk?
vind
vint
vindt
Ik weet niet of iedereen de quiz leuk _____
vint
vind
vindt
Het _______ nogal eens dat het werkwoord gebeuren verkeerd wordt vervoegd.
gebeurdt
gebeurde
gebeurd
gebeurt
Misschien is dat bij jou ook wel eens _______
gebeurdt
gebeuren
gebeurt
gebeurd
Ik ben benieuwd wie de winnaar ...
word
wordt
werd
geworden
Dat heeft Smurfige Smurf heel smurfig _______
gesmurfd
gesmurft
gesmurfen
Wij zijn ______
verhuist
verhuisd
verhuisdt
Ik heb de benjisprong toch niet _______
gedurft
gedurfd
gedurven
_______ ik ooit echt kampioen, wie zal het zeggen?
Wordt
Word
______ je tot de chauffeur in geval van problemen.
Wendt
Went
Wend
