NEW
Font size
WorksheetsPersoonsvorm en tijdproef
Total questions: 10
Worksheet time: 6mins
tt en vt zijn afkortingen voor
totdat en voordat
tegenwoordige tijd en verleden tijd
Als je de tijd in een zin verandert, verander je......
het onderwerp
de persoonsvorm
Met de tijdproef ....
zet je de persoonsvorm in een andere tijd.
maak je meervoud.
- Emma installeert een app op haar telefoon.
- Emma installeerde een nieuwe app op haar telefoon.
Kies het antwoord dat klopt:
Zin 1 en 2 zijn allebei tegenwoordige tijd.
Zin 1 en 2 zijn allebei verleden tijd.
Zin 1 is tegenwoordige tijd, zin 2 is verleden tijd.
Zin 1 is verleden tijd, zin 2 is tegenwoordige tijd.
Zin: Mijn vader luistert naar muziek.
Als je de tijdproef doet, krijg je:
Mijn vader luistert niet naar muziek.
Mijn vader luisterde naar muziek.
Mijn vader luistert naar muziek.
Zin: De hond gaf een poot.
Als je de tijdproef doet, krijg je:
De kat gaf een poot.
De hond gaf pootjes.
De hond geeft een poot.
Zin: De fietsen staan in de stalling.
Als je de tijdproef doet, krijg je:
De fietsen stonden in de stalling.
De fiets staat in de stalling.
De fiets is weg.
Zin: Ik vind deze vraag moeilijk.
De persoonsvorm in deze zin is:
Ik
vind
deze vraag
moeilijk
Zin: Onze school wordt verbouwd.
In deze zin is de persoonsvorm:
Onze school
wordt
verbouwd
Zin: Mijn broer heeft alles opgegeten.
In deze zin is de persoonsvorm:
Mijn broer
heeft
alles
opgegeten
