wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Persoonsvorm en tijdproef

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

tt en vt zijn afkortingen voor

a)

totdat en voordat

b)

tegenwoordige tijd en verleden tijd

2.

Als je de tijd in een zin verandert, verander je......

a)

het onderwerp

b)

de persoonsvorm

3.

Met de tijdproef ....

a)

zet je de persoonsvorm in een andere tijd.

b)

maak je meervoud.

4.
  1. Emma installeert een app op haar telefoon.
  2. Emma installeerde een nieuwe app op haar telefoon.


Kies het antwoord dat klopt:

a)

Zin 1 en 2 zijn allebei tegenwoordige tijd.

b)

Zin 1 en 2 zijn allebei verleden tijd.

c)

Zin 1 is tegenwoordige tijd, zin 2 is verleden tijd.

d)

Zin 1 is verleden tijd, zin 2 is tegenwoordige tijd.

5.

Zin: Mijn vader luistert naar muziek.

Als je de tijdproef doet, krijg je:

a)

Mijn vader luistert niet naar muziek.

b)

Mijn vader luisterde naar muziek.

c)

Mijn vader luistert naar muziek.

6.

Zin: De hond gaf een poot.


Als je de tijdproef doet, krijg je:

a)

De kat gaf een poot.

b)

De hond gaf pootjes.

c)

De hond geeft een poot.

7.

Zin: De fietsen staan in de stalling.


Als je de tijdproef doet, krijg je:

a)

De fietsen stonden in de stalling.

b)

De fiets staat in de stalling.

c)

De fiets is weg.

8.

Zin: Ik vind deze vraag moeilijk.


De persoonsvorm in deze zin is:

a)

Ik

b)

vind

c)

deze vraag

d)

moeilijk

9.

Zin: Onze school wordt verbouwd.


In deze zin is de persoonsvorm:

a)

Onze school

b)

wordt

c)

verbouwd

10.

Zin: Mijn broer heeft alles opgegeten.


In deze zin is de persoonsvorm:

a)

Mijn broer

b)

heeft

c)

alles

d)

opgegeten