Font size
Worksheetseentermen
Total questions: 40
Worksheet time: 1hrs 20mins
Duid de gelijksoortige eentermen aan.
3x2
−0,5x2
3x
3y2
Schrijf de eenterm volgens de afspraken. y⋅3⋅x
3xy
3⋅xy
3yx
3⋅yx
Herleid: x+4x
(a)
Herleid: −3x+10x
(a)
Herleid: x+2x+3x+4x+5x
(a)
Herleid: 4y−6y
(a)
Herleid: x +2y+4y+2x
(a)
Herleid: x+y+xy−3x−3y+2xy
(a)
Herleid: z−3z+2z
(a)
Geef de coëfficiënt van de eenterm: 0,5x3
(a)
−2a2+3a−5a2
−7a2+3a
−4a2
−4a3
−3a2+3a
3⋅(x+2)
3x+6
3x+2
x+6
6x
18a + 39a =
57a2
57a
57
57aa
ander antwoord
Opdracht 1: Vul de tabel aan
(Geen spaties, breuken: T/N, machten: x² of x^2)
-23x4y2
coëfficiënt is...
(a)
Opdracht 1: Vul de tabel aan
(Geen spaties, breuken: T/N, machten: x² of x^2)
-23x4y2
lettergedeelte is...
(a)
Duid de gelijksoortige eentermen aan.
−2y2
23y2
23y
−2x
Schrijf de eenterm volgens de afspraken. y⋅5⋅x
5xy
5⋅xy
5yx
5⋅yx
Herleid: 8x−3x
(a)
Herleid: 2x+5x
(a)
Herleid: x+3x+5x+6x
(a)
Herleid: y−3y
(a)
Herleid: x +2y+4y+2x
(a)
Herleid: x+y+xy−3x−3y−xy
(a)
Geef de coëfficiënt van de eenterm: 1,5x3
(a)
Herleid: z−3z+2z
(a)
−4x+9x
5x
−13x
5x2
−13x2
−2a2+3a−5a2
−7a2+3a
−4a2
−4a3
−3a2+3a
3x2−4x+1−x2+7x−5
2x2+3x−4
5x3−4
x3
2x2−11x−4
4−3x+2y−x−21y
4−7x+23y
4−1xy
4−1x+23y
45xy
−x−2y−y+x+3y
0
4y
2x
2x+4y
- 6x+ 4 - 4x3
-4x5y4
Wat is de definitie van een eenterm?
Een product van een getalfactor en letterfactoren.
Een som van een getalfactor en letterfactoren.
Een product van een getalfactor en letterfactoren met een positieve exponent.
Een product van een letterfactor en een getalfactor met een positieve exponent.
Wat is de definitie van een veelterm?
Een veelterm zijn meerdere eentermen.
Een veelterm is een som van eentermen.
Een veelterm is een product van eentermen.
Een veelterm is een quotiënt van eentermen.
Eentermen met hetzelfde lettergedeelte noemt men...
dezelfde eentermen
gelijkaardige eentermen
gelijke eentermen
gelijksoortige eentermen
Om gelijksoortige eentermen op te tellen: ...
Tel de coëfficiënten op en behoud het lettergedeelte.
Tel de coëfficiënten op en tel de lettergedeelten op.
Tel de coëfficiënten op en vermenigvuldig de lettergedeelten.
Behoud de coëfficiënten en behoud het lettergedeelte.
Ongelijksoortige eentermen kun je niet herleiden.
waar
niet waar
Om een veelterm te herleiden ...
trek je de gelijksoortige eentermen af.
tel je de gelijksoortige eentermen op.
Vermenigvuldig je de gelijksoortige eentermen.
Deel je de gelijksoortige eentermen.
