wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederland verandert

Total questions: 26

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk het figuur hiernaast. Welk gebied geven we met cijfer 3?

a)

CBD

b)

Historische binnenstad

c)

Oude woonwijk

d)

Woonwijken na 1920

2.

Bekijk het figuur hiernaast. Waar liggen de nieuwe woonwijken in een stad?

a)

In het gebied bij cijfer 1

b)

In het gebied bij cijfer 2

c)

In het gebied bij cijfer 3

d)

In het gebied bij cijfer 4

3.

Bekijk het figuur hiernaast. Wat is de reden dat de historische binnenstad in West- Europese steden vaak in het centrum ligt?

a)

Men vond dit een mooie plek. Vooral voor de rijke bevolking.

b)

Het is het oudste gedeelte van een stad dus de rest van de stad is er omheen gebouwd.

c)

Dit was voor de bevolking de meest goedkoopste plek om te bouwen.

4.

Bekijk beide afbeeldingen hiernaast. In welk cijfer van het stadsmodel ligt de afrikaanderwijk?

a)

cijfer 1

b)

cijfer 2

c)

cijfer 3

d)

cijfer 4

5.

Bekijk de beide afbeeldingen hiernaast. Wat voor type wijk is de Afrikaanderwijk?

a)

Historische binnenstad

b)

CBD

c)

Oude Woonwijk

d)

Woonwijken na 1920

6.

Bekijk de afbeelding hiernaast? Is dit cityvorming of niet?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Waarom is hier wel of geen sprake van Cityvorming?

a)

Er is hier sprake van cityvorming omdat bij cityvorming worden woonhuizen verdrongen door kantoren en winkels. Op de Kop van Zuid wordt plaats gemaakt voor werken.

b)

Nee want bij cityvorming worden woonhuizen verdrongen door

kantoren en winkels. Op de Kop van Zuid wordt niet alleen plaats gemaakt voor werken, maar ook voor wonen en vrije tijd.

8.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip binnenstad?

a)

Stadswijk met een hoge woningdichtheid, gebouwd tussen 1870 en 1920 voor industriearbeiders.

b)

Woonwijk waar de leefbaarheid tekortschiet.

c)

het kantoren-, winkel-, en uitgaansgebied van een stad.

d)

oudste deel en centrum van een stad / middeleeuwse centrum met oude gebouwen, smalle kronkelende straatjes en een grachten er omheen.

9.

Wat is de juiste omschrijving van selectieve migratie?

a)

iemand die zijn eigen woongebied verlaat door gebrek aan werk en geld.

b)

Migratie vanwege bepaalde kenmerken zoals leeftijd, inkomen of opleiding.

c)

De migratie van de stad naar het platteland.

d)

De migratie van het platteland naar de stad.

10.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip stedelijke vernieuwing?

a)

Het opknappen van oude huizen zodat ze voldoen aan moderne woonwensen

b)

Herstel van oude en waardevolle gebouwen.

c)

Vernieuwen van woonwijken zodat de leefbaarheid verbetert.

d)

Een gebied opnieuw inrichten inrichten, vaak met verandering van ruimtegebruik.

11.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip automatisering?

a)

afname van het aantal jongeren (onder de 20 jaar) in de bevolking.

b)

Toename van het aantal ouderen (65+) in de bevolking.

c)

vervanging van arbeid door computers en computerprogramma's.

12.

De havens bij de binnenstad waren ....1.....Het havengebied is daarom heringericht met ...2...

a)
  1. vanwege aangescherpte luchtvervuilingsregels niet meer toegankelijk voor grote vrachtschepen en 2. grote parken om Rotterdam groener en dus aantrekkelijker te maken
b)
  1. vanwege aangescherpte luchtvervuilingsregels niet meer toegankelijk voor grote vrachtschepen en 2. woningen, kantoren en voorzieningen
c)
  1. niet groot genoeg voor moderne schepen en 2. grote parken om Rotterdam groener en dus aantrekkelijker te maken
d)
  1. niet groot genoeg voor moderne schepen en 2. woningen, kantoren en voorzieningen
13.

De oude havengebieden bij de binnenstad van Rotterdam hebben nieuwe functies gekregen. Kies de drie begrippen die hier bij horen.

a)

compacte stad-beleid

b)

suburbanisatie

c)

re-urbanisatie

d)

stedelijke vernieuwing

e)

cityvorming

14.

Welke uitspraak is waar? Kies de juiste antwoorden.

a)

De historische binnenstad hoort bij het stadscentrum.

b)

De begrippen binnenstad en stadscentrum betekenen hetzelfde.

c)

Het stadscentrum is meestal groter dan de historische binnenstad.

d)

Een centraal station bevindt zich meestal in de historische binnenstad.

e)

De begrippen centrale zakenwijk, central business district en stadscentrum betekenen hetzelfde.

15.

Kan jij de tekst kloppend maken? Door de uitbreiding van culturele voorzieningen als .....A.... en .....B...... is het toerisme in Rotterdam toegenomen. Als toeristen een restaurant of een café bezoeken, is dat gunstig voor de eigenaren van die horecagelegenheden. Het zijn bedrijven in de .......C......

a)

A= clubs en bioscopen, B= opvallende bouwstijlen, C= commerciële dienstensector

b)

A= Station, B = opvallende bouwstijlen, C=quartiere sector

c)

A= clubs en bioscopen, B= aantrekkingskracht historische binnenstad, C= commerciële dienstensector

d)

A= Station, B= aantrekkingskracht historische binnenstad, C= quartiere sector

16.

Wat is geen goed voorbeeld van selectieve migratie?

a)

Vooral jongeren trekken weg uit de Nederlandse grensgebieden, ouderen blijven achter.

b)

Veel hoogopgeleiden verhuizen vanuit Afrikaanse landen naar Europa.

c)

Veel bewoners van Braziliaanse krottenwijken (favela’s) knappen hun huis op als hun inkomen stijgt, maar sommige bewoners met goede inkomens besluiten naar een betere wijk te verhuizen.

d)

In China worden veel traditionele stadswijken gesloopt om plaats te maken voor hoogbouw. De oude bewoners verhuizen vaak naar flatwijken aan de rand van de stad.

17.

Rotterdam doet veel aan stedelijke vernieuwing. Wat is het belangrijkste doel van stedelijke vernieuwing?

a)

Verbeteren van de voorzieningen.

b)

Verbeteren van de leefbaarheid.

c)

Verbeteren van de inrichting.

d)

Verbeteren van de leefomgeving.

18.

Welke maatregel heeft NIET bijgedragen aan de verbetering van de sfeer in het centrum van Rotterdam?

a)

De ontwikkeling van het nieuwe station en het stationsgebied.

b)

De scheiding van woon-, kantoor- en winkelgebieden.

c)

De moderne hoogbouw en bijzondere architectuur waar toeristen op af komen.

d)

De uitbreiding van de voorzieningen.

e)

De herinrichting van oude havengebieden.

19.

Vernieuwing van Rotterdam Centraal was hard nodig. Wat was GEEN reden om deze vernieuwingen door te zetten?

a)

De ruimtes op het station waren verouderd en niet geschikt als visitekaartje van Rotterdam.

b)

De toegang tot het stadscentrum verbeteren voor 200.000 inwoners van Rotterdam Zuid die door de rivier en de oude havens waren afgesneden van het stadscentrum.

c)

Het inwonertal van Rotterdam is toegenomen, evenals het aantal banen in de omgeving van het station.

d)

Het station is een belangrijkere rol gaan spelen op internationaal schaalniveau door de aansluiting van het station op de Thalys.

20.

Welk rijtje beroepen behoren tot de quartaire sector?

a)

Brandweerman, docente, rechter en verpleger

b)

Bioscoopmedewerker, serveerster en chauffeur van een touringcardienst

21.

Waar zal in de Afrikaanderwijk vaker voor worden gekozen: voor sloop en nieuwbouw of voor renovatie?

a)

Voor sloop en nieuwbouw, omdat de meeste woningen oud en slecht gebouwd zijn.

b)

Voor sloop en nieuwbouw, omdat veel oude koopwoningen te groot en te duur zijn voor de huidige bewoners.

c)

Voor renovatie, omdat de meeste woningen na wat kleine ingrepen nog goed voldoen aan de huidige kwaliteitseisen en woonwensen.

d)

Voor renovatie, omdat het zonde is de bijzondere oude arbeiderswoningen uit het begin van de 20ste eeuw te slopen.

22.

Welke kenmerken hebben achterstandswijken vaak?

a)

veel huizen zijn gebouwd na 1980

b)

veel huizen zijn gebouwd vóór 1980

c)

vooral koopwoningen

d)

vooral huurwoningen

e)

lage huizenprijzen

23.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving: veranderingen in een arme woonwijk als rijke mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen

a)

restauratie

b)

renoveren

c)

gentrificatie

24.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving: de bewoners- en woningkenmerken van een woonwijk

a)

buurtprofiel

b)

gentrificatie

c)

demografische krimp

25.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving: de mate waarin een woonwijk geschikt is om er te leven

a)

leefbaarheid

b)

gentrificatie

c)

draagvlak

26.

Wat zou aan de woningblokken veranderen als er gentrificatie zou plaatsvinden?

a)

De gebouwen gaan tegen de vlakte en er komen groenvoorzieningen met bijvoorbeeld sportveldjes.

b)

Een deel van de woningblokken wordt opgeknapt.

c)

De woningblokken worden in hun geheel gerenoveerd.

d)

Een deel van de woningblokken wordt gesloopt en opnieuw opgebouwd.

e)

De gebouwen gaan tegen de vlakte en er worden nieuwe huizen neergezet.