Worksheets2LAT werkwoord en naamwoord eind oktober
Total questions: 20
Worksheet time: 13mins
Vertaal paraverunt
ze maken klaar
ze maakten klaar
ze worden klaargemaakt
ze zullen klaarmaken
Vertaal aude
durf
durven
hoor
luister
Vertaal incendam
ik stak in brand
ik heb in brand gestoken
ik steek in brand
ik zal in brand steken
Vertaal fuerunt
ze zijn geweest
ze waren geweest
ze waren
ze zullen zijn
Vertaal delevit
hij heeft vernield
hij had vernield
hij vernielt
het wordt vernield
Vertaal tangebantur
ze hebben aangeraakt
ze worden aangeraakt
ze werden aangeraakt
ze raakten aan
Vertaal cogitas
je denkt
ze dwingt
je hoedt
je brengt bijeen
Vertaal promitti
beloof!
beloofd worden
ik heb beloofd
beloven
Vertaal scribebatur
het werd geschreven
het is geschreven
het wordt geschreven
het zal geschreven worden
Vertaal metuisti
jullie hebben gevreesd
je hebt gevreesd
jullie vreesden
je wordt gevreesd
Determineer somniis. Geef alle mogelijkheden.
abl mv
acc mv
gen enk
dat mv
Determineer umbra. Geef alle mogelijkheden.
abl enk
nom enk
acc mv
nom mv
Determineer facili. Geef alle mogelijkheden.
abl m enk
nom o enk
dat m mv
gen v enk
Determineer callidorum. Geef alle mogelijkheden.
acc m enk
nom o enk
gen m mv
gen v mv
Determineer regionis. Geef alle mogelijkheden.
gen m enk
gen v enk
acc v mv
nom v mv
Determineer tauro. Geef alle mogelijkheden.
dat m enk
abl m enk
dat o enk
abl o enk
Determineer ventum. Geef alle mogelijkheden.
nom o enk
acc o enk
acc m enk
gen m mv
Determineer officii. Geef alle mogelijkheden.
gen o enk
dat o enk
abl o enk
gen m enk
Determineer potentes. Geef alle mogelijkheden.
nom m mv
acc m mv
nom v mv
acc v mv
Determineer reginae. Geef alle mogelijkheden.
nom v mv
gen v enk
dat v enk
abl v enk
