wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Statistiek | Kentallen

Total questions: 19

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Op een verjaardagsfeest hebben de aanwezigen de leeftijden: 17, 20, 22, 17, 19, 21 en 68 jaar.

Welke centrummaat is het meest geschikt om te gebruiken?

Probeer voor jezelf te verklaren waarom.

a)

Gemiddelde & Mediaan

b)

Modus

c)

Mediaan

d)

Modus of Mediaan

2.

Van 10 leerlingen is de haarkleur: blond, rood, bruin, bruin, zwart, bruin, bruin, blond, bruin, blond.

Welke centrummaat is het meest geschikt om te gebruiken?

a)

Gemiddelde & Mediaan

b)

Modus

c)

Mediaan

d)

Modus of Mediaan

3.

Een verkoper verkoopt op de zes werkdagen van de week de volgende aantallen fietsen: 8, 7, 4, 5, 8, 6

Welke centrummaat of -maten is/zijn het meest geschikt om te gebruiken?

a)

Gemiddelde & Mediaan

b)

Modus

c)

Mediaan

d)

Modus of Mediaan

4.

Bij een natuurkundeproef meten 10 leerlingen het volume van dezelfde glazen bol. De metingen leveren op: 48, 48, 48, 48, 53, 48, 48, 48, 48, 48 cm3.

Welke centrummaat is het meest geschikt om te gebruiken?

a)

Gemiddelde & Mediaan

b)

Modus

c)

Mediaan

d)

Modus of Mediaan

5.

Welke variabelen zijn hier kwantitatief?

a)

Leeftijd

b)

Geslacht

c)

Je profielkeuze

d)

Het gemiddelde van je rapportcijfers

6.

Welke variabelen zijn hier kwalitatief?

a)

De mate van tevredenheid op je school van 1 t/m 5

b)

Geslacht

c)

Je profielkeuze

d)

De gemiddelde lengte van je klasgenoten

7.

Hier zie je wat de leerlingen de afgelopen weken aan fastfood hebben gegeten.

Bereken het gemiddelde op 1 decimaal nauwkeurig.

Geef alleen het getal

(a)  

8.

Hier zie je wat de leerlingen de afgelopen weken aan fastfood hebben gegeten.

Geef de modus.

(a)  

9.

Hier zie je wat de leerlingen de afgelopen weken aan fastfood hebben gegeten.

Bereken de mediaan.

(a)  

10.

De scores van 40 toetsen van leerlingen A, B, C zijn verwerkt in een boxplot. Geef de spreidingsbreedte van leerling A.

(a)  

11.

De scores van 40 toetsen van leerlingen A, B, C zijn verwerkt in een boxplot. Geef de (inter)kwartielafstand van leerling B.

(a)  

12.

De scores van 40 toetsen van leerlingen A, B, C zijn verwerkt in een boxplot. Bij welke leerling is de spreiding het grootst. Probeer voor jezelf het te beredeneren, waarom?

(a)  

13.

De scores van 40 toetsen van leerlingen A, B, C zijn verwerkt in een boxplot. Stel dat de maximale score bij leerling A verandert naar 80. Wat verandert er dan niet?

Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Het gemiddelde

b)

(Inter)kwartielafstand

c)

Spreidingsbreedte

d)

De mediaan

14.

Welke van de twee spreidingsmaten is gevoelig voor uitschieters?

a)

Spreidingsbreedte

b)

(Inter)kwartielafstand

15.

Bij een kwaliteitscontrole zijn er 50 zakken aardappelen op gewicht gecontroleerd.

Bereken zonder je GR te gebruiken de mediaan.

Geef alleen het getal in 1 decimaal nauwkeurig.

(a)  

16.

Bij een kwaliteitscontrole zijn er 50 zakken aardappelen op gewicht gecontroleerd.

Bereken zonder je GR te gebruiken de kwartielafstand.

Geef alleen het getal in 1 decimaal nauwkeurig.

(a)  

17.

Bij een kwaliteitscontrole zijn er 50 zakken aardappelen op gewicht gecontroleerd.

Bereken zonder je GR te gebruiken de spreidingsbreedte.

Geef alleen het getal in 1 decimaal nauwkeurig.

(a)  

18.

Bij een kwaliteitscontrole zijn er 50 zakken aardappelen op gewicht gecontroleerd.

Bereken met je GR het gemiddelde gewicht.

Geef alleen het getal in 2 decimalen nauwkeurig.

(a)  

19.

Bij een kwaliteitscontrole zijn er 50 zakken aardappelen op gewicht gecontroleerd.

Bereken met je GR het de standaardafwijking.

Geef alleen het getal in 2 decimalen nauwkeurig.

(a)