wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bronnen Tijdvak 1-4 oefenen incl Domein A

Total questions: 18

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Op deze bron zie je Frankische koning Clovis gedoopt worden tot het christendom (in 499). De bron is afkomstig uit een geschiedenisboek geschreven door monniken in de 14e eeuw.


Welke uitspraken passen bij deze bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron is een primaire bron over het leven van Clovis

b)

Deze bron is representatief voor de doop van mensen in de 5e eeuw.

c)

Deze bron kan in verband worden gebracht met de investituurstrijd de geestelijken zijn groot en de koning is klein afgebeeld.

d)

Deze bron komt uit de tijd van steden en staten

2.

Op de afbeelding zijn hunebedden in Drenthe te zien.


Welke uitspraken passen bij deze bron? (meerdere opties mogelijk)

a)

Deze bron past bij de periode prehistorie.

b)

Deze bron is een primaire bron van de prehistorische graven in Nederland

c)

Deze bron past bij het K.A. "Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen".

d)

Deze bron is bruikbaar bij onderzoek naar jagers-verzamelaars in Noord-Europa.

3.

Deze Engelse bron is gemaakt op basis van archeologische opgravingen in een deel van Engeland.


Welke uitspraken passen bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron is betrouwbaar.

b)

Deze bron geeft een representatief beeld van het domeinstelsel.

c)

Dit is een secundaire bron.

d)

De bron past bij de periode middeleeuwen

4.

Op de afbeelding zie je het Colosseum in Rome.


Welke van de uitspraken past bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Dit is een representatief voorbeeld van de Grieks-Romeinse vormentaal.

b)

Deze bron past bij het K.A. "De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde".

c)

Deze bron past bij de periode Oudheid

d)

Deze bron past bij het begrip "romanisering"

5.

Al-Baladhuri over Abu Bakr (ongeveer 890)


'Toen Abu Bakr had afgerekend met de afvalligen, besloot hij zijn troepen tegen Syrië te richten. Daartoe schreef hij aan het volk van Mekka, aan al-Ta’if, al-Yaman en alle Arabieren in de Najd en de Hijaz en riep hen op voor een jihad en maakte hen daarvoor enthousiast en ook voor de buit die ze op de Romeinen zouden veroveren. Daarom haastten de mensen zich uit alle richtingen naar Abu Bakr en naar Medina, zowel degenen die werden bewogen door hebzucht als degenen die hoopten op een goddelijke beloning.'


Welke uitspraken passen bij deze bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron past bij het Tijdvak: Tijd van ridders en monniken

b)

Deze bron geeft de oorzaak van een aanval op het Oost-Romeinse Rijk.

c)

Deze bron past bij het K.A. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa

d)

Dit is een secundaire bron

6.

Op de kaart is het gebied van de Vruchtbare halve maan weergegeven.


Welke uitspraken passen bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Dit is een primaire bron

b)

Deze bron past bij het K.A. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

c)

Deze bron is representatief voor het begrip polytheïsme

d)

Deze bron is een oorzaak van de prehistorie

7.

Op de bron is de Sfinx en de piramide van Gizeh te zien.


Welke uitspraken passen bij deze bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron past bij het K.A. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

b)

De Sfinx is een primaire bron

c)

Deze bouwwerken zijn gebouwd door de eerste boeren in de Vruchtbare halve maan

d)

Deze bouwwerken zijn representatief voor de bouwwerken in Mesopotamië

8.

De bron laat het oudste ooit gevonden loonstrookje ter wereld zien. De werknemer uit Mesopotamië werd uitbetaald in bier.


Welke uitspraken passen bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron past bij de prehistorie

b)

Dit is een primaire bron

c)

Deze bron is betrouwbaar

d)

Deze bron past bij het K.A. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

9.

De bron laat een Fries ijzeren zwaard zien uit de 8e eeuw, gevonden in Hippolytushoef (Noord-Holland) in 2006.


Welke uitspraken passen bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Deze bron is bruikbaar bij een onderzoek naar de Friese adel in de middeleeuwen

b)

Dit is een secundaire bron

c)

Deze bron past bij het K.A. De verspreiding van het christendom in geheel Europa

d)

Deze bron past bij het tijdvak: Tijd van monniken en ridders

10.

De afbeelding is een schoolplaat gemaakt aan het begin van de 20e eeuw voor het onderwijs, die de kade van Hanzestad Kampen (in Overijssel) laat zien in het jaar 1441.


Welke uitspraken passen bij deze bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Dit is een secundaire bron

b)

Kampen had stadsrechten in 1441

c)

Deze bron past bij het K.A. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch urbane samenleving

d)

De bron is betrouwbaar

11.

Deze bron is gevonden in Midden-Afrika en uit ca. 11.000 v. Chr.


Welke uitspraken passen bij de bron? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

De bron is een gevolg van de landbouwrevolutie

b)

De bron past bij het K.A. De levenswijze van jagers-verzamelaars

c)

De bron is representatief voor bronnen uit de prehistorie

d)

De bron is bruikbaar bij onderzoek naar de rol van vrouwen in de Tijd van jagers en boeren.

12.

Welke kenmerken horen bij de eerste nomadische samenlevingsvorm?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Mensen leefden in kleine groepen

b)

Mannen richtten zich voornamelijk op de jacht, vrouwen richtten zich voornamelijk op het verzamelen van vruchten en noten.

c)

De nomadische samenleving was het gevolg van het domeinstelsel

d)

Nomadische samenlevingen lieten geen bouwwerken na

13.

Welke kenmerken horen bij de eerste landbouwsamenleving?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

De eerste landbouwsamenlevingen ontstonden naast rivieren

b)

De eerste landbouwsamenlevingen ontwikkelde het Schrift

c)

De eerste landbouwsamenlevingen in Nederland bouwde terpen om op te wonen

d)

De eerste landbouwsamenlevingen stonden onder toezicht van een stamhoofd

14.

Welke kenmerken passen bij de eerste landbouw-stedelijke samenlevingen?


Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Stadsrechten werden gekocht van de adel

b)

Schrift werd uitgevonden voor handel en politiek

c)

Machtige steden vormde samen met het omliggende land en dorpen een stadstaat

d)

Er ontstond een gelaagde samenleving

15.

Welke kenmerken passen bij de landbouwsamenleving die ontstond in middeleeuwen van (West-) Europa.

a)

Horigen leefden binnen de grenzen van het domein (vrijwel) zonder contact met andere domeinen

b)

het weer terugvallen tot een landbouwsamenleving was het gevolg van de volksverhuizingen en de val van het West-Romeinse Rijk

c)

Het Schrift was vrijwel alleen bekend bij de stand van de geestelijken

d)

Domeinen werden bestuurd vanuit het feodale stelsel

16.

Welke kenmerken passen bij de landbouw-stedelijke samenleving die in de late middeleeuwen ontstond?

a)

De adel verloor macht als gevolg van de machtig wordende steden.

b)

Door opleving van de handel ontstonden er nieuwe steden en groeide oude steden.

c)

Als continuïteit met de vroege middeleeuwen bleef het domeinstelsel bestaan.

d)

De adel versterkte hun macht door centralisatie van het bestuur

17.

Welke uitspraken over het christendom zijn juist?


Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Het christendom is ontstaan uit het jodendom

b)

Het christendom werd in Europa verspreid door monniken

c)

Veel hedendaagse christelijke feesten zijn eigenlijk heidense feesten

d)

De Paus wilde als leider van de Europese christelijke kerk zijn macht vaststellen tijdens de investituurstrijd.

18.

Wat moet ik doen bij een bronvraag op de toets/ het SE?

a)

Kernbegrippen uit de vraag verklaren

b)

Via de 5W+H vragen de kernfragmenten uit de bron halen

c)

Kernbegrippen en bronfragmenten verklaren met behulp van je kennis

d)

Een conclusie op de vraag formuleren op basis van de bron en bijpassende argumentatie