Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Gouden eeuw - Handelskapitalisme

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

de gouden eeuw duurde van

a)

1700 tot 1800

b)

1800 tot 1900

c)

1600 tot 1700

d)

1300 tot 1400

2.

de Staten Generaal ligt in

a)

Amsterdam

b)

Rotterdam

c)

Wageningen

d)

Den Haag

3.

wat is turf?

a)

natte klei

b)

gedroogd veen

c)

zand geschikt voor zandbakken

d)

een plas water

4.

Tijdens de gouden eeuw

a)

waren alle mensen rijk

b)

waren alle mensen arm

c)

waren alleen bestuurders en handelaren rijk

d)

was er nauwelijks oorlog

5.

Wat is een oorzaak van het ontstaan van de Oostzeehandel?

a)

Steden groeiden, boeren konden niet genoeg graan produceren voor iedereen en daarom werd het uit het Oostzeegebied gehaald

b)

De Republiek wilde meer verdienen met het verhandelen van graan en hout en daarom haalden ze een overschot uit het Oostzeegebied

c)

Oogsten in de Republiek waren mislukt, daardoor was er niet genoeg voedsel en moest het uit het Oostzeegebied worden gehaald

6.

welk begrip hoort bij de volgende uitleg: boeren produceren niet alleen voedsel voor hun eigen dorp, maar richten zich ook op het produceren van bv. kaas, hennep, boter voor de verkoop in heel de Republiek en erbuiten

a)

Handelskapitalisme

b)

Commerciële landbouw

c)

Stapelmarkt

d)

Moedernegotie

7.

Welke twee groepen mensen vluchtten vooral in de 17e eeuw naar de Republiek en waarom?

a)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:godsdienst) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

b)

Katholieke vluchtelingen uit het zuiden van Europa (reden:geloof) en Antwerpse handelaren (reden:oorlog en handel)

c)

Protestantse en Joodse vluchtelingen uit het Zuiden (reden:geloof) en Franse handelaren (reden:oorlog en handel)

d)

Seizoensarbeiders uit het Heilige Roomse Rijk (nu Duitsland) en Engelse handelaren (reden:Acte van Navigatie)

8.

Wat betekent het begrip tolerantie?

a)

Verdraagzaamheid tegenover mensen die anders denken en handelen dan dat jij doet, en die mensen in hun waarde laten

b)

Mensen vrij laten denken in hun geloof, zolang ze het maar niet uiten

c)

Mensen eerst anders laten denken dan dat jij doet, maar ze uiteindelijk wel leren hetzelfde te denken

d)

Mensen laten onderzoeken en ontdekken wat ze willen, ook al is het tegen de wil van de kerk in.

9.

Stelling: de Republiek had in de 17e eeuw godsdienstvrijheid

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Waarom was de Republiek in de 17e eeuw een goede plaats voor wetenschappers?

a)

De Republiek was tolerant. Sommige onderzoekers voelden zich zo vrij dat ze zeiden dat je niet alle wijsheid en kennis in de Bijbel kon vinden en gingen ontdekken waar dan wel.

b)

De Republiek had godsdienstvrijheid. Hierdoor mochten wetenschappers onderzoeken wat ze wilden.

c)

De protestantse kerk had veel geld en betaalde daarmee veel wetenschappers om belangrijke ontdekkingen te doen

11.

Over welke tijd gaat dit hoofdstuk?

a)

17e eeuw: de Gouden eeuw

b)

16e eeuw: de Gouden eeuw

c)

18e eeuw: de wetenschappelijke revolutie

d)

16e eeuw: de tachtigjarige oorlog

12.
In Amsterdam worden allerlei goederen opgeslagen in pakhuizen. Vanuit daar worden ze verder verhandeld. Amsterdam is een...
a)
wereldstad
b)
beurs
c)
multinational
d)
stapelmarkt
13.

Wat gebeurde er in 1648?

a)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat de meest zuidelijke gewesten bij Spanje bleven horen.

b)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat Spanje de Republiek erkende.

c)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat de meest noordelijke gewesten voortaan verder zouden gaan als de Republiek.

d)

De Vrede van Münster werd gesloten waarin werd bepaald dat de noordelijke gewesten, wanneer zij belasting betaalden aan Spanje, zelf hun bestuurders mochten kiezen.

14.

Welke omschrijving past het beste bij de Moedernegotie?

a)

De handel met de Oostzee gebieden om hier graan en hout weg te halen. Deze handel zorgde ervoor dat de Nederlanders zich konden specialiseren en (bijna) alleen aan veeteelt deden.

b)

De handel met Zweden waar voornamelijk graan werd gekocht door de Nederlandse Hanze steden.

c)

De handel met Zweden waar vooral graan, gedroogd vlees en tin vandaan werd gehaald om vervolgens te verhandelen in de Republiek.

15.

Regenten zijn:

a)

Rijke kooplieden met een politieke functie die belangrijke handelsverdragen mogen sluiten.

b)

Mensen van adel die mee mogen praten over het bestuur van de Republiek.

c)

Bestuurders van de republiek. Zij behoren tot de bovenlaag van de bevolking en hebben politieke inspraak.

16.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

Onderschrift: de Joodse synagoge in Amsterdam (1639).

a)

Handelskapitalisme

b)

Monopolie

c)

Tolerantie

d)

Stapelmarkt

17.

In welk jaar viel de stad Antwerpen?

a)

1572

b)

1585

c)

1596

d)

1648

18.
Waarom wordt de Gouden Eeuw de Gouden Eeuw genoemd?
a)
Omdat het een tijd was waarin er veel geld verdient werd.
b)
Rijke periode waarin kunst, wetenschap & techniek opbloeiden
c)
Vanwege de VOC
d)
Het was een periode waarin veel in goud werd gehandeld
19.
Welke producten uit hun eigen land verkochten de Hollandse handelaren in de 17e eeuw aan de landen rond de Oostzee?
a)
Kaas, boter, textiel en ingezouten vis
b)
Katoen, tabak, rijst, suiker
c)
Negerslaven, geweren en gereedschap
20.
Wat is handelskapitalisme?
a)
Wanneer je geld uitgeeft aan handel met het doel winst te maken
b)
Wanneer je producten ruilt, zonder geld
c)
Wanneer je producten afpakt, zonder te betalen.