Font size
WorksheetsKlas 3. Proeftoets CH 2
Total questions: 38
Worksheet time: 40mins
Welk woord pas het best in de zin?
Kies uit: mieux, grâce à, détendue, pourtant, à cause de, prétentieux, bien sûr.
Thomas est très gentil. (a) il n'a pas beaucoup d'amis
Welk woord pas het best in de zin?
Kies uit: grâce à, détendue, pourtant, à cause de, prétentieux, bien sûr.
Ses camarades de classe n'aiment pas Thomas, parce qu'ils trouvent qu'il est très (a) .
Welk woord pas het best in de zin?
Kies uit: grâce à, détendue, mieux, pourtant, à cause de, prétentieux, bien sûr.
Thomas travaille beaucoup et c'est (a) ça qu'il est toujours le meilleur.
Wat is de Nederlandse vertaling van occuper?
bezetten
overdragen
bezighouden
vervangen
Wat is de Nederlandse vertaling van remplacer?
vervangen
dansen
travailler
acheter
Wat is de Franse vertaling van snel?
rapidement
l'air
pauvre
née
Wat is de Franse vertaling van naar mijn mening?
(a)
Wat is de Franse vertaling van het woord nemen?
(a)
Wat is de Franse vertaling van de volgende dag?
(a)
Wat is de Franse vertaling van een jaar geleden?
(a)
Zet het werkwoord venir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Nous (a) (futur)
Zet het werkwoord venir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Mathilde (a) (passé composé)
Zet het werkwoord venir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Alex et Noa (a) (imparfait)
Zet het werkwoord devenir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Tu (a) (futur) prof?
Zet het werkwoord revenir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Mon chat (a) (présent) toujours chez moi.
Zet het werkwoord partir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Je (a) (futur) en vacances
Zet het werkwoord sortir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Vous (a) (imparfait)
Zet het werkwoord domir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Il (a) (passé composé) dans son lit.
Zet het werkwoord servir in de juiste vorm. Let goed op de tijd:
Elle (a) (présent)
Kies het juiste bezittelijk voornaamwoord.
_________ (hun) chats sont très beaux.
leur
votre
vos
leurs
Kies het juiste bezittelijk voornaamwoord.
_________ (zijn) soeur est très gentille.
Son
Sa
Ses
Ta
______ (mijn) robe est très chique. Je l'ai acheté hier.
ma
ta
ses
mon
Kies het juiste bijvoeglijk naamwoord:
_______ (onze) prof de français n'est pas sévère.
nos
notre
nous
ma
Kies het juiste bezittelijk voornaamwoord.
J'ai seulement une amie. ______ (mijn) amie s'appelle Lina.
Ma
Mon
Ton
Mes
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de présent.
À l'école, ils (se demander) (a) pourquoi je suis fatigué
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de présent.
Nous (se lever) (a) toujours très tard le weekend.
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de présent.
Ma soeur (choisir) (a) une belle robe.
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de présent.
Nous (choisir) (a) un nouveau vélo
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de présent.
On (perdre) (a) toujours ce jeu
Zet het werkwoord tussen haakjes in de passé composé. Voeg waarnodig een extra -e/ -s / -es toe aan het voltooid deelwoord.
Sara (faire) (a) ses devoirs
Zet het werkwoord tussen haakjes in de passé composé. Voeg waarnodig een extra -e/ -s / -es toe aan het voltooid deelwoord.
Elle (être) (a) en vacances, quand même elle a bien préparé son cours
Zet het werkwoord tussen haakjes in de passé composé. Voeg waarnodig een extra -e/ -s / -es toe aan het voltooid deelwoord.
Nous (rencontrer) (a) nos nouveaux camarades de classe
Zet het werkwoord tussen haakjes in de passé composé. Voeg waarnodig een extra -e/ -s / -es toe aan het voltooid deelwoord.
Ils (aller) (a) en France.
Zet het werkwoord tussen haakjes in de passé composé. Voeg waarnodig een extra -e/ -s / -es toe aan het voltooid deelwoord.
Madame, vous (rester) (a) chez vous?
Zet het werkwoord tussen haakjes in de passé composé. Voeg waarnodig een extra -e/ -s / -es toe aan het voltooid deelwoord.
Elle (partir) (a) trop tôt.
Vertaal in het Frans:
Help me!
(a)
Vertaal in het Frans:
Krijg je zakgeld?
(a)
Vertaal in het Frans:
Goedendag, kan ik u helpen?
(a)
