wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formatieve test lezen Blok 2 (1) TH2

Total questions: 7

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste omschrijving van de hoofdgedachte van een tekst?

a)

De hoofdgedachte is het belangrijkste wat over het onderwerp in de tekst wordt gezegd.

b)

De hoofdgedachte is de hoofdzaak van het middenstuk van de tekst.

c)

De hoofdgedachte is de kernzin van de tekst die in de inleiding of het slot staat.

d)

De hoofdgedachte is de mening van de schrijver over het onderwerp van de tekst.

2.

Wat is het onderwerp van de tekst De Sint zegt niets lelijks meer over kinderen

a)

kinderen naar Spanje

b)

Luutje in de zak

c)

Sint en Piet in de klas

d)

Sinterklaasfeest

3.

Boven welke alinea past het tussenkopje Basisregels straffen het best?

a)

Alinea 2

b)

Alinea 3

c)

Alinea 4

d)

Alinea 5

4.

‘Drie basisregels van straffen werden door Sinterklaas met voeten getreden.’(al. 2) Wat doet iemand als hij ‘iets met voeten treedt’?

a)

alles met opzet voor een ander doen

b)

iemand onder de voet lopen

c)

straffen omdat dat zo hoort

d)

zich (bewust) niet aan de regels houden

5.

Wat is het deelonderwerp van alinea 3 en 4 samen?

a)

corrigerende tik

b)

dreigen

c)

dreigen en straffen

d)

opvoeden

6.

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

a)

Het is goed dat ouders niet meer dreigen en straffen met Sinterklaas om iets voor elkaar te krijgen bij hun kind.

b)

Het is jammer dat ouders niet meer dreigen en straffen met Sinterklaas om iets voor elkaar te krijgen bij hun kind.

c)

Het niet meer dreigen en straffen met Sinterklaas past niet meer in deze tijd en komt het Sinterklaasfeest ten goede.

d)

Het niet meer dreigen en straffen met Sinterklaas toont aan dat Sinterklaas niets lelijks meer zegt over kinderen.

7.

Met welk doel is deze tekst vooral geschreven?

a)

De lezer ergens van overtuigen.

b)

De lezer ergens voor waarschuwen.

c)

De lezer informatie geven.

d)

De lezer overhalen om iets wel of niet te gaan doen.