wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Compañeros 1, Unidad 2: gramática y vocabulario

Total questions: 24

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Welke dag van de week komt er na "lunes"?

(a)  

2.

Welke dag van de week komt er na "jueves"?

(a)  

3.

Hoe noemen we deze twee dagen in het Nederlands?

"sábado y domingo"

a)

dagen van de week; dinsdag en woensdag

b)

het weekend; vrijdag en zaterdag

c)

het weekend; zaterdag en zondag

4.

Staan de dagen van de week op goede volgorde?

Lunes, martes, jueves, miércoles, viernes, domingo, sábado

a)

b)

No

5.

De juiste vertaling van het rangtelwoord "vijfde"?

a)

décimo/a

b)

octavo/a

c)

primero/a

d)

quinto/a

6.

De juiste vertaling voor het rangtelwoord "tweede"?

a)

tercero/a

b)

segundo/a

c)

sexto/a

d)

noveno/a

7.

De juiste vertaling voor het rangtelwoord "vierde"?

a)

cuarto/a

b)

séptimo/a

c)

segundo/a

d)

quinto/a

8.

Staan de rangtelwoorden op goede volgorde?

Sexto, séptimo, octavo, noveno, décimo

a)

b)

No

9.

Wat is de Nederlandse vertaling voor het schoolvak "informatica"?

(a)  

10.

Wat is de Nederlandse vertaling voor het schoolvak "educación física"?

(a)  

11.

Wat is de juiste Spaanse vertaling voor het schoolvak "geschiedenis"?

(a)  

12.

Wat is de juiste Spaanse vertaling voor het schoolvak "Engels"?

(a)  

13.

Betekent "química" scheikunde in het Nederlands?

a)

b)

No

14.

Betekent "matemáticas" aardrijkskunde in het Nederlands?

a)

b)

No

15.

Wat vragen we in het Spaans om te zeggen: wat heb je het tweede uur op donderdag?

a)

Tengo el jueves a segunda hora...

b)

¿Qué tienes a segunda hora el miércoles?

c)

¿Qué tienes a segunda hora el jueves?

d)

¿Qué tienes a primera hora el jueves?

16.

Hoe antwoorden we in het Spaans op de vraag: wat heb je het tweede uur op donderdag? (ik heb)

(a)  

17.

Kies de juiste vorm van het werkwoord SER:

Maria y yo ... holandesas

a)

somos

b)

soy

c)

sois

d)

son

18.

Kies de juiste vorm van het werkwoord SER:

Tú ... profesor

a)

soy

b)

eres

c)

es

d)

ers

19.

Is deze zin correct gemaakt in het meervouw?

Estos bolígrafos son rojo

a)

b)

No

20.

Is deze zin correct gemaakt in het meervoud?

Las pizarras son grandes

a)

b)

No

21.

Is deze zin correct gemaakt in het meervoud?

Estes niños es altos

a)

b)

No

22.

Kies de juiste vorm van het werkwoord SER:

Gabriela y su familia ... argentinos

a)

es

b)

sois

c)

son

d)

eres

23.

Maak van het volgende woord het meervoud:

reloj

(a)  

24.

Maak van het volgende woord het meervoud:

día

(a)