wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz PDG 04-11-2020 (Elektrotechniek)

Total questions: 19

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

De spanning wordt uitgedrukt in ?

a)

Spanning

b)

Ampere

c)

Stroom

d)

Volt

2.

Op de meeste wandcontactdozen staat een spanning van ?

a)

12V

b)

16A

c)

220V

d)

230V

3.

Een stroom van 10 ampère schrijven wij als ?

a)

10mA

b)

10Am

c)

10 A

d)

10 m

4.

Een korte dikke koperen kabel heeft een:

a)

Hoge weerstand

b)

Lage weerstand

c)

Slechte weerstand

d)

Goede weerstand

5.

De stroom moet zich door de gloeidraad van een lamp heen een weg banen, deze barrière noemen we in de elektrotechniek de:

a)

Spanning

b)

Voltage

c)

Ampère

d)

Weerstand

6.

In formules geven we de weerstand aan met de letter:

a)

R

b)

r

c)

V

d)

A

7.

In de wet van Ohm schrijven wij voor de spanning de letter:

a)

R

b)

A

c)

V

d)

U

8.

In de wet van Ohm schrijven wij voor de stroom de letter:

a)

R

b)

A

c)

I

d)

U

9.

In de wet van Ohm schrijven we voor de weerstand de letter:

a)

R

b)

A

c)

V

d)

U

10.

Om het vermogen te berekenen gebruiken wij de formule:

a)

U=I.R

b)

I=U.R

c)

P=u.I

d)

U=P.I

11.

je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

a)

Batterij

b)

krokodillen tangen

c)

schakelaar

d)

gebroken draad

12.
Het plaatje is het symbool van een:
a)
Batterij
b)
Een gesloten schakelaar
c)
Een geopende schakelaar
d)
Een lamp
13.

Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?

a)

Als het rode draad in de plus kant zit en het zwarte draad in de min kant

b)

Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten

c)

Alleen als de stroomkring gesloten is

d)

Alle drie de antwoorden zijn juist

14.

wat is dit?

a)

ijzerdraad

b)

binddraad

c)

soldeertin

d)

elektriciteitsdraad

15.
Het licht op je fiets werkt op elektriciteit. Om elektriciteit te krijgen heb je een spanningsbron nodig.Welk antwoord bevat alleen maar spanningsbronnen?
a)
Batterij, spaarlamp, generator
b)
Kachel, gloeilamp, batterij
c)
Dynamo, generator, batterij
d)
Oven, spaarlamp, dynamo
16.
a)

Rolmeter

b)

Plooimeter

c)

Multimeter

d)

Anders

17.

Waar hoort dit symbool bij

a)

gloelamp

b)

cel

c)

batterij

d)

weerstand

18.

Dit is het symbool voor een_____?

a)

Transformator

b)

TL-lamp

c)

Elektro motor

d)

Batterij

19.

Dit is het symbool voor

a)

een stroomsterkte meter

b)

een voltmeter

c)

een meter

d)

een motor