wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HAVO5 - Voorbereiding TW1

Total questions: 15

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Welke formule is juist?

a)

Y = C + B - S

b)

Y = C + B + S + (E-M)

c)

C = Y - B - S

d)

B = S + Y - I

2.

Het verschil tussen bruto binnenlands product en netto binnenland product wordt bepaald door

a)

De afschrijvingen

b)

Het saldo van de primaire inkomens

c)

Het saldo van de kostprijsverhogende belastingen en de kostprijsverlagende subsidies

d)

Het saldo van de inkomensoverdrachten

3.

Het verschil tussen bruto binnenlands product en bruto nationaal product wordt bepaald door

a)

De afschrijvingen

b)

Het saldo van de primaire inkomens

c)

Het saldo van de kostprijsverhogende belastingen en de kostprijsverlagende subsidies

d)

Het saldo van de inkomensoverdrachten

4.

Indien de overheid een positief saldo heeft dan

a)

Waren de belastinginkomsten lager dan de overheidsuitgaven

b)

Waren de indirecte belastingen per saldo groter dan de overdrachtsuitgaven

c)

Gaat in de monetaire kringloop de pijl van overheid naar financiële instellingen

d)

Voldoet het land aan de gestelde EMU norm van een tekort van maximaal 3% van het bbp.

5.

REKENEN


Een economie kent een gemiddelde groei van 1,8% per jaar. De groei over periode van 10 jaar bedraagt dan...

a)

18%

b)

18,18%

c)

19,53%

6.

REKENEN


Het reële BBP is in een periode toegenomen met 4,3%. Daarnaast is bekend dat in diezelfde periode de inflatie 5% bedroeg.


Bereken met hoeveel procent de nominale lonen in die periode zijn veranderd.

a)

0,67%

b)

9,30%

c)

9,52%

d)

21,5%

7.

Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek werkt

a)

Denivellerend omdat de lage inkomensgroepen daar momenteel het minst sterk van profiteren

b)

Denivellerend omdat de hoge inkomensgroepen daar momenteel het minst van profiteren

c)

Nivellerend omdat de lage inkomensgroepen daar momenteel het meest van profiteren

d)

Nivellerend omdat de hoge inkomensgroepen daar momenteel het meest van profiteren

8.

De verhogen van de algemene heffingskorting werkt

a)

Nivellerend omdat lage inkomensgroepen daar relatief sterk van zullen profiteren

b)

Nivellerend omdat hoge inkomensgroepen daar relatief sterk van zullen profiteren

c)

Denivellerend omdat lage inkomensgroepen daar relatief sterk van zullen profiteren

d)

Denivellerend omdat hoge inkomensgroepen daar relatief sterk van zullen profiteren

9.

Welke uitspraak is juist?

a)

(S-I) = -70

b)

(B-O) = 20

c)

Het saldo op de lopende rekening is + 50

d)

In een kringloop komen uitsluitend goederenstromen voor

10.

Welke uitspraak is juist?

a)

De armste helft van de bevolking verdient precies de helft van het inkomen

b)

In punt C is sprake van een gelijke verdeling van het inkomen

c)

De rijkste 20% verdient 38% van het inkomen

d)

De rijkste 20% verdient 62% van het inkomen

11.

Op basis van een Lorenzcurve kan worden bepaald hoe hoog het inkomen van iemand is.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Als Nederland een vaccin voor het corona virus uit Duitsland besteld dan wordt de verwerkt op de ... rekening van de betalingsbalans

a)

Goederenrekening

b)

Dienstenrekening

c)

Inkomensrekening

d)

Kapitaalrekening

13.

Als Nederlanders op vakantie gaan in Italie dan

a)

Is dat een uitgave op de Italiaanse lopende rekening van de betalingsbalans

b)

Is dat een inkomst op de Italiaanse lopende rekening van de betalingsbalans

c)

Is dat een uitgave op de Italiaanse kapitaalrekening van de betalingsbalans

d)

Is dat een inkomst op de Italiaanse kapitaalrekening van de betalingsbalans

14.

Een Nederlander investeert in aandelen van Starbucks in Amerika. Jaarlijks ontvang hij daardoor dividend.


Welke uitspraak is juist?

a)

De investering wordt als uitgave geboekt op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans

b)

De investering wordt als uitgave geboekt op de kapitaalrekening van de Nederlandse betalingsbalans

c)

De investering wordt als uitgave geboekt op de lopende rekening van de Amerikaanse betalingsbalans

d)

De investering wordt als uitgave geboekt op de kapitaalrekening van de Nederlandse betalingsbalans

15.

Een Nederlander investeert in aandelen van Starbucks in Amerika. Jaarlijks ontvang hij daardoor dividend.


Welke uitspraak is juist?

a)

Dividend is een vorm van arbeidsinkomen en komt daarom om de inkomensrekening van de betalingsbalans

b)

Dividend is een beloning van de productiefactor kapitaal

c)

Dividend is een beloning van de productiefactor ondernemerschap

d)

Dividend wordt geboekt als inkomst op de inkomensrekening van de betalingsbalans