wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Metro gered 2

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De stripheld Donald Duck deed in 1955 zijn intrede op televisie.

Dat betekent dat …

a)

Donald Duck in die tijd niet meer zo populair was als daarvoor.

b)

Donald Duck al een paar jaar te zien was op televisie.

c)

vanaf dat jaar Donald Duck op televisie te zien was.

d)

vanaf dat jaar Donald Duck na lange tijd niet meer op televisie te zien was.

2.

Een verkeersongeluk loopt maar net goed af voor een vrouw in Polen. Een auto rijdt recht op haar af, maar ze springt net op tijd achter een lantaarnpaal. Zij was gelukkig ongedeerd.


Wat ben je als je ongedeerd bent?

a)

niet geschrokken

b)

niet uitgegleden

c)

zonder verwondingen

d)

zonder boodschappen

3.

In welke zin is relatief niet in de juiste betekenis gebruikt?

a)

Mijn buurjongen haalt relatief hoge cijfers op school.

b)

Die meubelwinkel verkoopt relatief dure meubels.

c)

De auto van de buren is relatief kapotgegaan tijdens die lange rit.

d)

Er gaan relatief veel kinderen op zaterdag naar een sportclub.

4.

Welk woordenrijtje past bij de constructie?

a)

opzoeken – het recept – klaarmaken

b)

het ontwerp – bouwen – maken

c)

de wedstijd – de rivaal – winnen

d)

de invloed – de macht – de baas spelen

5.

Kies de goede antwoorden. Er zijn twee antwoorden goed.

In welke zinnen is de noodzaak op de juiste manier gebruikt?

a)

Er was een noodzaak gebeurd in het zwembad, gelukkig waren er geen gewonden.

b)

Ik heb geen fiets of auto, dus is het noodzaak om de trein te nemen naar mijn werk.

c)

Het optreden van de artiest was fantastisch, de noodzaken werden allemaal meegezongen.

d)

De ministers in Nederland en België vragen ons om de grens niet over te steken, behalve als er een noodzaak voor is.

6.

Mijn vader legt een vijver aan in de tuin. Wat doet mijn vader?

a)

Hij laat zien waar de vijver komt.

b)

Hij maakt een vijver.

c)

Hij geeft de planten water.

d)

Hij laat de vijver ongedeerd.

7.

Maak de zin af.

Ik ben er niet helemaal gerust op dat hij zijn mond zal kunnen houden. Als je ergens niet gerust op bent, dan …

a)

ben je ergens vrij zeker van.

b)

ben je niet goed uitgerust.

c)

heb je er geen vertrouwen in.

d)

heb je er geen weet van.

8.

Kies het goede antwoord.

Wat past op de open plek in de zin?


De leerlingen hadden de online instructie van de leerkracht … goed begrepen, want ze hadden allemaal alle opdrachten goed gemaakt.

a)

moeilijk

b)

kennelijk

c)

gedeeltelijk

d)

ongedeerd

9.

Kies de goede antwoorden. Er zijn er twee goed.

In welke voorbeelden van situaties is er sprake van een incident?

a)

De uitleg die wij kregen bij de online les.

b)

De brand die plotseling uitbrak.

c)

Het ongeluk waarbij twee fietsers betrokken waren.

d)

De taart die gemaakt was ter ere van mijn verjaardag.

10.

Kies het goede antwoord.

Vul in.


Zes acrobaten uit Zwitserland hebben een indrukwekkende show gegeven. In plaats van in een circus deden zij hun trucjes hoog in de bergen! Ze ... op een hoge paal en maakten salto's.

a)

legden aan

b)

balanceerden

c)

deden hun intrede

d)

waren gerust