wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2.3 weefsel

Total questions: 22

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Alle levende wezens noem je....

a)

Leerlingen

b)

Organismen

c)

Individuen

d)

levenskenmerken

2.

Een _______ is een deel van een organisme met een of meerdere functies.

a)

orgaan

b)

orgaanstelsel

c)

cellen

d)

weefsel

3.

Organen die samenwerken noem je een...

a)

orgaanstelsel

b)

Organisatieniveau

c)

Organen

d)

Weefsels

4.

Een groep cellen bij elkaar met dezelfde vorm en functie noem je een....

a)

orgaan

b)

weefsel

c)

orgaanstelsel

d)

groep cellen

5.

Wat is het kleinste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

6.

Wat is het grootste organisatieniveau?

a)

organisme

b)

orgaanstelsel

c)

orgaan

d)

weefsel

e)

cel

7.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
8.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein?
a)
Organenstelsel - Organisme - Weefsel - Cellen
b)
Organisme - Organenstelsel - Weefsel - Cellen
c)
Organisme - Organenstelsel - Organen - Weefsel - Cellen
d)
Organenstelsel- Organisme - Organen
9.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

10.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
11.
Een cel bestaat uit levend materiaal
a)
waar
b)
niet waar
12.

Opening aan de onderkant van een blad noemen we

a)

mondjes

b)

poriën

c)

bladporiën

d)

huidmondjes

13.

Omdat het in de zomer erg warm is groeit een boom snel en zijn de houtcellen groot en licht van kleur

a)

juist

b)

onjuist

14.

Het weefsel dat nieuw hout vormt noemen we

a)

jaarring

b)

de schors

c)

cambium

d)

houtstof

15.
Hoe noem je de dunne uitstulpingen aan het einde van wortels?
a)
Wortelsprietjes
b)
Wortelstelsels
c)
Worteluitstulpingen
d)
Wortelharen
16.
Alle wortels bij elkaar noem je? 
a)
Het wortelkanaal
b)
De staartwortels
c)
Het wortelstelsel
d)
De kwadraatwortels 
17.
Wat is GEEN functie van de wortels?
a)
Het opslaan van reservestoffen
b)
Het aanmaken van water en voedingsstoffen
c)
Het zorgen voor stevigheid in de bodem
18.
Er bestaan twee soorten planten:
a)
Houtachtige- en boomachtige planten
b)
Houtachtige- en kruidachtige planten
c)
Kruidachtige- en boomachtige planten
d)
Boomachtige- en struikachtige planten
19.
Een plant krijgt een paar dagen te weinig water. Toch blijft hij overeind staan. Wat voor soort plant is het? 
a)
Het is een houtachtige plant
b)
Het is een kruidachtige plant
20.
Je kijkt de jaarringen van een boom. Het oudste hout van een boom bevindt zich:
a)
Precies in het midden van de doorsnede. Daar bevindt zich de eerste jaarring.
b)
Net onder de schorslaag. Daar bevindt zich de eerste jaarring.
c)
Ergens tussen de schorslaag en het midden van de stam in. Je kan dat niet precies bepalen.
d)
De schorslaag is het oudste want die is helemaal verdroogd en zit aan de buitenkant van de boom.
21.
De belangrijkste functie van de stengel is:
a)
Het opnemen van zonlicht
b)
Het opnemen van water en voedingsstoffen
c)
Het vervoeren van water en voedingsstoffen
d)
Het vervoeren van zonlicht
22.
Hoe noem je meerdere vaten die bij elkaar liggen?
a)
Vaatkluit
b)
Vaatbundel
c)
Vaatkolonie
d)
Vaatmassa