Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 en H2 LWEO Havo 3

Total questions: 19

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is welvaart?

a)

alle behoeften die je hebt

b)

een overzicht van je inkomsten en uitgaven

c)

alle wensen die je hebt

d)

in hoeverre jij in je behoeften kunt voorzien

2.

Een budgetlijn is

a)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal kunnen worden gekocht met een gegeven budget

b)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die minimaal kunnen worden gekocht met een gegeven budget

c)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die maximaal gekocht kunnen worden, ongeacht of het budget meer of minder wordt

d)

lijn van alle mogelijke productcombinaties die de producent kan produceren, rekening houdend met zijn arbeidsproductiviteit

3.

De budgetlijn in het plaatje verschuift omdat ..?...

a)

Het budget stijgt

b)

De prijs van x stijgt

c)

De prijs van y daalt

d)

Het budget daalt

4.

Als een budgetlijn naar links verschuift, komt dat doordat

a)

Het budget is gestegen

b)

Het budget is gedaald

c)

De prijzen zijn gedaald

5.

Welke van onderstaande zijn productiefactoren?

a)

Kapitaal

b)

Arbeid

c)

Natuur

d)

Omzet

e)

Winst

6.

Voorbeelden van de productiefactor kapitaal zijn:

a)

Machines

b)

Personeel

c)

Gebouw

d)

Bedrijfsauto

7.

De beloning voor arbeid is loon. Waarvoor krijg je de beloning pacht?

a)

Natuur

b)

Een eigen bedrijf

c)

Huurwoning

d)

Arbeid

8.

Welk antwoord is juist? De Lorenzcurve is een grafiek

a)

waarmee je de verdeling van de schulden ineen land zichtbaar maakt

b)

waarmee je de verdeling van het inkomen in een land zichtbaar maakt

9.

BBP betekent:

a)

Bruto Buitenlands Procuct

b)

Bruto Binnenlands Product

c)

Bruto Binnenlandse Productiviteit

d)

Bruto Buitenlandse Productivieit

10.

In welke lorenzcurve is de inkomensverdeling het scheefst?

a)
b)
11.

Welke Lorenzcurve komt het meest in de buurt van Nederland?

a)
b)
12.

Naar welke kenmerken kijkt men niet als ze kijken naar de welvaart van een wijk.

a)

besteedbaar inkomen

b)

WOZ-waarde

c)

percentage werkloosheid

d)

verdeling koop en huur woningen

e)

opleidingsniveau

13.

De afkorting van de productiefactoren is

a)

Boot

b)

Kano

c)

Zeil

d)

BBP

14.

De beloning voor kapitaal is

a)

Huur/rente

b)

winst

c)

pacht

d)

loon/salaris

15.

De beloning voor ondernemerschap is ...

a)

Winst

b)

huur/rente

c)

pacht

d)

loon

16.

Van een land zijn de volgende gegevens bekend:

Loon = 100

Huur = 30

Winst = 50

Rente = 20

Afschrijvingen = 20

Wat is het BBP van dit land?

a)

100

b)

200

c)

20

d)

150

17.

Maurice verdient met zijn bijbaantje 200 euro per maand. Naast zijn bijbaantje krijgt hij zorgtoeslag á 90 euro per maand. Over het spaargeld ontvangt Maurice gemiddeld 10 euro per maand.

Wat is het primair inkomen van Maurice?

a)

210

b)

200

c)

10

d)

90

18.

Maurice verdient met zijn bijbaantje 200 euro per maand. Naast zijn bijbaantje krijgt hij zorgtoeslag á 90 euro per maand. Over het spaargeld ontvangt Maurice gemiddeld 10 euro per maand.

Wat is het overdrachtsinkomen van Maurice?

a)

90

b)

200

c)

210

d)

10

19.

De Lorenzcurve geeft de verdeling tussen

a)

Loon en kapitaal

b)

arbeid en loon

c)

Mensen en inkomen

d)

inkomen en overdrachtsinkomen