wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Diab en wet

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Patiënt Y heeft een kopie van zijn dossier gekregen. Na bestudering van het dossier is hij van mening dat de apotheek hier fouten in heeft staan en wil dat de apotheker dit aanpast. Zo staat er in het dossier dat Y een slaapmiddele heeft gekregen, maar volgens Y heeft hij nog nooit een slaapmiddel gehad.


Moet de apotheek deze gegevens op verzoek van de patiënt wijzigen?

a)

Ja, de apotheek moet de gegevens aanpassen. De patiënt heeft het recht om gegevens uit het dossier te laten wijzigen, dus hij mag ook eisen dat de apotheek het deel over de slaapmiddelen wist.

b)

Ja, de patiënt is eigenaar van zijn dossier en kan bepalen dat er iets moet worden gewijzigd. De apotheek moet de gegevens aanpassen als de patiënt dat wenst.

c)

Nee, de patiënt heeft wel het recht om gegevens in het dossier te laten wijzigen, maar dit betreft niet de inhoudelijke gegevens over een aan de patiënt op recept afgeleverd geneesmiddel.

d)

Ja, de apotheker moet gehoor geven aan het verzoek van de patiënt. Het recept moet wel in de apotheek worden bewaard, dus de apotheek heeft altijd bewijs wat er aan Y is afgeleverd.

2.

In de apotheek wordt Zocor in plaats van het voorgeschreven geneesmiddel Zestril aan de patiënt verstrekt. Een assistente had het verkeerde doosje gepakt en bij de controle door een tweede assistente is dit niet opgemerkt. Voordat het doosje aan de balie werd afgegeven, is het etiket nog eens door een derde assistente gecontroleerd met het recept. Het etiket kwam overeen met wat er op het recept stond.

a)

Ja, dit is de apotheker tuchtrechtelijk te verwijten. Er moet een zodanig systeem in de apotheek zijn dat dergelijke fouten niet gemaakt kunnen worden. Een dergelijk systeem ontbrak blijkbaar in deze apotheek.

b)

Nee, dit zal de apotheker niet tuchtrechtelijk verweten worden indien aantoonbaar is dat er vakbe-kwame assistentes in dienst waren en de foutieve levering niet eenvoudig door de apotheker voor-komen had kunnen worden of ontdekt bij de receptencontrole.

3.

Een echtpaar heeft beide van kinds af aan diabetes.


Wat is de kans dat hun kind ook DM1 krijgt?

a)

deze kans is niet groter dan 10%

b)

deze kans nadert de 100%

c)

deze kans is niet groter dan 40%

d)

deze kans is ongeveer 50%

4.

Wat kunnen symptomen zijn van DM1? Kies vier juiste opties.

a)

glucosurie, polyurie en polydipsie

b)

vermagering/zwakte/moeheid

c)

eczeem

d)

jeuk

e)

ketoacidotisch coma

5.

Insuline stimuleert een aantal processen en remt een aantal processen. In het onderstaande rijtje ziet u de processen die door insuline worden beïnvloed.


Vink de vier processen aan die worden gestimuleerd door insuline.

a)

opname glucose in lever, spieren en vet

b)

glucoseaanmaak

c)

glycogeenaanmaak

d)

lipogenese

e)

eiwitsynthese

6.

Welke drie van onderstaande factoren kunnen de bloedglucoseconcentratie verhogen?

a)

het gebruik van ACE-remmers

b)

bronchusverwijders

c)

het gebruik van bètablokkers

d)

het gebruik van glucocorticosteroïden

e)

infecties

7.

In de apotheek wordt een recept voor een opiumwetmiddel aangeboden van een onbekende arts. Er staat geen naam van een patiënt op het recept. De apotheek vertrouwt het niet, ook omdat er geen gegevens van de patiënt op het recept staan. De arts kan zich echter legitimeren als arts en eist dat de apotheek het opiumwetmiddel aan hem aflevert. Het middel is, volgens de arts, ter aanvulling van de dokterstas.


Mag de apotheek het opiumwetmiddel aan de arts meegeven?

a)

Ja dit mag worden meegegeven indien kan worden vastgesteld dat het een bevoegde arts betreft. Een arts kan opiaten bij de apotheek bestellen zonder recept. Het middel hoeft niet op naam van een patiënt te worden voorgeschreven.

b)

Dit middel mag aan de arts worden meegegeven als er een naam van een patiënt op het recept wordt geschreven.

c)

Ja dit mag aan de arts worden meegegeven mits de arts een speciale ontvangstbrief invult voor aflevering.

d)

Dit middel mag niet aan de arts worden meegegeven omdat het niet is voorgeschreven voor een bepaalde patiënt.

8.

De apotheek mag een opiumwetmiddel afleveren dat bestemd is voor een dier indien, naast de naam en voorletters, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van voorschrijver de volgende elementen op het recept staan:

a)

De naam en het adres van de eigenaar van het dier, het gebruik voluit geschreven in letters en de hoeveelheid geschreven in letters.

b)

De naam en adres van het dier, het gebruik voluit geschreven in letters, de hoeveelheid van het middel geschreven in letters en een duidelijke omschrijving van het gebruik.

c)

Een aanduiding van het dier, een duidelijke omschrijving van het gebruik, waaronder begrepen de per etmaal ten hoogste te gebruiken hoeveelheid

d)

De naam en het adres van de eigenaar van het dier, een aanduiding van het dier, een duidelijke omschrijving van het gebruik en de hoeveelheid van het middel geschreven in letters