wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Steden in Nederland

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

wat is een "nederzetting"?

a)

mensen die bij elkaar op een plek wonen

b)

dorp

c)

stad

d)

land

2.

waar vind je de meeste voorzieningen?

a)

platteland

b)

dorp

c)

stad

d)

alle drie

3.

Waar ontstonden de eerste steden?

a)

heel willekeurig

b)

op plekken waar handelswegen elkaar kruisde

c)

waar de fabriek stond

d)

dichtbij de boerderij

4.

wat is geen onderdeel van de opbouw van de stad?

a)

binnenstad

b)

stadscentrum

c)

bedrijventerrein

d)

boerderijen

5.

wat is een agglomeratie?

a)

een stad

b)

een dorp

c)

een stad waaraan ook andere steden zijn vastgegroeid

d)

het platteland

6.

hoe zag een wijk eruit voor 1870?

a)

heel verschillend, iedereen bouwde zijn eigen ontwerp

b)

alle huizen waren hetzelfde

c)

de huizen waren van hout

d)

er waren geen huizen

7.

wat is urbanisatie?

a)

mensen gaan weg van de stad

b)

mensen trekken naar de stad toe en gaan daar wonen

c)

mensen gaan op het platteland wonen

d)

mensen verhuizen binnen de stad

8.

waardoor werden de huizen van mensen na 1970 groter?

a)

mensen werden armer

b)

mensen werden rijker

c)

mensen wilde meer tuinen

d)

er was meer ruimte

9.

wat is suburbanisatie?

a)

mensen gaan naar de stad

b)

mensen gaan naar het platteland

c)

mensen gingen buiten de stad wonen, op reisafstand

d)

mensen gingen niet verhuizen

10.

wat waren redenen om de stad te verlaten?

a)

teveel voorzieningen

b)

teveel fietsen

c)

te veel criminaliteit en te weinig ruimte

d)

geen honden mocht in de stad

11.

wat is nog meer een reden dat mensen weer buiten de stad gingen wonen?

a)

mensen wilde een hond hebben

b)

mensen gingen lopend naar hun werk

c)

mensen wilde heel ver reizen

d)

mensen werden mobieler door de auto en openbaar vervoer

12.

wat is een forens?

a)

iemand die in Grootegast werkt

b)

iemand die woont op een ander plaats dan hij werkt (zoals meneer de With)

c)

iemand die op de fiets naar zijn werk gaat

d)

een auto

13.

hoe noemen we het besteden van vrije tijd buiten je eigen huis?

a)

vrije tijd

b)

er op uit gaan

c)

recreatie

d)

naar het strand

14.

hoe berekenen we de natuurlijke bevolkingsgroei?

a)

sterftecijfer + geboortecijfer

b)

geboortecijfer - sterftecijfer

c)

sterftecijfer - geboortecijfer

d)

geboortecijfer + geboortecijfer

15.

hoe noemen we iemand vertrekken uit een gebied

a)

migrant

b)

emigrant

c)

immigrant

d)

verhuizer

16.

hoe noemen we iemand die naar een gebied toekomt?

a)

immigrant

b)

emigrant

c)

migrant

d)

verhuizer

17.

wat gaat er in de toekomst gebeuren in de stad?

a)

er komen meer mensen wonen

b)

grotere groepen mensen met een migratieachtergrond

c)

meer jonge mensen

d)

alle drie zijn goed

18.

In Nederland worden gezinnen steeds kleiner

a)

waar

b)

niet waar

c)

geen idee