wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politiek H1-10

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wie vormen samen de overheid?

a)

Politici & ambtenaren

b)

Eerste & Tweede Kamer

c)

Ministers & Koning

d)

Ministers & Staatssecretarissen

2.

Wat is geen macht van de Trias Politica?

a)

Wetgevende macht

b)

Uitvoerende macht

c)

Controlerende macht

d)

Rechtsprekende macht

3.

Wat is een voorbeeld van een linkse partij?

a)

SP

b)

VVD

c)

SGP

d)

CDA

4.

Welke stroming is voor persoonlijke- en economische vrijheid?

a)

Liberalisme

b)

Sociaaldemocratie

c)

Christendemocratie

d)

Populisme

5.

Wie zitten in het kabinet?

a)

Koning & Ministers

b)

Ministers & Staatssecretarissen

c)

Eerste & Tweede Kamer

d)

Ambtenaren & Politici

6.

Wie zijn samen de regering?

a)

Koning & Ministers

b)

Ministers & Staatssecretarissen

c)

Ambtenaren & Politici

d)

Eerste & Tweede Kamer

7.

Wie is GEEN ambtenaar?

a)

Politie

b)

Soldaat in het leger

c)

Een docent

d)

Een advocaat

8.

Bij welk recht van het parlement mag de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanpassen?

a)

Recht van amendement

b)

Recht van enquête

c)

Recht van motie

d)

Recht van initiatief

9.

Op wie stemmen burgers in de gemeente politiek?

a)

Burgemeester

b)

College van B&W

c)

Commissaris van de Koning

d)

Gemeenteraad

10.

Door wie worden de leden van de Gedeputeerde Straten in de Provincie gekozen?

a)

Door de burgers

b)

Door de Commissaris van de Koning

c)

Door de Provinciale Staten

d)

Door de Koning

11.

Om de 5 jaar mogen burgers in Europa stemmen tijdens Europese verkiezingen. Op wie stemmen wij dan?

a)

Europees parlement

b)

Europese Commissie

c)

Raad van Ministers

d)

Europees hof van Justitie

12.

In welke fase van politieke besluitvorming gaat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer?

a)

Fase 1: wens wordt politiek

b)

Fase 2: Bedenken van een oplossing

c)

Fase 3: Besluit nemen

d)

Fase 4: Uitvoeren van het besluit

e)

Fase 5: Terugkoppeling

13.

Wie heeft er geen uitvoerende macht?

a)

Regering

b)

Parlement

c)

Ambtenaren

d)

Kabinet

14.

Welke functie van de koning past bij het jaarlijks voorlezen van de Troonrede op Prinsjesdag?

a)

Symbolische functie

b)

Ceremoniële functie

c)

Representatieve functie

15.

Welk begrip hoort niet bij Nederland?

a)

Dictatuur

b)

Parlementaire democratie

c)

Constitutionele monarchie

d)

Ministeriële verantwoordelijkheid