Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 Voeding & Vertering

Total questions: 35

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Geef aan of de volgende stelling waar is:

Yoghurt en brood zijn voorbeelden van voedingsmiddelen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Kies van de onderstaande voedingstoffen de categorie die het meeste energie bevatten.

a)

Eiwitten

b)

Mineralen & vitamines

c)

Water

d)

Vetten

e)

Koolhydraten

3.

Kies van de onderstaande opties de producten die veel vetten bevatten

a)

Melk

b)

Vis

c)

Brood

d)

Pasta

4.

Water wordt in je lichaam vooral gebruikt als.....

a)

Brandstof

b)

Bouwstof

c)

Reservestof

d)

Beschermende stof

5.

Voedingsvezel zorgen voor.....

a)

het beter kunnen verteren van plantaardig materiaal

b)

het verteren van voedingstoffen in de darmen

c)

een goed werking van de darmen

6.

Geef van de volgende stelling aan of deze juist of onjuist is:


Verteringssappen helpen bij de chemische vertering van voedingsmiddelen

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Geef van de volgende stelling aan op deze juist of onjuist is:


Chemische vertering is de afbraak van voedsel met behulp van enzymen (afkomstig uit verteringssappen)

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Geef van de volgende stelling aan of deze juist of onjuist is:


Tijdens het kauwen van je voedsel vindt ook chemische vertering plaats doordat er zetmeel wordt afgebroken door het speeksel.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Welk orgaan wordt in de afbeelding aangegeven met de letter L?

(a)  

10.

Met welke letter wordt de galblaas aangeven in de afbeelding?

a)

N

b)

C

c)

K

d)

D

11.

Hoe heet het principe dat in de afbeelding hiernaast wordt weergegeven?

(a)  

12.

Welk orgaan wordt er aangeven met de letter D?

(a)  

13.

Waaruit bestaat maagsap?

(a)  

14.

Wat is de functie van zoutzuur (maagzuur) bij de vertering van voedsel?

a)

het doodmaken van bacteriën en schimmels

b)

het afbreken van de voedselbrokken

c)

het vochtig maken van het voedsel

15.

De enzymen in alvleessap zorgen voor de vertering van....

a)

Eiwitten

b)

Koolhydraten

c)

Water

d)

Voedingsvezels

e)

Vetten

16.

Hoe heet het proces waarbij gal van grote vetdruppels kleinere vetdruppels maakt?

(a)  

17.

Wat is de functie van de darmplooien met daarop darmvlokken?

a)

Het zorgen voor een goede afbraak van voedingsstoffen

b)

Het vergroten van het oppervlak van de darmen

c)

Het zorgen voor een goede darmperistaltiek

18.

Wat is de belangrijkste functie van de dunne darm?

a)

Het afbreken en opnemen van voedingstoffen

b)

Het heropnemen van water uit de voedselbrij

c)

Het zuiveren van de voedselbrij (van ziekteverwekkers)

d)

Het toevoegen van water aan de voedselbrij

19.

Welke van de onderstaande optie(s) zijn/is GEEN functie van de dikke darm?

a)

Het afbreken en opnemen van voedingstoffen

b)

Het indikken van de voedselbrij

c)

Het heropnemen van water

d)

Het vasthouden van ontlasting

20.

Bij welke kleur schijf uit de Schijf van Vijf past zuivel?

a)

groen

b)

geel

c)

roze

d)

oranje

e)

blauw

21.

Bij welke kleur van de Schijf van Vijf past een aardappel het best?

a)

Groen

b)

Geel

c)

Roze

d)

Oranje

e)

Blauw

22.

Rick zit op de middelbare school. Hij is 1,78 m lang en hij weegt 77 kg. Hij wil graag zijn BMI weten. Bereken het BMI van Rick en vul je antwoord hieronder in.

(a)  

23.

Kies van de onderstaande opties alle stoffen die gebruikt kunnen worden als additief.

a)

Conserveermiddel

b)

Kleurstof

c)

Smaakstof

d)

Geurstof

24.

Geef van de onderstaande stelling aan of deze juist of onjuist is.

Steriliseren en pasteuriseren zijn precies hetzelfde als methode van conserveren.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Kies van de onderstaande opties alle manieren waarop voedsel succesvol kan worden geconserveerd.

a)

Conserveermiddel toevoegen

b)

Temperatuur ongunstig maken voor bacteriën

c)

Water onttrekken (weghalen) uit het voedingsmiddel

d)

Zuurstof onttrekken (weghalen) uit het voedingsmiddel

26.

Welk deel van plantencellen is lastig te verteren door bijvoorbeeld de mens?

(a)  

27.

Geef van de volgende stelling aan of deze onjuist of juist is.


Het darmstelsel van planteneters is korter dan dat van vleeseters

a)

Juist

b)

Onjuist

28.

Hoe noem je de soort kiezen die in de afbeelding zijn weergegeven?

(a)  

29.

Het darmkanaal van een herbivoor moet erg lang zijn omdat....

a)

herbivoren vaak veel eten dus er veel tijd nodig is om alles te verteren

b)

herbivoren vaak ook grote lichamen hebben en daardoor dus ook een groter darmkanaal

c)

plantenresten moeilijk te verteren zijn en dit dus veel tijd kost

30.

Een veganist is iemand die...

a)

geen vlees eet

b)

geen dierlijke producten eet

c)

helemaal geen dierlijke producten gebruikt

31.

Als je geen vlees meer eet kan het zijn dat je een tekort aan een bepaalde voedingstof krijgt als je niet goed op je voeding let. Welke voedingstof is dit?

a)

Koolhydraat

b)

Vet

c)

Eiwit

d)

Mineralen (bv. zouten)

32.

Welke van de onderstaande voedingsmiddelen kan een goed alternatief zijn voor vlees?

a)

tofu

b)

peulvruchten

c)

noten

d)

vis

33.

Geef aan of de volgende stelling juist of onjuist is


Wanneer de THT-datum van een product is verlopen kun je het niet meer veilig eten.

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

De ingedriënten op een verpakking van een voedingsmiddel staan geordend op basis van

a)

voedingswaarde

b)

hoeveelheden van het ingrediënt in het voedingsmiddel

c)

hoe gezond de ingrediënten zijn

35.

Met behulp van welke stof kan zetmeel worden aangetoond?

a)

Biureet

b)

Joodoplossing

c)

Kalkwater

d)

Fehling A/B