NEW
Font size
WorksheetsHerhaling deel 1+2 Frappant 2b
Total questions: 54
Worksheet time: 30mins
Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:
Het gedicht is prachtig.
prachtig
het
gedicht
is
Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:
Ik hou erg van boeken.
Ik
boeken
hou
erg
Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:
Piet loopt daar.
Piet
loopt
daar
Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Vader is vijf jaar voorzitter geweest.
vader
voorzitter
vader en voorzitter
vijf jaar en vader
Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Moeder gaat koekjes bakken.
bakken en koekjes
moeder en bakken
moeder en koekjes
Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:
Ga jij wel eens naar Amsterdam?
jij
eens
wel
Amsterdam
Klik de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
De aardige jongen redde een straatkatje en verzorgde het dier goed.
aardige, jongen, dier
jongen, straatkatje, dier
aardige, jongen, straatkatje
jongen, verzorgde, dier, straatkatje
Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Het huis werd door de nieuwe bewoners verbouwd.
huis, bewoners
huis, nieuwe bewoners
huis
nieuwe bewoners
Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Omdat dit gebouw oud is, wordt het gerestaureerd.
oud
gebouw, oud
gebouw
gerestaureerd
Klik het zelfstandig naamwoord/ de zelfstandige naamwoorden aan in onderstaande zin:
Peter en Sanna hebben de luistertoets goed geoefend.
Peter, Sanna
Peter, Sanna, luistertoets
Peter, Sanna, luistertoets, goed
Peter, Sanna, luistertoets, geoefend
Klik het bijvoeglijk naamwoord aan:
De groene appel ligt op het bureau.
ligt
appel
groene
Klik het bijvoeglijk naamwoord aan:
De leuke klas had een vraag over één van de zinnen.
leuke
klas
vraag
Klik het bijvoeglijk naamwoord aan:
De haastige automobilisten staan daar vaak in de file.
de
automobilisten
haastige
staan
Klik het bijvoeglijk naamwoord aan:
De dikke jas is perfect voor de winter.
dikke
jas
perfect
Klik het bijvoeglijk naamwoord aan:
Het ijzeren hek is gesloten.
ijzeren
hek
gesloten
Klik het bijvoeglijk naamwoord aan:
Het zwarte telefoonhoesje is kapot gegaan.
telefoonhoesje
het
zwarte
gegaan
Klik de juiste bijvoeglijke naamwoorden aan:
De grote man dronk een klein glaasje cola.
man + dronk
grote + cola
grote + klein
de + glaasje
Klik de juiste bijvoeglijke naamwoorden aan:
De gekke mevrouw vindt 2b4 wel een leuke klas.
leuke + klas
gekke + leuke
leuke + klas
gekke + mevrouw
Klik de juiste bijvoeglijke naamwoorden aan:
De oude man vond het eng om over de hoge brug te lopen.
oude + hoge
hoge + brug
oude + man
eng + lopen
Klik de juiste bijvoeglijke naamwoorden aan:
De lieve meisjes droegen roze strikjes in hun haar.
lieve + meisjes
lieve + haar
lieve + roze
droegen + roze
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
De tandarts keek naar Din zijn mond vol tanden.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Sude stond met haar mond vol tanden toen de mevrouw haar vroeg waarom ze haar taak niet had gemaakt.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
De bakker had niets gebakken, omdat hij ziek was.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Toen Yaprak koekjes wou maken voor mama, bakte ze er niets van. Alle koekjes waren aangebrand.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Ibrahim deed heel geheimzinnig toen Yigit vroeg wat hij ging doen vandaag. Volgens mij voert hij iets in zijn schild.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Elisa heeft vlinders in haar buik. Ze is heel de tijd aan het dagdromen over die mooie jongen.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Alassanes papa gaat altijd met de kippen op stok. Hij moet 's ochtends vroeg op.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
De kapper zit met haar handen in mijn haar.
Letterlijk
Figuurlijk
Is deze zin letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Toen ik van mevrouw Van Erdeghem die moeilijke opdracht kreeg, zat ik met de handen in het haar.
Letterlijk
Figuurlijk
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
Joost mag het weten.
ik heb geen flauw idee
iemand anders weet het wel
vraag het aan iemand anders
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
te goeder trouw
trouw zijn aan je waarden
naar beste weten en eerlijk handelend
doen waar je in gelooft
de beste vertrouwenspersoon
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
de kat uit de boom kijken
afwachten
je vervelen
slapen
stoppen
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
Men moet een gegeven paard niet in de bek kijken.
spreekwoord
uitdrukking
gezegde
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
Bij de duivel te biecht gaan.
de duivel raad geven
bij de vijand om raad gaan
een plan smeden
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
De kat de bel aanbinden
als eerste een begin maken aan iets moeilijks
opvallen
geen dierenvriend zijn
Wat is de betekenis van dit spreekwoord/deze uitdrukking?
Je moet het ijzer smeden als het heet is.
onbezonnen te werk gaan
niet lang nadenken over zaken
je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen
Vul de zin aan met het passende schooltaalwoord.
Zet de gebruikte schotels … in de kast.
alfabetisch
ordelijk
voorspelling
indruk
Vul de zin aan met het passende schooltaalwoord.
De … van de weerman kwam weer eens niet uit.
voorspelling
indruk
bewaren
toepassen
Vul de zin aan met het passende schooltaalwoord.
De woorden die al gebruikt hebt, mag je … .
bewaren
toepassen
aanvinken
berekenen
Vul de zin aan met het passende schooltaalwoord
Waar … jij je waardevolle spullen?
bereken
pas toe
vink aan
bewaar
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Hij (downloaden) niet alleen, hij updadet ook altijd.
downloadt
download
downloaded
Vul de persoonsvorm in het heden in.
De leerling (overleggen) met het groepje over de opdracht van Nederlands.
overlegd
overlegt
overleggen
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Marcel (vinden) de opdracht leuk.
vinden
vindt
vind
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Ik (rijden) vandaag met de fiets naar huis.
rijd
rijden
rijdt
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Hij (worden) altijd weggebracht als het regent.
word
wordt
worden
Vul de persoonsvorm in het heden in.
(Verzenden) je de e-mail nu naar de docent?
Verzend
Verzendt
Verzenden
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Joris (bekladden) de muren met groene verf.
bekladden
beklad
bekladt
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Waar (bewaren) John zijn laptop?
bewaar
bewaard
bewaart
Vul de persoonsvorm in het heden in.
Anne (verdienen) elke week vijftig euro.
verdiend
verdient
verdien
Vul de persoonsvorm in het heden in.
U (verwennen) de kinderen teveel!
verwent
verwend
verwen
Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht.
Het vat de belangrijkste inhoud van een tekst in enkele zinnen samen.
Het vertelt in één zin wat de tekst over het onderwerp van de tekst zegt.
Wat is het onderwerp van een biografie over Poetin?
Dat weet je niet zonder het boek gelezen te hebben.
Een boek heeft nooit een onderwerp.
Poetin.
Poetin zoals hij het zelf zou vertellen.
Wat is de mogelijke hoofdgedachte van een tekst over schoonmaakmiddelen?
Ook een kast vol met jaren oude schoonmaakmiddelen?
De meeste schoonmaakmiddelen zijn eigenlijk overbodig.
Veel mensen weten niet dat je de schimmel in je badkamer met azijn kunt wegkrijgen.
