Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen Hfd 3 - KGT2

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip:

Het laatste stuk van de rivier bij de zee, waar weinig reliëf is en waar de rivier langzaam stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

2.

Welk begrip:

Het eerste stuk van de rivier vanaf de bron, waar veel reliëf is en waar de rivier snel stroomt.

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

3.

Welk begrip:

Het sediment dat door ijs wordt meegenomen en ergens wordt neergelegd. Heet ook morene.

a)

Gletsjer

b)

Gletsjerpuin

c)

Gletsjerrivier

4.

Welk begrip:

Het gebied waar een rivier de zee in stroomt of waar een zijrivier in de hoofdrivier stroomt.

a)

Duin

b)

Zee

c)

Monding

5.

Welk begrip:

Het gebied dat afwatert op een rivier.

a)

Stroomgebied

b)

Stuwwal

c)

Verdampen

6.

Welke omschrijving hoort bij condenseren?

a)

Het veranderen van waterdamp (gasvormig) in vloeibaar water.

b)

Het veranderen van vloeibaar water in waterdamp (gasvormig).

7.

Welke omschrijving hoort bij sedimentatie?

a)

Het uit elkaar vallen van vast gesteente door temperatuurverschillen, water en plantenwortels.

b)

Het veranderen van vloeibaar water in waterdamp (gasvormig).

c)

Het neerleggen van materiaal door water, ijs en wind.

8.

Welke omschrijving hoort bij regenrivier?

a)

Rivier die alleen neerslag afvoert.

b)

Rivier die alleen smeltwater van gletsjers en sneeuw afvoert.

9.

Welke omschrijving hoort bij erosie?

a)

Het uit elkaar vallen van vast gesteente door temperatuurverschillen, water en plantenwortels.

b)

De schurende werking van water, ijs en wind.

c)

Het neerleggen van materiaal door water, ijs en wind.

10.

Welke omschrijving hoort bij verwerijng?

a)

Het uit elkaar vallen van vast gesteente door temperatuurverschillen, water en plantenwortels.

b)

De schurende werking van water, ijs en wind.

c)

Het neerleggen van materiaal door water, ijs en wind.