wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hoofdstuk 3 Pincode vmbo k3

Total questions: 14

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Je ruilt een product tegen een ander product (zonder geld te gebruiken)

a)

indirecte ruil

b)

directe ruil

2.

tastbaar geld in de vorm van munten en bankbiljetten die bij bedrijven, personen en instellingen in gebruik zijn

a)

chartaal geld

b)

giraal geld

3.

Wat is een saldo?

a)

het bedrag dat je van je bankrekening afhaalt

b)

het bedrag dat je op je rekening stort

c)

het bedrag dat op je bankrekening staat

d)

weet ik niet

4.

wat zijn de drie geldfuncties?

a)

spaar, oppot en rekenmiddel

b)

reken, ruil en spaarmiddel

c)

reken, ruil en betaalmiddel

5.

Kun je bij een gewone spaarrekening het geld van de rekening halen wanneer je wilt?

a)

ja

b)

nee

6.

Een spaardeposito is een spaarrekening waarbij je geld een tijdje vast staat. Welke soort rente hoort bij een spaardeposito?

a)

variabele rente

b)

vaste rente

7.

je hebt drie spaarmotieven. je kunt sparen voor een doel, sparen uit voorzorg en sparen voor (a)  

8.

wat is een ander woord voor krediet?

a)

lening

b)

rente

c)

aflossing

9.

alles wat je bij een lening meer terugbetaalt dan je geleend hebt heet...

(a)  

10.

consumptief krediet is een lening die je als consument krijgt bij een bank of bij een leverancier (bv Wehkamp). Er zijn drie soorten. Kruis ze alle drie aan:

a)

persoonlijke lening

b)

doorlopend krediet

c)

koop op afbetaling

d)

hypotecaire lening

11.

een onverwacht geldtekort, een tijdelijk geldtekort, kopen van een gebruiksgoed of kopen van een huis. dat zijn

a)

spaarmotieven

b)

kredietvormen

c)

leenmotieven

12.

een maandtermijn is een vast bedrag dat je elke periode betaalt voor een lening. een maandtermijn bestaat uit twee delen. kruis ze aan.

a)

aflossing

b)

spaarbedrag

c)

lening

d)

rente

13.

beleggen is geld steken in iets (bijvoorbeeld aandelen) waarvan je verwacht dat het meer oplevert dan sparen

a)

waar

b)

niet waar

14.

vreemde valuta is een geldsoort van een land buiten de eurozone. welk land heeft een vreemde valuta, dus geen euro

a)

België

b)

Nederland

c)

Oostenrijk

d)

Zwitserland