wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Proefwerkherhaling thema 2: Organen en cellen

Total questions: 16

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk figuur 1. Hoe heet onderdeel 1?

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

c)

Hart

d)

Lever

2.

Bekijk nogmaals figuur 1. Hoe heet onderdeel 7?

a)

Maag

b)

Twaalfvingerige darm

c)

Dunne darm

d)

Dikke darm

3.

Bekijk nogmaals figuur 1. Hoe heet onderdeel 11?

a)

Nier

b)

Milt

c)

Blaas

d)

Maag

4.

Bekijk de afbeelding. Hoe heet dit orgaanstelsel?

a)

Zenuwstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Urinestelsel

d)

Bloedvatenstelsel

5.

Wat is de functie van het spierstelsel?

a)

Bloed door laten stromen

b)

Voedsel verteren

c)

Bewegen

d)

Stevigheid

6.

Een van de functies van de hoofdwortel is stevig in de grond blijven staan (samen met de zijwortels). Wat is nog een functie van de hoofdwortel?

a)

Opnemen water en mineralen

b)

Opslag reservevoeding in de vorm van glucose

c)

Opslag reservevoeding in de vorm van zetmeel

d)

Opnemen water

7.

Hoe heet het type vaatbundels dat water en mineralen van de wortels naar de bladeren vervoert?

(a)  

8.

Bekijk het plaatje. Wat voor soort weefsel is dit?

a)

Bloedweefsel

b)

Kraakbeenweefsel

c)

Spierweefsel

d)

Zenuwweefsel

9.

De tussencelstof is bij veel weefsels verschillend. De tussencelstof in de hersenen is een waterige vloeistof. Wat is de functie hiervan?

a)

Stevigheid

b)

Buigzaam blijven

c)

Schokken dempen

d)

Veerkracht

10.

Vul het woord op de puntjes in.

In de ... vindt gaswisseling plaats. Zo kan een plant CO2 opnemen en zuurstof afgeven aan de lucht.

(a)  

11.

Welke onderdelen in een plantaardige cel zorgen voor stevigheid?

a)

Celmembraan en celkern

b)

Celmembraan en celwand

c)

Grote vacuole en celwand

d)

Grote vacuole en celkern

12.

Welke soort plastiden kom je vooral tegen in de cellen van een mandarijn?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Kleurstofkorrels

c)

Zetmeelkorrels

13.

Bij rijping van een tomaat verander de tomaat van kleur. Eerst is hij groen en langzamerhand wordt hij rood.

Hoe ontstaat deze kleurverandering in een tomaat?

a)

Zetmeelkorrels worden omgezet in bladgroenkorrels

b)

Bladgroenkorrels worden omgezet in kleurstofkorrels

c)

Kleurstofkorrels worden omgezet in zetmeelkorrels

d)

Bladgroenkorrels worden omgezet in zetmeelkorrels

14.

Chromosomen zijn opgebouwd uit DNA en op het DNA liggen erfelijke eigenschappen. Deze zijn bij iedereen verschillend. Hoe komt dat?

a)

Doordat de volgorde van de basenparen in DNA bij iedereen verschillend is.

b)

Doordat DNA in lengte per persoon verschilt.

c)

Doordat iemand meer DNA heeft dan de ander.

d)

Doordat het aantal chromosomen verschilt.

15.

Wat is de goede volgorde van de celcyclus?

a)

Celdeling - plasmagroei - kerndeling

b)

Plasmagroei - kerndeling - celdeling

c)

Kerndeling - celdeling - plasmagroei

d)

Celdeling - kerndeling - plasmagroei

16.

Hoe heten cellen die zich in alle typen cellen kunnen specialiseren?

a)

Stamcellen

b)

Embryonale stamcellen

c)

Specifieke cellen

d)

Specialiserende cellen