Font size
S
M
L
XL
WorksheetsFrans 4vwo basisvoca les 1
Total questions: 20
Worksheet time: 2mins
Name
Class
Date
1.
alors
a)
veel
b)
dan / toen
c)
ook
d)
mooi
2.
l'avantage
(a)
3.
l'avantage
a)
het voordeel
b)
het blik
c)
het schrift
d)
het antwoord
4.
un peu
a)
een ieder
b)
een beetje
c)
een keer
5.
terminer
a)
vandaag
b)
meteen
c)
afmaken
d)
afmaken
6.
les baskets
a)
de basketballen
b)
de schoenen
c)
de mandjes
d)
de sportschoenen
7.
les yeux
a)
de haren
b)
de ogen
c)
de spelletjes
d)
de weken
8.
vendre
a)
verkopen
b)
komen
c)
kopen
d)
wachten
9.
le sac
a)
de droom
b)
de zak
c)
de tas
d)
de zus
10.
quand
a)
wanneer
b)
waarom
c)
wie
d)
wat
11.
les chaussures
a)
de stoelen
b)
de sokken
c)
de schoenen
d)
de sportschoenen
12.
déjà
a)
nu
b)
toen
c)
of
d)
al
13.
passer le bac
a)
rijexamen doen
b)
eindexamen doen
c)
de brug oversteken
14.
en ce qui concerne
a)
wat betreft
b)
het gaat over
c)
het advies
15.
finalement
a)
einde
b)
eindigen
c)
uiteindelijk
d)
slot
16.
où
a)
of
b)
als
c)
waar
d)
en
17.
lundi
a)
donderdag
b)
maandag
c)
dinsdag
d)
vrijdag
18.
grand
a)
klein
b)
groot
c)
dik
d)
dun
19.
ici
a)
hier
b)
daar
c)
tot
20.
jeudi
a)
zaterdag
b)
dinsdag
c)
maandag
d)
donderdag
Reset
