WorksheetsElektriciteit
Total questions: 12
Worksheet time: 14mins
Name
Class
Date
1.
Welke eenheid hoort bij spanning?
a)
Ampère
b)
Watt
c)
Wattuur
d)
Volt
2.
Welke schakeling staat op het plaatje?
a)
Serieschakeling
b)
parallelschakeling
c)
hotelschakeling
d)
gemengde schakeling
3.
27 mA =
a)
2700 A
b)
270 A
c)
0,27 A
d)
0,027 A
4.
16 kV =
a)
16000 V
b)
160 V
c)
0,16 V
d)
0,0016 V
5.
Op de meeste wandcontactdozen staat een spanning van ?
a)
12V
b)
16A
c)
220V
d)
230V
6.
Een transformator heeft primair 80 en secundair 3000 windingen. De primaire spoel wordt aangesloten op een spanning van 5 V. Bereken de secundaire spanning.
a)
37,5 V
b)
187,5 V
c)
0,13 V
d)
0,027 V
7.
Een transformator zet de spanning van het stopcontact om in 19 V. De secundaire spoel heeft 200 windingen. Bereken het aantal windingen van de primaire spoel.
a)
12
b)
2421
c)
2105
d)
17
8.
Een transformator zet 6 V om in 120 V. Primair loopt een stroom van 1,6 A. Bereken de secundaire stroomsterkte.
a)
0,08 A
b)
32 A
c)
1,6 A
d)
0,27 A
9.
Een transformator werkt op .........
a)
wisselspanning
b)
gelijkspanning
c)
beide soorten spanning
10.
Hoeveel kwh verbruikt een tv van 500W in 30minuten?
a)
15000Kwh
b)
250Kwh
c)
0.25Kwh
d)
1Kwh
11.
wat is het vermogen van een apparaat dat 3Kj in een minuut omzet?
a)
3Kw
b)
50Kw
c)
50W
d)
0.05W
12.
Een apparaat verbruikt 84Kwh in een week, wat is het vermogen?
a)
0.5KW
b)
5Kw
c)
12Kw
d)
3.5KW
100 %
