wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

eindtoets lj 1 bk thema 2

Total questions: 18

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wat is waar?

Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

a)

De celkern regelt alles wat er in een cel gebeurt.

b)

De wortelharen zijn stevig en dik.

c)

Vaten zijn lange dunne buisjes in een stengel.

d)

Alle planten hebben water nodig.

2.

Wat is waar?

Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn

a)

Een functie van een stengel is het dragen van de bladeren, bloemen en vruchten.

b)

Het oculair is de bovenste lens waardoor je kijkt.

c)

Een zaad kiemt. Het stengeltje komt eerder dan het worteltje naar buiten.

d)

De celwand zorgt ervoor dat de plantaardige cel stevig is.

3.

Wat is waar?

Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn

a)

Met een grote schroef stel je de microscoop heel precies scherp.

b)

Als het bladmoes wegrot, blijft het bladskelet over.

c)

De totale vergroting van een microscoop reken je zo uit: vergroting oculair x vergroting objectief = totale vergroting

d)

Uit de bloemen van een plant ontstaan vruchten.

4.

De levenscyclus van een plant bestaat uit drie fasen.

Welke fasen zijn dat?

a)

kieming, kiemplant en volwassen plant

b)

kweken, groeien en oogsten

c)

zaad, stengel en vrucht

5.

In de afbeelding zie je links een bloem in water met opgeloste zwarte inkt. Rechts zie je dezelfde bloem een dag later

Welke conclusie kun je hieruit trekken?

a)

Bloemen verkleuren na één dag.

b)

Het vloeistofniveau daalt na één dag.

c)

Stengels vervoeren kleurstof.

6.

In welke fase van de levenscyclus zit de plant van deze vrucht?

a)

kieming

b)

kiemplant

c)

volwassen plant

7.

Wat is de functie van bladeren?

a)

Bladeren maken voedsel voor de plant.

b)

Bladeren nemen water op voor de plant.

c)

Bladeren zorgen ervoor dat de plant opvalt.

8.

Je hebt een nieuwe kamerplant gekocht. Je kamerplant moet komen op een standplaats met halfschaduw. De plant mag je maar weinig water geven.

Welke symbolen staan er op het plantenlabel?

a)
b)
c)
d)
9.

In de afbeelding zie je witlof

Als je witlof eet, welk deel (of welke delen) van een plant eet je dan?

a)

bladeren

b)

stengel

c)

wortels

10.

Een microscoop heeft een oculair dat 5x vergroot en een objectief dat 20x vergroot. Wat is de totale vergroting?

a)

10x

b)

25x

c)

100x

11.

Bij het uitgraven en verplaatsen van een plant heeft Thijs het wortelstelsel beschadigd. De buurman van Thijs vraagt zich af of de plant wel weer goed zal gaan groeien.

Wat is waar?

a)

Als Thijs de plant extra veel water geeft, gaat de plant weer goed groeien.

b)

De plant kan geen water meer opnemen, omdat de wortels beschadigd zijn.

c)

De wortels groeien vanzelf weer aan, zodat de plant weer goed gaat groeien.

12.

Marieke doet voor haar opleiding een onderzoek naar pissebedden. De eerste twee onderzoeksvragen heeft ze in haar verslag geschreven. Ze wil de rest van haar verslag schrijven, maar haar aantekeningen liggen door elkaar.

Zet de nummers in de juiste volgorde

1Met karton maak ik de helft van een bakje donker, de andere helft blijft licht.

2Pissebedden houden van een donkere omgeving.

3Ik verzamel pissebedden en ik heb een bakje om ze in te doen.

4Er zitten steeds twee keer zo veel pissebedden in het donkere deel van het bakje.

a)

3-1-2-4

b)

3-1-4-2

c)

2-1-3-4

d)

2-4-1-3

13.

Wat is het verschil tussen dierlijke en plantaardige cellen? Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit: bladgroenkorrels – celkern – celmembraan – celplasma – celwand.

Cellen van dieren hebben geen ………1…. en geen ……2…

a)

1 = bladgroenkorrels

2 = celplasma

b)

1 = bladgroenkorrels

2 = celwand

c)

1 = bladgroenkorrels

2 = celmembraan

d)

1 = celkern

2 = celwand

e)

1 = celkern

2 = celmembraan

14.

Sommige dieren eten nooit planten. Ze eten alleen vlees. Leg uit dat planten voor deze vleeseters toch belangrijk zijn.

4 lines
15.

Welke van deze twee planten leeft in een droge omgeving? Leg uit.

4 lines
16.

Joep en zijn vader hebben een volkstuin. Daar laten zij zaden ontkiemen. Als de plantjes groeien, hebben ze meer ruimte nodig. Joep en zijn vader halen de plantjes voorzichtig uit de grond. Daarna zetten ze de plantjes verder uit elkaar, zodat ze meer ruimte hebben. In de winter zien Joep en zijn vader vaak graafsporen van konijnen in hun volkstuin.

De konijnen graven wortels op.

Waarom doen konijnen dat?

4 lines
17.

Joep en zijn vader hebben een volkstuin. Daar laten zij zaden ontkiemen. Als de plantjes groeien, hebben ze meer ruimte nodig. Joep en zijn vader halen de plantjes voorzichtig uit de grond. Daarna zetten ze de plantjes verder uit elkaar, zodat ze meer ruimte hebben. In de winter zien Joep en zijn vader vaak graafsporen van konijnen in hun volkstuin.

Waarom hebben de plantjes meer ruimte nodig? Leg uit.

4 lines
18.

Sommige dieren eten nooit planten. Ze eten alleen vlees.

Leg uit dat planten voor deze vleeseters toch belangrijk zijn.

4 lines