wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatik Kapitel 4 VWO 2 Neue Kontakte 7e ed

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke ezelsbruggetje kun je gebruiken voor het vervoegen van werkwoorden? Schrijf het woord op.

(a)  

2.

Wat is de uitgang bij ihr?

(a)  

3.

Wat gebeurt er als er een d of t aan het einde van de stam staat, dan krijg je bij du, er, sie, es en ihr een (a)  

4.

Hoe maak je het voltooid deelwoord van een zwak werkwoord?

(a)  

5.

Hoe maak je het voltooid deelwoord van een sterk werkwoord?

(a)  

6.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Die Katzen haben im Garten (spielen).

(a)  

7.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Mein Hund (heißen) Blacky, weil er schwarz ist.

(a)  

8.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Viele Menschen (lieben) Katzen.

(a)  

9.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Haben Sie schon mal den Berliner Zoo (besuchen)?

(a)  

10.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Ist dein Hund auch schon mal im See (schwimmen)?

(a)  

11.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Emmas Hund ist über den Fluss (springen).

(a)  

12.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Er (arbeiten) in einer Tierpension.

(a)  

13.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Warum (antworten) das Mädchen nicht?

(a)  

14.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Wie (heißen) du?

(a)  

15.

Vul de goede vorm van het werkwoord in:

Wir haben unser Meerschweinchen noch nicht (fotografieren).

(a)  

16.

Wat is de uitgang bij ich?

(a)  

17.

Wat is de uitgang bij du?

(a)  

18.

Wat is de uitgang bij er,sie,es?

(a)  

19.

Wat maak je bij wir en sie, Sie?

(a)  

20.

Wat krijg je als uitgang, als je stam eindigt op s, ss, z, sch, ß bij du?

(a)