wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Jongeren & Pluriforme samenleving

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welk gedrag is aangeleerd?

a)

Een jongen moet niezen

b)

Een baby huilt

c)

een meisje fietst

d)

Een kind die knippert met zijn ogen

2.

Iemand rookt niet omdat zij veel heeft gelezen over de risico's van roken. Hoe vindt hier socialisatie plaats?

a)

Informatie

b)

Imitatie

c)

Ervaring

d)

Experimenteren

3.

Wat is socialisatie?

a)

Alle waarden, normen en gewoonten van een grote groep

b)

Alle waarden, normen en gewoonten van een kleine groep

c)

Het aanleren van waarden, normen en gewoonten

d)

Waarden, normen en gewoonten zijn automatisme geworden

4.

Een voorbeeld van een positieve sanctie is

a)

Een boete krijgen

b)

Telefoon wordt afgepakt

c)

Er uit worden gestuurd

d)

Een compliment krijgen

5.

Wat zijn rolpatronen?

a)

Hetzelfde als beeldvorming

b)

Welk gedrag er van jou wordt verwacht

c)

Iets dat aangeboren is

d)

Een gekleurd stuk behang

6.

Wat is een voorbeeld van een gendernorm?

a)

Een volwassen man die huilt

b)

Een jongen in een jurk

c)

Een meisje dat van roze kleding houdt

d)

Een vrouwelijke vrachtwagenchauffeur

7.

Wat is geen kenmerk van cultuur?

a)

Gewoonten

b)

Waarden

c)

Normen

d)

Verschillen

8.

Wat is een subcultuur?

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur van een grote groep mensen

c)

De cultuur van jongeren

d)

De cultuur van volwassenen

9.

Wat is tolerantie?

a)

Iemand belachelijk maken omdat hij zich anders gedraagt

b)

De normen en waarden van anderen accepteren

c)

Je aan de wet houden

d)

Mensen in hokjes plaatsen

10.

Nederlanders zeggen vaak snel wat zij denken. In andere landen vinden zij dit maar onbeleefd. Dat verschil heeft te maken met:

a)

De groep

b)

De plaats

c)

De tijd

11.

Wat bedoelen we met dominante cultuur?

a)

De cultuur van een oudere generatie

b)

De subculturen die naast elkaar leven

c)

De cultuur van de meeste mensen in een land

d)

De cultuur van jongeren

12.

Van welke van deze groepen mensen is een etnische subcultuur?

a)

Bouwvakkers

b)

Italianen

c)

Rooms-Katholieken

d)

Dak- en thuislozen

13.

Hoe noemen we mensen die in Nederland willen werken?

a)

Vluchtelingen

b)

Illegalen

c)

Arbeidsmigranten

d)

Asielzoekers

14.

Wat waren vroeger koloniën van Nederland?

a)

Suriname & Indonesië

b)

Nederlandse Antillen & België

c)

Indonesië & Spanje

d)

Italië & Suriname

15.

Bart trouwt met zijn Mexicaanse vriendin die hij op vakantie heeft leren kennen. Zij verhuist voor hem naar Nederland. Hoe noem je dit?

a)

Asielaanvraag

b)

Gezinshereniging

c)

Gezinsvorming

d)

Uit een kolonie komen

16.

Integratie betekent dat nieuwkomers:

a)

Zich helemaal aanpassen aan de Nederlandse cultuur

b)

Zich gedeeltelijk aanpassen aan de Nederlandse cultuur

c)

Zich helemaal niet aanpassen aan de Nederlandse cultuur

d)

Geen Nederlands hoeven te leren

17.

Raoul vindt wonen in Nederland lastig, omdat er in zijn land heel anders over homoseksualiteit wordt gedacht. Deze vorm van spanning komt door...

a)

Discriminatie van homo's

b)

Slechte voorlichting van de overheid

c)

Veranderingen in de samenleving

d)

Verschillende waarden en normen

18.

Wat is een vooroordeel?

a)

Je weet dat een buurjongen wel eens iets heeft gestolen

b)

Je vindt het goed dat je buurjongen keiharde muziek draait

c)

Je zegt dat je ouder jou té strenge regels opleggen

d)

Je denkt dat je neef wel eens stiekem blowt

19.

In welke situatie wordt er gediscrimineerd?

a)

De nieuwste clip van Rihanna is alleen voor kijkers van 18-jaar of ouder.

b)

Voor de rol van Armin van Buuren in een film worden alleen blanke mannen opgeroepen

c)

Hun achternaam bepaalt welke sollicitanten een bedrijf uitnodigt voor een gesprek

d)

Vrouwen hebben vaker een parttime baan dan mannen

20.

Wat is een belangrijke voorwaarde voor integratie?

a)

Dat iedereen zich houdt aan de basisafspraken van de Nederlandse samenleving

b)

Dat nieuwkomers alles van hun eigen cultuur vervangen door de dominante cultuur

c)

Dat mensen het vaker met elkaar eens zijn

d)

Dat het Suikerfeest een nationale feestdag wordt

21.

Welke uitspraak is een stereotype?

a)

"Esther kan goed leren, want haar vader is arts"

b)

"Benny zal wel arm zijn, want zijn ouders hebben geen auto"

c)

"Jongeren zonder bijbaantje zullen wel lui en verwend zijn"

d)

"Danny zal wel op jongens vallen, want hij heeft nog steeds geen vriendin"