Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets - Houden van dieren

Total questions: 30

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een bastaard?

a)

Een bedoelde kruising

b)

Een onbedoelde kruising

c)

Een verbetering van het ras

2.

Wat is variëteit?

a)

Het zelfde in iets

b)

Is het verschil in vacht kleur bijvoorbeeld

c)

Verschil in diersoorten

3.

Welke van deze soort is géén gewerveld dier?

a)

Vissen

b)

Reptielen

c)

Vogels

d)

Slakken

4.

Wat is een hybride kruising?

a)

Een bedoelde kruising

b)

Een onbedoelde kruising

5.

Domesticatie is?

a)

Van een wilddier, een tam dier maken

b)

Van een tam dier, een wild dier maken

c)

Het houden van dieren thuis

6.

Wat is een signalement?

a)

Een plaatje van een dier

b)

Een omschrijving van een dier

c)

Het verhaal van een dier

d)

Het paspoort van het dier

7.

Als je een dier scoort op exterieur, waar kijk je dan naar?

a)

Innerlijk

b)

Uiterlijk

8.

Waarvoor houdt iemand een productiedier?

a)

Voor geld

b)

Voor het plezier

c)

Voor te onderhouden

d)

Om van te leven

9.

Wat omschrijf je bij een aftekening?

a)

Het vlekken patroon bij een dier

b)

De hoogte van het dier

c)

De lengte van het dier

10.

Waar leven productiedieren?

a)

In huizen

b)

In loodsen

c)

In opslagboxen

d)

In schuren

11.

Waarom moeten koeien in de winter naar binnen?

a)

Omdat het dan te koud is

b)

Omdat er weinig te eten is en ze maken heel de wei stuk

c)

Omdat er geen gras groeit

d)

Omdat dat makkelijker is voor de boer

12.

Hoe heet het als een dier ander gedrag vertoont dan 'normaal'?

a)

Verandergedrag

b)

Ontwijkgedrag

c)

Stereotype gedrag

d)

Stereogedrag

13.

Waarin leeft een reptiel?

a)

Aquarium

b)

Terrarium

14.

Wat is het verschil tussen een terrarium en een aquarium?

a)

Terrarium is met zand, aquarium met water

b)

aquarium is met zand, terrarium is met water

15.

Waarom is goede ventilatie nodig?

a)

Voor de aanvoer van frisse en verse lucht

b)

Voor de afvoer van frisse en verse lucht

c)

Voor de aanvoer van warme en vieze lucht

d)

Voor de afvoer van warme en vieze lucht

16.

Als je kijkt naar de natuurlijke leefomgeving van het dier, dan kijk je naar de?

a)

Natuurlijke leefwijze van het dier

b)

De leefwijze van nu

c)

De leefwijze van vroeger

17.

Wat is een voorbeeld van stereotype gedrag?

a)

Eetgedrag

b)

Vluchtgedrag

c)

Rengedrag

18.

Wat kan je maken om een dier te begrijpen?

a)

Elogram

b)

Bleogram

c)

Ethogram

d)

Een schema

19.

Noem 2 basisregels hoor hygiëne

(a)  

20.

Wie haalt dode dieren op?

a)

Remco

b)

Rendac

c)

Reedac

d)

Reefas

21.

Noem een ander woord voor vaccineren:

(a)  

22.

Waarom laat een veehouder, niet zomaar iedereen op zijn bedrijf?

a)

Om zo verkeerde foto's te vermijden

b)

Om ziekte insleep te voorkomen

c)

Om vandalisme te voorkomen

d)

Om te voorkomen dat iedereen zomaar komt

23.

Wat kan een afwijkend gedrag zijn? (Ziektebeeld)

a)

Minder productie

b)

Niet eten

c)

Heel hard rond rennen

24.

Is krachtvoer makkelijk afbreekbaar?

a)

Ja

b)

Nee

25.

Noem eens, één soort ruwvoer

(a)  

26.

Reinigen is?

a)

Schoonmaken wat je met het blote oog ziet.

b)

Schoonmaken wat je niet met het blote oog ziet.

27.

Hoef/topgangers, lopen op hun?

a)

Tenen

b)

Toppen

c)

Zolen

28.

Wat voor soort ganger is een beer?

(a)  

29.

Noem de 3 verschillende soorten voer

(a)  

30.

Heeft ruwvoer veel structuur?

a)

Nee

b)

Ja