Font size
Worksheets3L-week kerst leerstof derdejaars
Total questions: 65
Worksheet time: 48mins
Hij (antwoorden) vandaag op de vraag
antwoord
antwoordt
De zon (verblinden) gisteren de automobilist
verblindde
verblinde
Yasmine heeft haar vriendin (plagen)
geplaagt
geplaagd
Deze vrouw (houden) niet van katten
houdt
houd
De (beantwoorden) vragen had ik allemaal goed
beantwoorden
beantwoorde
De (uitputten) marathonloper viel meteen na de streep neer op een bankje.
uitgepute
uitgeputte
Het (verbazen) me niets dat jij vorige week te laat kwam.
verbaasde
verbaast
Ik hoop dat de nieuwe deadline ... (worden) ... (halen).
(a)
Wat mijn broer nu ... (opschrijven) is echt ... (gebeuren).
(a)
Gisteren ... (posten) Marjolein een selfie op Instagram, terwijl ze aan de keukentafel (relaxen).
(a)
De ... (slaan) beesten, ... (kermen, vt) van de pijn.
(a)
Vorige week ... (verwoesten) de ... (voorbijrazen) orkaan het huis en ... (worden) honderden mensen dakloos.
(a)
... (Huppelen) van blijdschap ... (komen, vt) mijn nichtje op me af.
(a)
Noteer het voltooid deelwoord.
In Nederland wordt vaker ........(pinnen).
gepint
gepind
Gisteren heb ik de deur om tien uur.......(sluiten).
gesluit
gesluiten
gesloot
gesloten
Ik was ............(raken) door die opmerking over mijn overleden hondje.
geraakt
gerakt
geraken
geraakd
Tijdens de wedstrijd werd de handdoek in de ring .....(werpen).
gewerpt
gewerpen
geworpen
geworpt
De docent had alle fouten .......(doorstrepen).
gedoorstreept
doorgestrepen
doorgestreept
De paasvakantie staat voor de deur.
De vader van Jonas staat voor de deur.
De vader van Fatima is een boom van een vent.
Tijdens de spreekbeurt staat Chaima plots met haar mond vol tanden.
Hij laat zijn tanden zien aan de tandarts.
Zij is het zonnetje in huis, want zij is echt de vrolijkste van het gezin.
Er hangt een poster met een zon in het huis.
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?
ook
maar
eerst
doordat
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?
maar
tevens
dan
als
Hoewel ik genoeg geld heb, koop ik die telefoon toch niet.
Dit is een vergelijking
Dit is een tegenstelling
Welk tekstverband zie je hier?
Ik was op tijd wakker, maar toch miste ik de bus.
voorbeeld
tegenstelling
opsomming
conclusie
Welk tekstverband zie je hier?
Vandaag heb ik wiskunde, Nederlands, techniek en gym.
tegenstelling
voorbeeld
opsomming
conclusie
Welk tekstverband zie je hier?
Ik wil best naar je toe komen, maar ik heb geen zin om te fietsen.
tegenstelling
opsomming
voorbeeld
conclusie
Welk tekstverband zie je hier?
Mijn beste vriendinnen zijn Iris, Desi en Astrid.
tegenstelling
opsomming
voorbeeld
conclusie
Welk tekstverband zie je hier?
Voor de appeltaart heb je nodig: water, appels, meel, suiker en walnoten.
voorbeeld
tegenstelling
opsomming
conclusie
Signaalwoorden die een opsomming aangeven:
want, omdat, daarom, immers
door, zodat, daardoor, doordat
vergeleken met, net zo als
en, ook, verder, daarnaast, bovendien
Signaalwoorden die een tegenstelling aangeven:
vroeger, later, toen, nu, eerst
toch, hoewel, maar, echter
en, ook, verder, ten eerste
want, omdat, immers, daarom
Ten eerste, ten tweede en ten slotte zijn signaalwoorden die passen bij een tegenstellend verband.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
Welk signaalwoord hoort bij een opsommend verband?
ook
maar
eerst
doordat
Welk signaalwoord hoort bij een tegenstellend verband?
maar
tevens
dan
als
Een recept voor appelcake.
Een artikel op Wikipedia over Antwerpen.
Een poster met verschillende argumenten waarom je beter water drinkt dan frisdrank.
Een reclameadvertentie voor de nieuwste film van James Bond.
Welk plaatje heeft een instruerend tekstdoel
Welk plaatje is een informerende tekst?
Wat is het tekstdoel?
overtuigen
informeren
overhalen
amuseren
Wat is het tekstdoel?
informeren
amuseren
overhalen
adviseren
Wat is het tekstdoel?
overhalen
informeren
amuseren
instrueren
Welk schrijfdoel heeft de tekst op het plaatje?
amuseren
overtuigen
informeren
overhalen
Welk schrijfdoel heeft de tekst op het plaatje?
adviseren
informeren
overtuigen
overhalen
Een enkelvoudige zin heeft ......
twee persoonsvormen
een persoonsvorm
drie persoonsvormen
Een samengestelde zin heeft ......
een persoonsvorm.
meer persoonsvormen.
Samengestelde zinnen maak je door...
van een zin een zin te maken met een voegwoord.
van twee zinnen een zin te maken met een voegwoord.
Wat zijn voegwoorden?
Dat zijn woorden waarmee je zinnen aan elkaar voegt.
Voegwoorden zijn woorden die een zin vragend maken.
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Wij repareren uw fiets .... u boodschappen doet!
intussen
terwijl
want
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Kampioen zullen zij niet worden, … er een wonder gebeurt.
tenzij
indien
doordat
Wat is het voegwoord?
Zodra het startschot klinkt, starten de schaatsers.
klinkt
starten
zodra
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
We gaan volgende week op vakantie, ........ oma die week geopereerd wordt.
tenzij
omdat
zodra
dus
Welk voegwoord moet worden ingevuld?
Ik doe er niet aan mee, ........ ik het zaakje niet vertrouw.
mits
dus
omdat
hoewel
