wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H3 WO I en daarna

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welke landen hoorden bij de geallieerden tijden WO I? (meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Groot-Brittannië

b)

Frankrijk

c)

Ottomaanse Rijk

d)

Rusland

e)

Oostenrijk - Hongarije

2.

Welke landen hoorden bij de centralen tijden WO I? (meerdere antwoorden aanvinken)

a)

Duitsland

b)

Oostenrijk - Hongarije

c)

Servië

d)

Italië (tot 1915)

e)

Frankrijk

3.

Welke gebeurtenis die de aanleiding was voor WO I zie je op deze afbeelding?

a)

De moord op Franz Ferdinand, kroonprins van Oostenrijk-Hongarije

b)

De moord op Gavrilo Princip, de keizer van Duitsland

c)

De aanslag op prinses Sophie, kroonprinses van Oostenrijk-Hongarije

d)

De moord op Frans Jozef I, de keizer van Oostenrijk-Hongarije

4.

Nederland hoorde tijdens WO I bij de geallieerden. Juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Welk begrip past bij deze afbeelding?

a)

Tweefrontenoorlog

b)

Eenfrontenoorlog

c)

Loopgravenoorlog

d)

Gasoorlog

6.

Leg uit waarom WO voor Duitsland een tweefrontenoorlog was

(a)  

7.

Wie was de eerste dictator van de Sovjet-Unie?

a)

Lenin

b)

Stalin

c)

Tsaar Nicolaas II

d)

Poetin

8.

Welk begrip hoort bij deze uitleg: een land waar de overheid volledig heerst over de samenleving (bepaald wat mensen mogen denken, welke krant ze lezen enz.)

a)

Totalitaire staat

b)

Vrije staat

c)

Nationalisme

d)

Planeconomie

9.

Hoe was het leven in de Sovjet-Unie onder Stalin?

(a)  

10.

Wie zie je op deze afbeelding

a)

Hitler

b)

Stalin

c)

Lenin

d)

Mussolini

11.

Wat is een verschil tussen het fascisme en nationaalsocialisme?

a)

Rassenleer (het idee dat bepaalde rassen beter zijn dan andere)

b)

Eén leider

c)

nationalisme

d)

Dictatuur

12.

Wat waren de Roaring Twenties?

a)

De jaren 20 in Amerika toen het goed ging met de economie, mensen veel uitgingen en erveel welvaart was.

b)

De jaren 20 over de hele wereld, toen de economie erg goed ging en veel mensen op stap gingen

c)

Het begin van de 20e eeuw toen er geen oorlogen meer waren

d)

Het begin van de 20e eeuw, toen er veel auto's werden geproduceerd

13.

Wie was sinds 1922 de dictator van Italië en welke stroming hing hij aan?

a)

Mussolini, Fascisme

b)

Hitler, Fascisme

c)

Mussolini, communisme

d)

Stalin, communisme

14.

Nederland was neutraal tijdens WO I, maar ondervond wel gevolgen. Kruis de twee juiste gevolgen aan.

a)

Er kwamen veel Belgische vluchtelingen naar Nederland

b)

Omdat alle landen om Nederland wel in oorlog waren, stopte de handel en ontstond er een tekort aan voedsel en brandstof

c)

De band tussen Nederland en Duitsland was erg verstoord en Nederland wilde niks meet met Duitsland te maken hebben

d)

Omdat België ook neutraal wilde blijven, maar het niet was gelukt, had Nederland ook veel moeite om neutraal te blijven

15.

Wat houdt het nationalisme in?

a)

Liefde voor je eigen volk, je eigen volk het beste vinden en dat ook laten zien

b)

Liefde voor alle rassen in de wereld

c)

Het streven naar communisme wereldwijd. Overal arbeiders aan de macht willen

d)

Je eigen volk slecht vinden en een nieuwe volk willen stichtten

16.

Voordat WO I uitbrak waren er al veel spanningen in Europa. Hoe kwam dat? (twee antwoorden aanvinken)

a)

Er was veel nationalisme: mensen vonden hun eigen volk het beste en hadden een hekel aan andere volken

b)

Er was veel militairisme: mensen vonden het leger heel goed en belangrijk en elk land wilde het sterkste leger, de beste, meeste en nieuwste wapens hebben.

c)

De bazen van alle landen in Europa mochten elkaar niet. Ze maakten veel ruzie.

d)

De Verenigde Staten bemoeide zich met Europa en daardoor ontstonden er spanningen.

17.

Hoe ontstond de economische crisis eind jaren 20 in de Verenigde Staten?

a)

Mensen hadden alle spullen al gekocht die ze wilden, daardoor verkochten de winkel minder en produceerden de fabrieken minder. Daardoor gingen die failliet.

b)

Mensen hadden ineens geen geld meer op producten te kopen, daardoor verkochten de winkel minder en produceerden de fabrieken minder. Daardoor gingen die failliet.

c)

De Verenigde Staten kregen oorlog met Mexico. Daardoor kwam de handel en productie stil te liggen en kwam er een crisis

d)

De Amerikaanse president wilde niet dat mensen te veel spullen zouden kopen, en liet daarom de fabrieken minder produceren. Hierdoor ging de economie erg slecht en kwam er een crisis.

18.

Wat zijn twee gevolgen van de crisis in de Verenigde Staten?

a)

Enorme werkloosheid

b)

De crisis verspreidde zich over de hele wereld

c)

De Amerikaanse president werd afgezet

d)

Overal brak oorlog uit

19.

Wanneer kwam Hitler aan de macht in Duitsland

a)

1933

b)

1923

c)

1939

d)

1929

20.

Hoe kan het dat veel mensen in Duitsland voor Hitler stemden. Kruis twee redenen aan.

a)

Hitler was een goede spreker. Hij kon goed overtuigen.

b)

Duitsland was zwaar getroffen door de economische crisis. Hitler beloofde de mensen weer werk en hoop te geven.

c)

Hitler beloofde iedereen een beloning in de vorm van geld die op hem stemde

d)

De partij van Hitler was de enige keuze om op te stemmen