wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Rijbewijs

Total questions: 52

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Dit bord geeft het begin aan van een autosnelweg. Welk soort bord is het?

a)

Een snelheidsbord

b)

Een aanwijzingsbord

c)

Een gevaarsbord

2.

Op een autosnelweg is de maximaal toegelaten snelheid

a)

120 km per uur

b)

70 km per uur

c)

90 km per uur

3.

Op een autosnelweg moet je onder normale omstandigheden minimaal ... km/uur rijden

a)

120 km/uur

b)

90 km/uur

c)

70 km/uur

4.

Hoeveel bedraagt de maximumsnelheid op de autosnelweg bij hevige regen?

a)

120 km/uur

b)

Aanpassen aan de omstandigheden

c)

70 km/uur

5.

Bij pech of een ongeval op de autosnelweg plaats je je gevarendriehoek op ... meter voor het voertuig zodat aankomende voertuigen hem duidelijk kunnen zien.

a)

100 meter

b)

30 meter

c)

200 meter

6.

Welk van deze borden zal je niet op de autosnelweg zien staan?

a)

Bord A

b)

Bord B

c)

Bord C

7.

Wat zie je op dit bord?

a)

Het nummer van een internationale weg

b)

Het nummer van een autosnelweg

c)

Het nummer van een normale weg

8.

De witte auto bleef voortdurend op de linkerrijstrook van deze autosnelweg rijden.

De donkere auto heeft hem langs rechts ingehaald.

a)

Dit is een overtreding

b)

Dit is geen overtreding

9.

De roze auto rijdt op de invoegstrook van de autosnelweg.

Wie heeft er voorrang?

a)

De roze auto

b)

De witte auto

10.

Wanneer je voorbij dit bord rijdt, dan weet je dat ...

a)

je vanaf hier tot 1500 meter verder op de rechterrijstrook maximum 70 km/uur mag rijden

b)

je over 1500 meter op de rechterrijstrook maximum 70 km/uur mag rijden

11.

Wat is er 1600 meter verder?

a)

Een kruispunt

b)

Een verkeerswisselaar

c)

Einde van de autosnelweg

12.

Een ongeval op de autosnelweg. De bestuurder gaat de gevarendriehoek plaatsen.

Waar blijven de passagiers?

a)

In de auto

b)

Achter de vangrails

c)

Op de pechstrook

13.

Als een aardeweg de laatste meters voor hij aansluit op een andere openbare weg verhard is met asfalt of beton, wordt hij niet meer beschouwd als een aardeweg maar als een rijbaan.

a)

Juist

b)

Niet juist

14.

Mag de blauwe auto over de witte onderbroken streep rijden om de groene auto links in te halen?

a)

Ja.

b)

Nee.

15.

Een doorlopende en een onderbroken streep naast elkaar betekenen:

a)

dat ik naar de linkerrijstrook mag en de motorfiets naar de rechterrijstrook.

b)

dat de motorfiets naar de rechterrijstrook mag maar ik niet naar de linkerrijstrook.

c)

dat ik niet naar de linkerrijstrook mag en de motorfiets niet naar de rechterrijstrook.

16.

Welk van deze twee borden is een aanwijzingsbord?

a)

Alleen bord 1.

b)

Alleen bord 2.

c)

Bord 1 en bord 2.

17.

Welk bord geeft aan dat je op een weg met eenrichtingsverkeer rijdt?

a)

Bord 1.

b)

Bord 2.

18.

Dit verkeersbord betekent:

a)

rijden in files is toegelaten.

b)

verkeer toegelaten in beide twee rijrichtingen na een gedeelte van de rijbaan met eenrichtingsverkeer.

c)

rijbaan met twee rijstroken.

19.

Wat betekent dit bord?

a)

Begin van een zone met inhaalverbod.

b)

Einde inhaalverbod.

c)

Verboden in te halen tot en met het volgende kruispunt.

20.

Je rijdt in deze auto.

a)

Je mag inhalen.

b)

Je mag niet inhalen.

21.

Wat is juist? Op een weg met eenrichtingsverkeer ...

a)

... mag je keren.

b)

... mag je in een andere richting rijden.

c)

... mag je links of rechts afslaan.

22.

De rode auto mag over de witte doorlopende streep rijden.

a)

Juist.

b)

Niet juist.

23.

Wie heeft voorrang?

a)

Auto A.

b)

Auto B.

24.

Parkeerplaatsen op de rijbaan. De foto is genomen vanuit de auto waarmee jij rijdt.

a)

Tegenliggers moeten jou voorrang verlenen.

b)

Jij moet voorrang verlenen aan de tegenliggers.

25.

Mag je, als er een hindernis is op de rijbaan, de tram langs links kruisen?

a)

Ja.

b)

Nee.

26.

Mag je, om het kruisen te vergemakkelijken, ook rijden over de strook die bestemd is voor parkeren?

a)

Ja.

b)

Nee.

27.

Mag je, om het kruisen te vergemakkelijken, ook rijden over de gelijkgrondse berm?

a)

Ja.

b)

Nee.

28.

Een fietssuggestiestrook. Om een auto te kruisen ...

a)

... mag je hierop rijden.

b)

... mag je hier niet op rijden.

c)

... moet je hierop rijden.

29.

De rijbaan is smal. Mag de blauwe auto, om het kruisen te vergemakkelijken, een beetje over het fietspad rijden?

a)

Ja.

b)

Nee.

c)

Ja, op voorwaarde dat hij de andere weggebruikers niet in gevaar brengt.

30.

Mag de bestuurder van de blauwe auto over de fietssuggestiestrook rijden om het kruisen te vergemakkelijken?

a)

Hij mag dat.

b)

Hij mag dat niet alleen, hij moet dat.

c)

Hij mag dat niet.

31.

Welke tekening is fout?

a)

Tekening 1.

b)

Tekening 2.

32.

Wie heeft op dit kruispunt voorrang?

a)

De auto.

b)

De motorfiets.

c)

Geen van beiden.

33.

Wie heeft voorrang?

a)

De rode auto.

b)

De blauwe auto.

34.

Er staan pijlen op de de weg. Je moet hier ...

a)

... links kruisen.

b)

... rechts kruisen.

35.

Een bijzonder overrijdbare bedding. Wat is juist?

a)

Je mag hier niet stilstaan en parkeren.

b)

Je mag hier niet op rijden, stilstaan en parkeren.

36.

Geen pijlen op het wegdek. Je moet hier ...

a)

... rechts kruisen (achter elkaar doorrijden).

b)

... links kruisen (voor elkaar langs rijden).

37.

Mag je deze tractor inhalen?

a)

Ja.

b)

Nee.

38.

De bruine auto is geparkeerd. Wat doet de blauwe auto?

a)

Hij rijdt de bruine auto links voorbij.

b)

Hij haalt de bruine auto in.

39.

Mag de bestuurder van de rode auto de blauwe auto links inhalen?

a)

Ja.

b)

Nee.

40.

De grijze auto blijft op de middelste rijstrook rijden. Mag je hem inhalen zoals de pijl aangeeft (langs rechts)?

a)

Ja.

b)

Nee.

c)

Alleen als er drie rijstroken zijn.

41.

Deze tram moet je rechts inhalen.

a)

Juist.

b)

Niet juist.

42.

De bruine auto rijdt 35 km / uur.

Mag de blauwe auto links inhalen?

a)

Nee.

b)

Ja.

43.

De blauwe auto rijdt 48 km / uur.

Mag de bruine auto hem links inhalen?

a)

Ja.

b)

Nee.

44.

Een auto inhalen, terwijl die zelf een auto links aan het inhalen is, noemen we ...

a)

Tritsen.

b)

Dubbel inhalen.

c)

Tripleren.

45.

Een voertuig inhalen, dat zelf al een ander voertuig aan het inhalen is, noemen we ...

a)

... tripass.

b)

... tripleren.

c)

... dubbel inhalen.

46.

Je rijdt in deze auto.

a)

Je mag inhalen.

b)

Je mag niet inhalen.

47.

Mag de auto voor jou het voertuig op de linkerrijstrook voorbij rijden?

a)

Ja.

b)

Nee, rechts inhalen is verboden.

48.

Je rijdt buiten de bebouwde kom. Wat doe je na het inhalen van dit voertuig?

a)

Ik ga weer rechts op de rijbaan rijden.

b)

Ik mag op deze rijstrook blijven rijden.

49.

Bij links inhalen moet je je richtingaanwijzer afzetten zodra

a)

je voldoende naar links opgeschoven bent.

b)

je naast het voertuig rijdt dat je wil inhalen.

c)

je het voertuig hebt ingehaald.

d)

je terug rechts op de rijbaan rijdt.

50.

Bij inhalen moet je eerst ...

a)

... de zijwaartse verplaatsing uitvoeren.

b)

... de richtingaanwijzer aanzetten.

c)

... in je achteruitkijkspiegel kijken.

51.

Je rijdt achter een vrachtwagen. Zijn richtingaanwijzer wijst naar rechts maar hij wijkt uit naar links. Wat doe je?

a)

Ik vertraag.

b)

Ik claxonneer.

c)

Ik rij verder en hou rechts aan.

d)

Ik probeer de vrachtwagen in te halen.

52.

Je rijdt achter een vrachtwagen. Zijn richtingaanwijzer wijst naar rechts maar hij wijkt uit naar links. Wat doe je?

a)

Ik vertraag.

b)

Ik claxonneer.

c)

Ik rij verder en hou rechts aan.

d)

Ik probeer de vrachtwagen in te halen.