Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1.1 Elektrische energie opwekken

Total questions: 15

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
energie kan je omzetten van de ene vorm in de andere. bij een elektriciteitscentrale wordt...
a)
warmte energie omgezet in elektrische energie
b)
elektrische energie omgezet in lichtenergie
c)
chemische energie omgezet in elektrische energie
2.

Je ziet een afbeelding van een elektriciteitscentrale. Kies de juiste orde van wat er in een elektriciteitscentrale gebeurt:

a)

transformator - branders - turbine - generator

b)

branders - turbine - generator - transformator

c)

branders - transformator - turbine - generator

d)

branders - generator - transformator - turbine

3.

Hoe heet het onderdeel dat, met behulp van het draaien van de as van de turbine, elektriciteit opwekt?

a)

condensor

b)

transformator

c)

generator

d)

branders

4.
De kWh
a)
is een eenheid van energie
b)
is een eenheid van kracht
c)
is een eenheid van rendement
d)
is een eenheid van vermogen
5.

Het vermogen van een product geeft aan

a)

Wat een product allemaal kan

b)

De hoeveelheid energie dat het per seconde verbruikt

c)

De spanning waarop het apparaat werkt

d)

De stroomsterkte die door het apparaat loopt

6.

Wat is de formule voor energieverbruik?

a)

E = P * t

b)

E = U*I

c)

P = E*t

d)

P = U * I

7.
een zonnepaneel zet
a)
warmte energie om in elektrische energie
b)
stralingsenergie om in elektrische energie
8.

Welke uitspraak is juist,

Een zonnecel van 25 kW levert elke seconde .... energie.

a)

25.000 Joule elektrische energie

b)

25.000 Watt elektrische energie

c)

25 kilowattuur elektrische energie

d)

25.000 Ampère elektrische energie

9.

Zie het energielabel van de tandenborstel. Jan poetst ’s ochtends zijn tanden. Daarna moet de tandenborstel weer 6,0 minuten opladen.


Bereken hoeveel elektrische energie daarvoor nodig is (in J en in kWh).

a)

E = 7,9 ∙102 J = 0,000 22 kWh

b)

E = 13 J = 0,000 003 6 kWh

c)

E = 7,9 ∙102 J = 22 kWh

d)

E = 13 J = 36 kWh

10.

35 MJ komt overeen met

a)

35.000.000 J

b)

35.000 J

c)

3.500.000 J

11.

Stelling: Er is alleen spanning over de uiteinden van de spoel als de magneet ten opzichte van de spoel beweegt.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.
Lees de periodetijd af in de afbeelding. Dit is:
a)
0,25 s
b)
0,75 s
c)
0,45 s
d)
0,5 s
13.

De fiets van Jeroen heeft een dynamo in de naaf van het voorwiel. Na een tijdje wordt Jeroen moe en gaat hij langzamer fietsen.

Op welke twee manieren verandert dan de spanning die de dynamo levert?

a)

Er verandert niks

b)

Alleen de maximale spanning wordt minder

c)

Alleen de frequentie van de wisselspanning wordt lager

d)

De maximale spanning wordt minder & de frequentie van de wisselspanning wordt lager

14.

Welke van deze energiebronnen produceert geen duurzame energie?

a)

zonne-energie

b)

aardgas

c)

windenergie

15.

Op de afbeelding zie je een diagram van het vermogen van een koffieapparaat tijdens het zetten van een kopje koffie.

Hoeveel elektrische energie is nodig om één kopje koffie te zetten?

a)

40 kW

b)

36 kJ

c)

40 J

d)

40 kJ

e)

4 kJ